Paul van Gerven
29 May 2015

Onderzoekers van de University of Wisconsin-Madison hebben cellulose nanofibril (cnf) gebruikt als substraat om galliumarsenide microgolfchips op te maken. Cnf ontstaat wanneer houtvezels uit elkaar worden gepeuterd. Gewoonlijk worden de vezels ontrafeld tot op microniveau om papier van te maken, maar het proces kan worden voortgezet tot een biopolymeer wordt verkregen. Dit materiaal is flexibel en volledig biologisch afbreekbaar. Als chipsubstraat komt het van pas dat het een lage thermische uitzettingscoëfficiënt heeft. Wel trekt cnf iets te makkelijk water aan, maar de onderzoekers wisten dat te verhelpen met een epoxycoating.