Bits&Chips

100 miljard chipjes van een cent

22 mei 2018 

De losse transistortjes, flipflops en mosfets zijn vaak een sluitstuk in een elektronisch ontwerp. Toch weet NXP’s voormalige divisie voor deze centenbusiness sinds haar verzelfstandiging steeds meer marktaandeel van haar concurrenten af te snoepen. Hoe onderscheidt Nexperia zich in deze markt?

Niet veel bedrijven kunnen zeggen dat ze honderd miljard chips per jaar verkopen. Maar alles wijst erop dat Nexperia uit Nijmegen die kaap dit jaar gaat ronden. Maar opzienbarender nog dan de absolute aantallen is de groei: toen twee jaar geleden besloten werd om NXP’s businesslijn voor standaardproducten te verzelfstandigen, ging het nog om ‘slechts’ 72 miljard stuks. Het mag duidelijk zijn dat de loskoppeling de business bepaald geen windeieren heeft gelegd.

Toegegeven, voor een deel komt dat door het optimisme in de elektronicasector. ‘De vraag is op dit moment groter dan wat er geleverd kan worden, en dan gaat iedereen meer bestellen omdat ze er rekening mee houden dat ze toch minder krijgen’, vertelt Charles Smit, juridisch directeur en verantwoordelijk voor Nexperia in Nederland, vanuit zijn kantoor boven in een kantoorgebouw pal naast de Nijmeegse NXP-fab.

Een toepasselijker uitzicht voor de tweehonderdvijftig ‘Nexperians’ op het hoofdkantoor is bijna niet denkbaar. Want hoewel het bedrijf nauwelijks twee jaar oud is, heeft het een geschiedenis die decennia teruggaat op de locatie, eerst als Philips en later als NXP. De sot23, een discrete transistor in lage behuizing, waarvan zowel Nexperia als zijn concurrenten er miljarden per jaar verkopen, werd bijna vijftig jaar eerder in Nijmegen ontwikkeld.

Want het zijn de allersimpelste chips die het bedrijf produceert: losse transistoren, diodes, mosfets, logische poorten, stroomvergelijkers, optellers, enzovoorts. Centenbusiness vaak, gemaakt in procestechnologie die soms al decennia meegaat. Maar onmisbaar om de microcontrollers, displays en accu’s in alle elektronica goed te laten werken. Nexperia is consequent de nummer één of twee in deze markten.

En het zal nog meer martkaandeel afsnoepen, denkt Smit. Want marktoptimisme of niet, het bedrijf gaat een stuk harder dan zijn concurrenten sinds de verzelfstandiging. Bij NXP waren de standaardproducten een melkkoe, een welkome stabiele onderstroom van inkomsten, maar niet de corebusiness. Aandacht en investeringen blijven in zo’n situatie vaak haperen.

Als zelfstandig bedrijf zijn beide zaken veel meer voorhanden. ‘Bij de salesorganisatie bijvoorbeeld waren we bij NXP eigenlijk een beetje het vijfde wiel aan de wagen. Die richtte zich op het verkopen van de grotere chips, en daarna kwamen ze bij wijze van spreken nog met een boekje met de standaardproducten. Dus de sales gaat nu met meer overtuiging dan vroeger.’

Onder de nieuwe eigenaren kan Nexperia ook investeren in de productie. ‘We hebben tweeënhalf keer meer kunnen investeren in onze capex dan onder NXP’, meldt hoofd communicatie Petra Beekmans. ‘Sommige dingen waren toch verouderd; die hebben we nu kunnen vernieuwen. En we hebben de overstap van zes inch naar acht inch wafers kunnen maken.’ Ook is er een tweede fabriek op de belangrijkste backendsite in het Chinese Guangdong geopend. ‘Die locatie gaat nu van vijftig miljard naar negentig miljard stuks per jaar’, vertelt Beekmans. ‘En het is meteen allemaal verkocht.’

Het hoofdkantoor van Nexperia in Nijmegen

Tienduizend producten in de catalogus

Behalve high-volume is Nexperia ook nog eens uitgesproken high-mix. Naast de simpele diodes en transistoren verkoopt het bedrijf allerhande logische devices: logische gates, buffers, chipjes die digitale waarden kunnen vergelijken, getallen kunnen inverteren, om signalen met verschillende voltages te interfacen, multiplexers, flipflops, fifo-registers, noem maar op.

Daarnaast haalt Nexperia een belangrijk deel van zijn inkomsten uit de componenten die op printplaatjes worden aangebracht om elektrostatische schokken op te vangen, als de gebruiker over het hoogpolige tapijt heeft gesloft, of gewoon als de stekker in het stopcontact wordt gestoken. En dan zijn er nog de mosfets. ‘Dat zijn wat grotere componenten voor powertoepassingen. Dan moet je denken aan automotive, of aan stroomopladers in je batterijgevoede boor als je dit weekend gaat klussen’, legt Beekmans uit.

Al met al staan er meer dan tienduizend producten in de catalogus. ‘Het gaat dan vaak om variaties in bijvoorbeeld het voltage. Daardoor wordt de range enorm’, verklaart Beekmans. Afgelopen jaar kwamen er al achthonderd variaties bij. Ook dat is onderdeel van de groeistrategie: op dit moment moeten klanten vaak nog met verschillende leveranciers zakendoen om alle behoeften in te vullen, maar als het aan Nexperia ligt, kan het op den duur alles leveren.

Ook heeft het bedrijf nog een belangrijke uitbreiding op rol staan: GaN op silicium, de relatief jonge halfgeleidercombinatie die de efficiënte omgang van de eerste combineert met de produceerbaarheid van de tweede. ‘Als je nu naar een gemiddelde auto kijkt, zitten daar al meer dan tweehonderd Nexperia-componenten in, maar de complexiteit van de elektronica neemt nog altijd toe. Zeker met elektrisch rijden wordt het stroomverbruik steeds belangrijker, en GaN speelt daar een belangrijke rol in’, aldus Beekmans.

De componentjes van Nexperia zijn onbeduidend, maar de klant komt in de problemen als ze er niet zijn.

Geen prijsvechters

Maar hoe kun je je nu onderscheiden in een centenmarkt? Eigenlijk is het een gekke business. De componentjes die Nexperia maakt, worden vaak omschreven als de schroeven en moeren van de elektronicawereld. Onbeduidend spul dat niet te veel aandacht verdient. Totdat het opeens een keer níet werkt, of niet geleverd kan worden. ‘Onze producten zijn maar kleine rotdingen, maar als wij niet leveren aan de klant, dan rollen er geen auto’s van de band. Zo simpel is het’, zegt Smit. Wat Nexperia dan ook voornamelijk verkoopt aan de klant is zekerheid: ‘We zijn geen prijsvechters, maar we kunnen veel betrouwbaarder leveren dan onze concurrenten, en met een hele hoge kwaliteit.’

Dat kan doordat het bedrijf de productie nagenoeg volledig in eigen hand houdt. Bijna alle wafers produceert het bij de eigen fabs in Manchester en Hamburg. Alleen voor enkele exotische processen neemt het derden in de arm - waaronder de Nijmeegse NXP-fab overigens. De plakken gaan vervolgens naar de wederom eigen backendfabrieken in Maleisië, de Filipijnen en vooral dus China, die de componentjes in hun behuizing stoppen.

Daardoor is Nexperia niet afhankelijk van de grillen bij derden. ‘Als er morgen een grote fabrikant van mobiele telefoons opbelt en zegt dat die komend kwartaal even acht miljard stuks van een componentje nodig heeft, dan kunnen wij gewoon even een ander product opzijzetten in de fabriek en dat eerst doen. Onze concurrenten zijn veel meer afhankelijk van fabrieken die niet van hen zijn en moeten dan capaciteit claimen.’

Bovendien heeft Nexperia het kwaliteitsniveau zelf in de hand. ‘Automotive is een belangrijke markt voor ons, en daarvoor heb je een bepaald kwaliteitsniveau nodig, en dat voeren we eigenlijk overal door in de productie’, vertelt Smit. ‘Als je het over uitval hebt, gaat het echt om enkele componentjes op de miljard.’

Nexperia heeft dan ook contact met de hoogste inkopers bij de groten der aarden op elektronicagebied. ‘Het image van het bedrijf speelt daar wel een rol in’, meent Beekmans. ‘Die historie van Philips en NXP is erg belangrijk.’

Dat het bedrijf een Chinese eigenaar heeft, verandert daar volgens Smit niks aan. ‘Onze investeerders zitten op één verdieping van één kantoorgebouw in China en beheren een aandelenportfolio. Het ip is gewoon Europees en de investeerders zitten niet in het managementteam; ze rekenen ons alleen af op financiële parameters.’

Abonneer direct op onze nieuwsbrief

abonneren

Info-middag SME Instruments

25 juni

Eindhoven

Machine vision for mechatronic systems

3 juli - 4 juli

Eindhoven

Machine vision for mechatronic systems

3 juli - 4 november

Eindhoven