Paul van Gerven
25 June 2009

Nederlands wetenschappelijk onderzoek staat nog op een goed peil, maar wordt structureel uitgehold door onderfinanciering. Dat vindt het landelijk comité bèta-actie. In een conceptbrief aan de Tweede Kamer dringt het er dan ook op aan de R&D-investeringen van de overheid op te trekken naar 1 procent van het BBP, in lijn met de Europese doelstelling vastgelegd in de Lissabon-strategie. Daarmee is een extra 1,5 miljard euro per jaar gemoeid. Sinds begin juni loopt er een handtekeningenactie, gesteund door verschillende beroepsverenigingen.

De bèta‘s zien in verschillende Europese en landelijke studies reden om de noodklok te luiden. Zo hebben de overheidsuitgaven voor wetenschappelijk onderzoek de inflatie niet bijgehouden en laat 2009 zelfs een daling zien. ’Europawijd is het ondenkbaar dat er bezuinigd zou worden op dergelijke wereldklasse-faculteiten. Maar in Nederland is het ondenkbare gewoon‘, schrijft het comité.

Ook hekelen de klokkenluiders minister Plasterks besluit om honderd miljoen euro van de universiteiten over te hevelen naar NWO. Onder alfa- en gamma-onderzoekers werd dat nogal eens uitgelegd als een maatregel die bèta‘s voortrekt. De natuurwetenschappers zijn er echter ook niet mee in hun sas: ’het verlies van honderd miljoen euro beperkt de universitaire beleidsruimte en brengt hierdoor de continuïteit van langlopend onderzoek in gevaar.‘ Voor jonge onderzoekers biedt de Vernieuwingsimpuls weliswaar op korte termijn betere kansen, maar door een reductie van het aantal universitaire arbeidsplaatsen worden hun loopbaanmogelijkheden juist gereduceerd.