5 August 2014

Onderzoekers van het Argonne National Laboratory trekken metingen in twijfel die het bestaan van siliceen zouden aantonen. Wat collega’s als de silicium analoog van grafeen hebben geïdentificeerd, is volgens de Amerikanen niets meer dan silicium, vervuild met een beetje van het substraat afkomstig zilver. Enkele maanden geleden toonden Mesa+-onderzoekers al aan dat er zich eigenlijk maar extreem kleine stukjes siliceen kunnen vormen op zilver, voordat zich een irreversibel proces in gang zet dat resulteert in een 3D-kristalletje.

Siliceen is een populair onderzoeksobject, omdat het in tegenstelling tot grafeen een bandovergang zou moeten hebben en dus beter geschikt is voor digitale schakelingen. Om het nanomateriaal te maken, kozen de meeste onderzoekers voor zilver als substraat, omdat dit edelmetaal niet met silicium reageert en ook niet de neiging heeft ermee te legeren. Maar het ziet er dus naar uit dat siliceen en zilver toch niet zo’n handige combinatie is.

De Argonne-onderzoekers verzamelden daarvoor behoorlijk overtuigend bewijs: ‘siliceen’ geproduceerd volgens de literatuurmethodes bleek uit meerdere atoomlagen te bestaan en spectroscopisch uitstekend met silicium overeen te komen. Uit het zilver dat ze in het materiaal vonden, leidden ze af dat zilver en silicium onder de gebruikte condities toch legeren.

De nieuwe resultaten betekenen niet dat siliceen niet zou kunnen bestaan, maar dat het bewijs daarvoor nog niet is geleverd.