Paul van Gerven
3 November 2009

Minister Van der Hoeven geeft een uitstekend signaal af door de Brainport-regio gelijk te trekken met de Rotterdamse haven en Schiphol, maar de extra aandacht mag niet ten koste gaan van andere regio‘s en innovatieprogramma‘s.

Den Haag heeft definitief zuidoost in zijn armen gesloten: de regio mag voortaan rekenen op een status vergelijkbaar met die van het Rotterdamse havengebied en luchthaven Schiphol. Per brief vraagt minister Maria van der Hoeven (EZ) aan burgemeester Rob van Gijzel het voortouw te nemen in de ontwikkeling van een visie op de toekomst van het technogebied, naar het voorbeeld van ‘s lands belangrijkste transportcentra.

’Zuidoost-Nederland is een uitstekende voedingsbodem gebleken voor succesvolle publiek-private samenwerkingsverbanden (…). Dit fundament zal de komende jaren de basis moeten vormen voor de uitbouw van de technologische topregio, die Nederland als vooruitstrevende kenniseconomie nog nadrukkelijker op de kaart zet. Ik erken dan ook het belang van Brainport voor de nationale economie en deel uw wens om te komen tot een integrale aanpak voor Brainport 2020‘, schrijft Van der Hoeven, refererend aan een zomers voorstel van Van Gijzel. De burgervader wordt verder uitgenodigd de resultaten van de visienota halverwege 2010 aan te komen bieden.

De betekenis van Van der Hoevens opdracht kan nauwelijks worden onderschat. Het landsbestuur erkent de facto dat de hightechindustrie een belangrijke economische pijler is, die in de toekomst aan belang moet winnen, wil Nederland meegaan in de vaart der volkeren. Eigenlijk zegt Van der Hoeven: wij willen niet dat Nederland een land is van alleen maar dozenschuivers en financiële goochelaars.

Het moet haast wel dat de crisis dat besef heeft aangewakkerd. Hoewel juist de hightech bijzonder hard werd getroffen, bracht zij aan de oppervlakte dat een gezonde economie op meerdere poten leunt. Nederland is te klein om een omvangrijke bancaire sector te dragen, zie het IJsland-drama, en de transportsector is bepaald geen reddende engel in tijden van mondiale recessie. De laatste heeft bovendien steeds meer concurrentie te duchten van omliggende havens en vliegvelden. Even geen grappen over eigen graven graven door geulen uit te diepen, alstublieft – dit blad waardeert zijn Vlaamse lezers evenzeer als zijn Nederlandse.

illustratie Brainport

Troetelkind

Interessant is de vraag of de crisis ook in meer praktische zin een katalysator is geweest voor de erkenning. In het crisispakket dat het kabinet in maart presenteerde, kreeg de hightechsector als enige een voorkeursbehandeling. Er kwam een extra financiële injectie van honderd miljoen euro, boven op de meer generieke kenniswerkerspot waaruit inmiddels ook ruimschoots is gegrabbeld. Had de Brainport-lobby toen al een voet tussen de deur gekregen voor structureel meer aandacht? Een onlogisch vervolg op een lange serie ontwikkelingen die de samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden steeds beter doorsmeert, is het verzoek van de minister tenslotte niet.

Toch valt er ook een goede casus te maken voor een gang van zaken waarin de crisis de beslissende opmaat is geweest voor structureel meer Haagse aandacht voor het zuidoosten. Daarin is voor burgemeester Van Gijzel een hoofdrol weggelegd. Met zijn ervaring in Den Haag weet hij hoe het spelletje wordt gespeeld en heeft hij uitstekend aangevoeld dat hij het opgebouwde momentum moest vasthouden. Met een goed getimed schrijven wist hij de aandacht van de minister definitief te strikken.

Per saldo heeft Van der Hoeven Brainport aangewezen als de trekker van de Nederlandse kenniseconomie en als zodanig mag die regio in de toekomst rekenen op korte lijntjes naar Den Haag en speciaal toegesneden financiële instrumenten. Op de keuze voor Zuidoost-Nederland valt nauwelijks wat af te dingen; de cijfers spreken boekdelen. In 2006 investeerde het gebied 2,77 procent van zijn ’bnp‘ in R&D en hoger onderwijs, terwijl Nederland als geheel bleef steken op 1,74 procent. In het laatste geval is het aandeel van de overheid ook nog eens fors groter. Er is geen regio in Nederland die Brainport dat nadoet, niet in relatieve zin maar vooral niet in absolute omvang. Een beetje speciale aandacht is dan ook in het belang van de Nederlandse burger.

Toch is het te vroeg om Van der Hoeven lof toe te zwaaien. Het zou niet de eerste keer zijn dat Nederlandse politici de kenniseconomie lippendienst bewijzen of rookgordijnen opwerpen. In de eerste helft van dit decennium boekte van alle Europese landen alleen Nederland geen enkele groei in R&D- en onderwijsuitgaven als percentage van het bnp. Het wegwerken van deze achterstand kost 1,5 tot 2 miljard euro per jaar afhankelijk van wie je het vraagt. Het aanwijzen van Brainport als troetelkind mag daar niet de aandacht van afleiden, noch mag dat ten koste gaan van andere regio‘s en innovatieprogramma‘s.