Nieke Roos
27 maart

Sinds juli vorig jaar is Marieke Huisman hoogleraar softwarebetrouwbaarheid aan de Universiteit Twente. In haar oratie eind januari zette ze uiteen hoe ze denkt zo dicht mogelijk bij foutloos werkende programma’s te komen. Daarbij ziet ze een belangrijke rol weggelegd voor vrouwen.

‘Ik las eens een artikel over Marissa Mayer, de voormalige president en ceo van Yahoo. Daarin stonden zinnen als: ‘Ondanks dat ze de hele dag tussen de nerds zit, houdt ze wel van leuke jurkjes.’ Dat helpt niet mee om informatica aantrekkelijker te maken voor vrouwen’, stelt Marieke Huisman, kersvers hoogleraar softwarebetrouwbaarheid aan de Universiteit Twente. ‘Een meisje dat denkt: haar wil ik worden, denkt ook: maar dan kom ik wel de hele dag tussen de nerds te zitten.’

Behalve voor betrouwbare software maakt Huisman zich sterk voor meer vrouwen in de ict. In Nederland is dat toch vooral een mannenbastion. Dit probleem speelt al op school: slechts tien procent van de studenten die in 2017 begonnen aan een hogere ict-opleiding is vrouw, zo berichtte RTL Nieuws onlangs. In Europa is Nederland daarmee een van de slechtste jongetjes in de klas, aldus het medium.

‘Nederlandse meisjes vinden informatica veel te nerdy’, is Huismans indruk. ‘Wanneer zij voor hun studiekeuze staan, denken ze al snel: dat ga ik niet doen. En wie zich niet laat afschrikken door het nerdy imago, krijgt van haar omgeving wel de vraag: zou je dat nou wel doen? Je moet als zestienjarig meisje heel stevig in je schoenen staan om informatica te gaan studeren. En met zo’n onbalans in je opleiding ga je natuurlijk nooit een grotere diversiteit krijgen in je werkende populatie.’

En dat terwijl meer diversiteit het vakgebied alleen maar ten goede komt, meent Huisman. ‘Het ontwikkelproces wordt beter van een diverse blik. Daarnaast – ik generaliseer een beetje – zijn vrouwen communicatief vaardiger. Dat kunnen we goed gebruiken in de ict om beter te leren begrijpen wat mensen nu eigenlijk willen van de software. Een nerd kan prima code kloppen, maar betere software krijg je met iemand die ook communicatief vaardig is.’

Foto’s: Gijs van Ouwerkerk

Redeneren over software

In haar onderzoek spant Huisman zich al ruim twintig jaar in om software beter te maken. ‘Ik ben in Nijmegen gepromoveerd op de verificatie van Java-programma’s. Na het behalen van mijn bul in 2001 ben ik naar Inria Sophia Antipolis gegaan, waar ik mijn focus heb verbreed naar concurrency: doen simultaan draaiende programma’s wat ze moeten doen? Sinds 2008 werk ik in Twente aan verificatietechnieken en onze bijbehorende Vercors-toolset om te redeneren over concurrent software, eerst met een Europese ERC-beurs en nu met een Vici-subsidie.’

Huisman benadrukt dat het werk in uitvoering is: de toolset in ontwikkeling is verre van klaar voor industriële toepassing. ‘Om het bewijs rond te krijgen dat je programma doet wat het moet doen, moet je het op dit moment nog annoteren met pre- en postcondities, en alles ertussenin. Maar veel daarvan wil je niet op hoeven schrijven. Je wilt niet aan een stuk code een heleboel regels specificatie moeten toevoegen om te bewijzen dat het werkt. Dan zal een ontwikkelaar zeggen: ‘Laat maar zitten.’ Dat is nog een grote technische uitdaging.’

‘Van een concurrent programma kunnen we nu bewijzen dat er geen dataraces zijn: geen simultane schrijfoperaties op dezelfde geheugenlocatie. Als we ook willen bewijzen dat het programma iets zinnigs doet, wordt het al snel heel complex’, benoemt Huisman een andere tekortkoming van de huidige toolset. ‘Dan hebben we abstractie nodig om het probleem behapbaar te maken. Dat is een grote wetenschappelijke uitdaging.’

Over de industriële potentie heeft Huisman geen twijfel. ‘We kunnen nu redeneren over concurrent programma’s in Java, maar de technieken die we gebruiken, zijn ook heel goed toepasbaar bij C, dat qua concurrency heel vergelijkbaar is. De stap naar gpu-applicaties in Opencl is zelfs nog kleiner, omdat concurrency daar simpeler te realiseren is. En uit de concurrency-eigenschappen zijn weer allerlei andere aspecten af te leiden die ons nog meer begrip geven over wat de software doet.’

Bruikbare tooling

Uiteindelijk wil Huisman iets maken dat softwareontwikkelaars ook echt kunnen gebruiken. ‘Ik denk aan een combinatie van de statische verificatie die ik doe, met dynamische technieken. Dynamisch zou je dan een heleboel snel kunnen checken – niet honderd procent, maar wel zodanig dat je er voldoende op kunt vertrouwen dat het werkt. De cruciale stukken verifieer je statisch; dat kost meer tijd, maar geeft je wel garanties.’

Zo’n oplossing moeten ontwikkelaars wel zonder al te veel moeite kunnen integreren in hun proces, erkent Huisman. ‘Er zijn bedrijven die elke tool omarmen die helpt om de kwaliteit van hun software te verbeteren, die daar zelfs probleemloos een extra stap voor inbouwen. Maar er zijn er ook waar dat heel lastig is, bijvoorbeeld omdat ze nog heel veel handmatig doen. Daarom zal de tool in het proces moeten passen en feedback moeten geven waar iedereen iets mee kan. Zoals de compiler inmiddels gemeengoed is en iedereen heeft geaccepteerd dat ze iets met die foutmeldingen moeten doen.’

De ontwikkeling gaat alleen niet zo snel als Huisman zou willen. ‘Om de toolset verder te brengen, is heel veel engineering nodig en die is heel lastig te financieren. Mijn aio’s moeten promoveren; ze kunnen niet al hun tijd aan toolontwikkeling besteden. Het zou mooi zijn als er potjes beschikbaar komen om daar dedicated mensen voor aan te stellen.’

Daarnaast zou Huisman graag wat meer samenwerken met het bedrijfsleven. ‘Door de grote subsidies die ik heb binnengehaald, kom ik daar nu eigenlijk niet aan toe. Terwijl het voor ons onderzoek heel nuttig is om te zien waar ze tegen aanlopen in de industrie. Wij kunnen ons wel heel druk maken over een probleem, maar als dat geen probleem is voor hen, zijn we onze tijd aan het verdoen. En willen bedrijven ons verder helpen, dan zullen we eerst een band met hen moeten opbouwen.’

Vroeg beginnen

Sinds afgelopen september is Huisman ook voorzitter van het Ambassadeursnetwerk, door het Twentse college van bestuur ingesteld met als taak te adviseren over diversiteit. Als een van haar eerste wapenfeiten in deze rol heeft ze onlangs afgesproken met de UT dat er binnen twee jaar tien vrouwelijke hoogleraren bij komen. Deze inhaalslag is geen overbodige luxe, aangezien ze in Enschede ruim achterblijven bij de landelijke norm van twintig procent.

Bij die ene vrouw op de vijf professoren blijft het niet als het aan Huisman ligt. In alle geledingen op de UT moet er meer gender balance komen: van hoogleraren tot studenten. ‘Eigenlijk moet je veel vroeger beginnen: naar basisscholen en middelbare scholen toe gaan om kinderen te enthousiasmeren voor techniek. Vervolgens moet je vrouwelijke bètastudenten het gevoel geven dat ze op hun plek zitten, met vrouwelijke rolmodellen: student-assistenten, promovendi, docenten en professoren.’

Om meisjes warm te krijgen voor informatica zal het vakgebied af moeten van zijn nerdy imago. Dat is geen sinecure. Volgens deskundigen denken we in Nederland nog veel te veel in stereotypen, meldt eerdergenoemde bericht van RTL Nieuws. ‘Als ze het bij Nieuwsuur hebben over ict, laten ze computerschermen zien waar lange codelistings op voorbijkomen, of er zit iemand te typen’, signaleert Huisman. ‘Ik ben me ervan bewust dat het zich lastig in beelden laat vangen, maar het is meer dan nullen en enen. We moeten veel meer naar buiten treden met de boodschap dat informatica leuk is, voor iedereen.’