Alexander Pil
24 October 2008

Op 9 oktober vierde Ansem zijn tiende verjaardag met een symposium over analoog chipontwerp en innovatie in het MKB. Niet toevallig twee thema‘s waarmee je het Leuvense bedrijf goed kunt karakteriseren. Bits&Chips sprak met oprichter en mededirecteur Stefan Gogaert over analoog design, Asicahead en de grote stap naar eigen producten.

’Ik herinner me het nog goed. Het was schitterend weer op vrijdag 13 februari 1998. Om vier uur hadden we een afspraak bij de notaris om de oprichtingspapieren te tekenen. Nog diezelfde dag bestelden we het kantoormeubilair en de computers. Op 2 maart zijn we toen begonnen in het Innovatie- en Incubatiecentrum op de Kapeldreef, net voorbij Imec. De computers waren eerder binnen dan de tafels. We begonnen dus met de pc‘s op de dozen en een stoel ervoor.‘

Aan het woord is Stefan Gogaert van Ansem. Samen met Jan Crols nam hij ruim tien jaar geleden het initiatief om een ontwerpbureau voor analoge chips op te richten. Het tweetal kende elkaar van de KU Leuven. In de Micas-groep werkten ze onder Willy Sansen en Michiel Steyaert. ’In 1996 en 1997 hadden we het als assistenten onder elkaar over het oprichten van een eigen bedrijf. Op een gegeven moment kwam Jan mij vragen of ik interesse had. Na twee weken bedenktijd heb ik ja gezegd.‘

Crols is CTO, Gogaert CEO. ’Jan heeft veel meer technische bagage. Hij is een goeroe. Ik voel me veel beter bij de organisatorische kant. Toen we nog assistenten waren, regelde ik al de sportdagen en uitstapjes. Ik denk dat het een perfecte match is. De taakverdeling is puur natuurlijk gegaan. We vullen elkaar goed aan en hebben een volwassen relatie. Professioneel dan, want buiten het werk hebben we weinig contact. Als we het op het werk niet met elkaar eens zijn, kunnen we snel tot een compromis komen waar we allebei volledig achter staan. Die wisselwerking is een voordeel ten opzichte van alleen een bedrijf te beginnen. Je moet ook af en toe iemand hebben om mee te discussiëren.‘

Ansem Stefan Gogaert 4
’In analoge schakelingen is een kleinere technologie niet per definitie beter‘

Ansem, dat staat voor analog semiconductors, kreeg bij de oprichting steun van de KU Leuven, Imec en het Gemma Frisius-fonds. Crols en Gogaert kenden een vliegende start. ’We waren nog geen maand onderweg toen we een mail vanuit Japan kregen met de vraag of we een volledige geïntegreerde gps-ontvanger konden maken. Imec had in zijn klantenkring gemeld dat er een spin-off was die zich bezighield met analoog ontwerp. Op basis daarvan heeft hij ons gewoon gemaild. Het was gelijk een uitdaging: een 1,5 GHz gps-front-end in 0,35 μm CMos-technologie. We hebben eens naar elkaar gekeken. Durven we dat aan? Ja. Na twee maanden waren we dus goed en wel vertrokken.‘

 advertorial 
Benelux RF Conference 2023 - PhD pitches

PhD pitches at the Benelux RF Conference

Learn about the latest trends and developments in high-end RF techniques. On 24 May, the Benelux RF Conference will take place in Nijmegen. New this year are the PhD pitches, in which young professionals present their research results. Make sure to reserve your seat in time and register now.

Reuse

Micas was een buitenbeentje in de analoge wereld. Als een van de weinige onderzoeksgroepen richtte het zich halverwege de jaren negentig op RF CMos. Gogaert noemt Crols ’een pionier op dat gebied‘. Niet verwonderlijk dat het duo voor zijn eerste projecten inzette op draadloze communicatie in CMos. Die keuze legde Ansem geen windeieren. Na drie jaar werkten er al tien analoge ontwerpers. Vandaag de dag is het personeelsbestand gegroeid naar 38, van wie 31 designers van analoge IC‘s. Het bedrijf is inmiddels verhuisd naar Haasrode en mag onder meer Cochlear (hoorimplantaten), EM Microelectronic Marin (energiezuinige IC‘s), Kawasaki Microelectronics (Asics), Phonak (gehoorapparaten) en NXP tot zijn klantenkring rekenen.

De Haasroders hebben hun focus op analoog en mixed-signal. Op de menukaart staan RF-systemen, RF CMos, snelle datacommunicatie, data-acquisitie en low power/low voltage. ’Voor elk project stellen we een team samen dat samen met de klant op zoek gaat naar de beste oplossing. Dat heeft zijn voordelen. De projecten zijn zeer uitdagend en motiveren onze mensen goed. Aan de andere kant is de reuse beperkt. We zijn wel eigenaar van de IP die we leveren, maar de overlap is vaak klein. Het gebeurt wel eens dat we een phase-locked loop voor een afstandsbediening ook kunnen gebruiken voor een tv-ontvanger. Maar dat is een uitzondering.‘

Gogaert probeert van zijn medewerkers geen specialisten te maken maar ze juist een brede kennis te laten opbouwen. ’We proberen ze niet in hokjes te plaatsen. We hebben geen mensen die alleen RF doen of alleen snelle datacommunicatie. Als iemand eerst een oscillator heeft ontworpen, kan hij dat later nog wel eens doen, maar liever zetten we hem daarna in voor bijvoorbeeld een low noise amplifier. Het is handig dat ontwerpers verschillende dingen kunnen. Zo ben je niet afhankelijk van één persoon.‘

Asicahead

Gogaert merkt dat er langzaam een tekort dreigt te ontstaan aan analoge ontwerpers. ’Er zijn er spijtig genoeg niet voldoende. Het aanbod van de universiteit hier is minder en minder. We hebben in de regio al samen gezeten met de universiteiten en met Imec over wat we kunnen doen. Dat begint met de instroom van micro-elektronicastudenten. Als dat niet goed zit, dan gaan er ook nooit geen uitkomen.‘

In een initiatief zoals IR-13 van de RVO Society ziet Gogaert een goed voorbeeld. ’Dat is voor kinderen van 13 die een treintje moeten in elkaar steken. Dat vind ik een heel leuk idee. Je moet op jongere leeftijd al duidelijk maken dat micro-elektronica plezant kan zijn. We zitten dan wel achter onze computer om chips te ontwerpen, er zitten applicaties achter die het juist zo interessant maken.‘

’Elk jaar stromen er nog wel een of twee nieuwe ontwerpers bij ons in vanuit de universiteit. Omdat we groter zijn, meer bekendheid genieten en min of meer de uitstraling hebben van een gevestigd bedrijf, melden zich inmiddels ook designers met meer ervaring bij ons aan vanuit heel Europa. Vroeger was dat minder. Het risico was toen te groot. Nu heeft meer dan de helft van de mensen die we aannemen al meerdere jaren ervaring bij andere bedrijven. Dat is zeer goed, want ervaring is heel belangrijk.‘

Toch kijkt Ansem over de grenzen. ’Je vindt hier niet genoeg mensen. We hebben de opportuniteit gehad om de ontwerpers van een bedrijf in Roemenië over te nemen en een eigen vestiging te beginnen. Die mensen zijn nu hier in opleiding en gaan op het einde van het jaar terug.‘

Gogaert heeft het natuurlijk over Asicahead, hoewel Ansem lange tijd niet wilde bevestigen dat het in onderhandeling was met het van oorsprong Hasseltse bedrijf. ’We hebben een aantal mensen geworven die vroeger bij Asicahead werkten. Dat klopt‘, beaamt Gogaert voorzichtig. ’Er zijn berichten verschenen dat we Asicahead zouden hebben overgenomen. Dat is niet correct. In het artikel van Trends heb ik dat ook ontkend. De activa hebben we overgenomen: de meetapparatuur en een aantal mensen. We waren op zoek naar mensen met ervaring. Daar zaten er een paar met RF-ervaring.‘

Ansem wil nog verder uitbreiden in het buitenland. ’Of het met een designcentrum, aanwezigheid met marketing en sales of projectmanagement zal zijn, dat weet ik nog niet. Nu we groter zijn, moeten we ook dichter bij onze klanten zitten. Ik sluit het zeker niet uit dat er vestigingen komen in Japan en de VS.‘

Het land van de rijzende zon is al vanaf het begin een afzetgebied voor de Leuvense chipontwerpen. ’We hebben het geluk gehad dat onze eerste klant een Japans bedrijf was en dat die echt in ons geloofde. In Japan is het namelijk zo dat als je kunt aantonen dat je nog andere Japanse klanten hebt, dat een Japanner sneller voor u zal kiezen. We hebben nu voor vier verschillende Japanse klanten gewerkt. In de business moet je geluk hebben, maar het is net als met examens doen: je moet geluk hebben met de examenvragen, maar hoe meer je studeert, hoe meer geluk dat je hebt. In business doen is dat juist hetzelfde. Hoe meer moeite je doet om u te profileren, hoe meer kans dat je een keer geluk hebt dat je de goede klant treft.‘

’De Japanse cultuur is erg anders dan de Amerikaanse. Ik werk graag met Japanners. Ze zijn moeilijker om mee te onderhandelen, maar eens dat je ermee vertrokken bent, zijn ze zeer gefocust op het resultaat. Bij Amerikanen kan het project halverwege nog wel eens omdraaien.‘

In de VS is Ansem nog niet zo sterk aanwezig. ’We krijgen vaak het antwoord: ’Jullie zijn geen Amerikaans bedrijf, jullie hebben geen vestiging vlak bij de deur zitten.‘ Een Amerikaan wil dat als hij je vandaag opbelt, je morgen op de stoep staat. Dat gaat nu niet. Het duurt een aantal dagen vooraleer we er zijn. Een aanwezigheid van ons in Amerika zou ons een aantal projecten opleveren. Als je te klein bent, moet je dat niet doen. We hebben nu een grootte bereikt, dat we voldoende capaciteit hebben om projecten aan te trekken. Als we binnen drie jaar willen groeien naar vijftig man, dan past het in het traject om in Amerika een kantoor te openen‘, formuleert Gogaert zijn ambitie diplomatiek.

Wat zijn de cultuurverschillen tussen analoge en digitale designers?

’Het is misschien een beetje overdreven maar analoog kun je meer vergelijken met kunst. Ervaring is heel belangrijk. Je moet dingen aanvoelen. Elke transistor is van belang. Je moet kunnen redeneren, nadenken en filosoferen over hoe je problemen moet oplossen. Het is minder code schrijven en simuleren zoals in de digitale wereld. In analoog is het juist een van de moeilijke problemen om te bepalen welke simulaties je gaat doen om te verifiëren of uw schakeling werkt. Dat is zeer moeilijk. Zelfs als je alle simulaties hebt gedraaid, kunnen er situaties optreden waar je geen rekening mee hebt gehouden: ruis, mismatch, storingen. Twee baantjes naast elkaar beïnvloeden elkaar. In digitaal hoef je daar minder rekening mee te houden, want het zijn de tools die dat oplossen. Je moet in analoog bedenken welke simulaties je gaat doen en wat de effecten zouden kunnen zijn, want je kunt niet alles verifiëren.‘

Analoge ontwerpers staan vaak sceptisch tegenover EDA-tools. Is er dan geen goed gereedschap?

’Er zijn tools. Kunnen die beter? Ja. Je moet de juiste tools hebben, maar hoe meer ervaring je hebt, hoe minder tools je nodig hebt. Een typische fout van een onervaren ontwerper, is dat hij simuleert, simuleert, simuleert, simuleert. Maar de tool gaat het je niet vertellen. Het zijn juist de dingen die je niet simuleert die de problemen zullen zijn. Een ervaren kracht heeft er allemaal al rekening mee gehouden terwijl hij een schema opbouwt of een circuit maakt. Hij zal enkel om te verifiëren al die simulaties doen. De meeste tijd kruipt in de inventiviteit, in het maken van het circuit. Je bent pas een ervaren analoge ontwerper na vijf tot zes jaar.‘

Ansem Stefan Gogaert 5
Stefan Gogaert over zijn professor: ’Willy Sansen heeft een zeer voorname rol gespeeld in de micro-elektronicawereld. Ik denk dat we dat hier in België niet beseffen.‘

In de digitale wereld moet het altijd maar kleiner. Is dat bij de analoge ontwerpers ook zo?

’Nee, het helpt niet altijd om een kleinere technologie te kiezen. In analoge schakelingen is dat niet per definitie beter. Met de technologieafmetingen schaalt ook de voedingsspanning naar omlaag en in het analoge domein betekent dit dat we lagere signaalamplitudes moeten gebruiken. Als je dezelfde signaal-ruisverhouding wilt behouden, moet de ruis ook omlaag. Dat realiseer je met meer oppervlak en meer vermogen.‘

’Je ziet regelmatig dat er verschillende technologiegeneraties naast elkaar zitten. Je ziet courant dingen als een analoge front-end in 0,13 μm en de digitale baseband in 45 nm. Je kunt de basisband wel in 0,13 doen, maar dan wordt het digitale stuk veel te groot. Bovendien krijgt het digitale veel sneller een nieuwe versie. Het scheiden van twee chips betekent soms dat je sneller nieuwe generaties kunt maken omdat analoog verschillende generaties meegaat en digitaal dan sneller en eenvoudiger kan bijschakelen. Wij werken met 0,8 µm tot 45 nm maar meestal met 0,13 en 0,18 µm.‘

De Benelux is goed in analoog ontwerpen, maar het blijft over het algemeen bij ontwerpen.

’We hebben niet de traditie om bedrijven op te richten die voor een product gaan. Het zit niet in onze cultuur. Het is een ander profiel met meer risico. Alles of niets. In België en Nederland draag je het falen nog een tijdje mee. In Amerika kun je het feit dat je het hebt geprobeerd bijschrijven als competentie op uw cv. Hier wordt je erop afgerekend.‘

’Ook is het iets moeilijker om het geld bijeen te krijgen. Niet dat er geen geld is. We zijn al een aantal keren gecontacteerd met de vraag of we niet bereid waren een product te maken. Maar het gaat veel moeizamer. Ze verwachten veel meer voordat ze geld geven.‘

Gogaert sluit eigen producten niet uit, maar ’er is in het businessplan dat we nu hebben geen ruimte voor gemaakt. Als je een product wilt maken, moet je een totaal andere focus hebben. En een totaal andere kapitaalstructuur. Dat hebben we vandaag niet. Er is geen planning om dat te veranderen.‘

Technisch gezien ziet Gogaert geen probleem. ’Het ontwerp is niet het probleem, daar ben ik van overtuigd. We maken al complete chips waar onze klanten een volledige business op draaien. Klanten gebruiken onze designs en verkopen ze met miljoenen. Een van hen was met twintig man toen ze bij ons kwamen. Die zijn nu met tweehonderd. Dat draait rond één chip die wij voor hen hebben ontworpen.‘

’We willen ook sterker worden in het back-end, testen en meten. Een paar jaar geleden hebben we een thermostreamer gekocht zodat we temperatuurcycli kunnen doen. Omdat we het volledige traject aanbieden aan onze klanten. We zijn niet bezig om een eigen product te definiëren. We willen een first-choice designhuis zijn. Daarmee wil ik zeggen, dat als een bedrijf analoge designcapaciteit en -kunde nodig heeft, het dan eerst aan ons denkt. Met een producttak zou dat verwarrend kunnen zijn. Als je kijkt naar ons verleden, dan hebben we het goed gedaan. We kunnen nog steeds groeien. Er is geen reden om ons businessplan te wijzigen. We willen nu uitbreiden, ook internationaal. Dat is al een eerste stap, want voor eigen producten moet je immers ook internationale aanwezigheid hebben.‘