Joachim Burghartz is directeur van het Instituut voor Micro-elektronica Stuttgart (IMS Chips) en oud-directeur Dimes bij de TU Delft.

30 May 2010

Het spraakgebruik kent meer en meer woorden met een vage betekenis. Dit gebeurt als haast en hype de voorkeur krijgen boven focus en taalpurisme. Denk hier bijvoorbeeld aan ’nano‘, ’roadmap‘ en ’cluster‘. Ook het woord ’campus‘ hoort hierbij.

Campus, het Latijnse woord voor veld, wordt gezien als een gestructureerde samenleving van een universiteit met instituten en bedrijven op een en hetzelfde terrein. Bekend voorbeeld is Silicon Valley in Californië. In 1951 kwam door een initiatief van de Stanford-universiteit de eerste campus tot stand met nabijgelegen vestigingen van siliciumtechnologiebedrijven. Inmiddels is Silicon Valley een macrocampus met enkele topuniversiteiten en een industrieel netwerk op een gebied van twintig bij vijftig kilometer.

Hier werd ook het concept voor open innovatie geboren. Niet met opzet, maar als resultaat van het hire-and-fire-klimaat dat bij het dagelijkse leven van de Californiërs hoort. Met open innovatie geef je de bescherming van je eigen IP voor een groot deel weg, maar je deelt het risico door samenwerking en je bent sneller op de markt omdat personeel en kennis onmiddellijk beschikbaar zijn.

Op kleinere schaal is Eindhoven enkele jaren geleden aan de High Tech Campus begonnen. De honderd hectare van het voormalige Philips Natlab zal veranderen in een ecosysteem met negentig bedrijven en zevenduizend ingenieurs afkomstig uit vijftig verschillende landen. Dit is echter wel een campus zonder hart, want er is geen universiteit gevestigd. Hooguit is er aansluiting met enkele Nederlandse universiteiten door deeltijdhoogleraren.

Het omgekeerde zie je in Leuven, waar met de plaatselijke Katholieke Universiteit en Imec onderwijs en onderzoek op topniveau beschikbaar zijn. Maar in de loop der jaren heeft dat niet geleid tot industriële bedrijven van vergelijkbare dimensie. In plaats hiervan is Imec gastheer van internationale industriepartners.

Net over de Duitse grens in Aken willen ze zich met een nieuw campusconcept meer aan het grote Stanford-voorbeeld spiegelen. De stad heeft een terrein van achthonderdduizend vierkante kilometer beschikbaar gesteld waarop de RWTH tot 2017 tweehonderdvijftig bedrijven wil aantrekken om tienduizend nieuwe werkplekken te creëren voor de Akenaren. Met negentien onderzoeksclusters wil de campus bewuste keuzes maken om de drempels op het gebied van samenwerking laag te houden.

In Duitsland is er veel aandacht voor clusterpolitiek. Het ministerie voor wetenschap en technologie, BMBF, is bezig met de oprichting van onderzoeksclusters bij de Duitse topuniversiteiten, waaronder dus de RWTH Aken en veel Zuid-Duitse universiteiten. De meeste euro‘s gaan naar industrieverbanden, de zogeheten Spitzencluster (zie Bits&Chips 19, 2008). Het gaat niet om het oprichten van nieuwe clusters, maar om het verder versterken van de samenwerking binnen al succesvolle regio‘s. In januari kreeg het microsysteemcluster Microtec Südwest met de ankerpunten Stuttgart, Freiburg en Karlsruhe groen licht en tachtig miljoen euro projectmiddelen voor vijf jaar van het BMBF. De Microtec-regio is zelfs groter dan Silicon Valley, een echt macrocluster dus, dat door effectief clustermanagement op het spoor wordt gehouden.

Ten aanzien van deze voorbeelden is er blijkbaar geen standaard recept voor clusters en campussen. Structuur en organisatie moeten worden toegesneden op de specifieke lokale gegevens. Eén aspect komt wel duidelijk naar voren: een cluster kan bestaan zonder campus, maar een campus zonder cluster heeft weinig zin.