Pieter Edelman
13 December 2013

Endoscopen zijn zo belangrijk geworden in de operatiekamer dat het risico en de kosten van ondeugdelijke exemplaren niet langer acceptabel zijn. Dovideq Medical uit Enschede ontwikkelde een apparaat om de toestellen routinematig te controleren op slijtage. De crowd ziet er brood in en hielp met de financiering voor de marktintroductie.

Bij minimaal invasieve ingrepen kijkt de chirurg niet meer omlaag naar de patiënt, maar omhoog naar een scherm – u kent het beeld ondertussen waarschijnlijk wel. De endoscoop is de afgelopen jaren een van de werkpaarden van de operatiekamer geworden; hoewel er met de minimaal invasieve benadering soms volledig nieuwe aanpakken zijn ontstaan zoals het plaatsen van een hartklep via een katheter, heeft de chirurg meestal gewoon een beeld van het operatiegebied nodig.

Door deze veranderde status krijgt slijtage van de apparaten een steeds grotere impact. Met name het sterilisatieproces, doorgaans met stoom van 135 graden Celsius, is een aanslag. Ook kan het weleens gebeuren dat er eentje op de grond valt. Uiteindelijk kan de kijkhoek ontzet raken of vocht en verontreinigingen kunnen het lichtpad binnendringen en het beeld verstoren.

Het operatieteam komt daar pas tijdens een ingreep achter als de patiënt al onder narcose ligt, op zijn zachtst gezegd niet het beste moment. Als er al een vervangend exemplaar geregeld kan worden, betekent het een vertraging, wat extra kosten en altijd een risico met zich meebrengt. Als er geen vervanger kan worden geregeld voor de endoscoop, moet de hele procedure worden afgeblazen of moet de patiënt alsnog traditioneel worden geopereerd.

Met dat probleem werd Bert Dommerholt, eigenaar van de Deventer specialist in audiovisuele apparatuur Dovideq, in 2009 benaderd. ‘Een van onze producten paste in de ziekenhuiswereld en ik ben bij Philips altijd werkzaam geweest in de medische sector, dus zo zijn ze bij ons terechtgekomen’, vertelt hij. ‘Er bleek geen instrument te zijn om endoscopen in het ziekenhuis op reguliere basis door te meten. Ze gaan wel af en toe voor controle naar de leverancier, maar dat is maar eens per jaar of zo. Je zou de inspectie in de workflow van het ziekenhuis willen integreren.’

Zijn bedrijf begon na te denken over een oplossing. Na een jaartje sudderen sloeg het in 2010 aan het experimenteren en het jaar erop stond er een prototype en werd Dovideq Medical opgericht. Deze tak heeft de oorspronkelijke activiteiten inmiddels volledig verdrongen en is nu klaar voor de marktintroductie.

Dovideq testen
Met de endoscooptester van Dovideq kan de sterilisatieafdeling van een ziekenhuis het instrument binnen een minuut doormeten.

‘Na een ingreep gaan alle instrumenten in het ziekenhuis naar een centrale sterilisatieafdeling. We hebben hiervoor de Scopecontrol ontwikkeld, een apparaat dat alle optische tests bij een starre endoscoop doet’, legt Dommerholt uit. ‘Je voert ze elke keer uit vóór de sterilisatie. Door in de normale workflow te testen, zorgen we ervoor dat de kans dat een endoscoop defect is op de ok praktisch is uitgesloten.’

Serieuze business

Het apparaat is gebaseerd op beeldverwerking. Als de klep dichtgaat, wordt de endoscoop in een bol met een referentiepatroon aan de binnenkant gestoken, zeg maar een kunstmatige buikholte. Aan de andere kant van de endoscoop pikt een beeldsensor via een lenzenstelsel het beeld op. ‘Afhankelijk van de hoek van de endoscoop moet je bepaalde markers zien. Met beeldanalyse kijken we of die hoeken goed zijn, of de markers scherp zijn en de kleuren goed.’

De twee ontwikkeljaren waren onder meer nodig om te werken aan het gebruiksgemak. Het apparaat moet immers routinematig worden ingepast in de normale workflow, dus het mag niet al te ingewikkeld zijn. ‘Je legt er nu een endoscoop in, je sluit de klep en binnen een minuut doet het alle optische tests’, beschrijft Dommerholt. De mechanica in het apparaat zorgt er zelf voor dat het instrument wordt vastgepakt en de referentiebol er in het juiste tempo overheen wordt geschoven; een touchscreen op de klep geeft de resultaten weer. ‘Het legt ook alle gegevens van elke endoscoop vast voor bewijsvoering achteraf’, weet Dommerholt. ‘Daar hebben we hebben een hele managementtool omheen gebouwd, zodat je al van tevoren kunt zien wanneer een endoscoop kapot zal gaan. Daarvoor bieden wij ook de opslagdienst aan.’

Daarnaast moest Dovideq een klinische validatie doorlopen. Dat is samen met het UMC Utrecht gebeurd. Daarnaast hebben verscheidene ziekenhuizen een preproductie-exemplaar aangeschaft. Die worden binnenkort omgeruild voor het definitieve model.

Dovideq dicht
Het apparaat is voorzien van een touchscreen voor de bediening en het aflezen van resultaten.

Al die tijd heeft het bedrijf de ontwikkeling bekostigd met een combinatie van eigen kapitaal en subsidies zoals innovatievouchers. ‘Bij de samenwerking met het UMC Utrecht kwam een flinke subsidie vrij. Dat was een lopend project waar ze de eigen ontwikkeling aan de kant hebben geschoven en onze oplossing hebben ingepast. Maar nu langzamerhand komen we in de fase waar het meeste geld nodig is’, aldus Dommerholt.

En daarvoor heeft Dovideq het over een andere boeg gegooid. Het nieuwe kapitaal heeft het opgehaald via crowdfunding: niet bij een paar grote geldschieters maar bij veel kleine spelers die een bescheiden investering doen. ‘Bij de Week van de Ondernemer kwam ik in contact met een crowdfundingplatform, Geldvoorelkaar. Je denkt niet direct dat dat iets is voor serieuze business, maar na enige overtuiging van hun kant zijn we toch met hen in zee gegaan’, doet Dommerholt uit de doeken. ‘Uiteindelijk is het op een vrijdagmiddag half vijf gepubliceerd. Maandag om elf uur was het bedrag van 150 duizend euro binnen.’

Ook wel interessant

Crowdfunding is afgelopen jaar bekend geworden van projecten zoals de Pebble-smartwatch en de Android-gebaseerde Ouya-spelcomputer. Bij dit soort projecten vragen de initiatiefnemers er vooral om het product vast te kopen zodat het met de opbrengst ook daadwerkelijk kan worden ontwikkeld. Vaak krijgen de vroege investeerders een leuk extraatje. ‘Maar bij ons gaat het gewoon om een achtergestelde lening die we met rente terugbetalen’, licht Dommerholt toe.

Aan de publicatie op de website ging wel een uitgebreide intake vooraf. ‘Dat verliep allemaal best snel: het duurde misschien een week of zeven, in de grote vakantie. Tijdens die intake kijken ze goed naar je businessplan. Je moet je verhaal ook op een goede en begrijpelijke manier neerzetten voor een brede doelgroep. En het moet mensen aanspreken. Daar heb je als medisch bedrijf met een oplossing voor de patiënt denk ik wel een voordeel.’

Wie zijn investeerders zijn, weet hij nu eigenlijk niet. ‘Het zijn allemaal particulieren en zakelijke mensen die hun portefeuille actief beheren. De bedragen lopen uiteen van honderd tot paar een paar duizend euro. Er zitten er een paar tussen van vijfduizend euro, daarboven eigenlijk niet.’

Dovideq detail
De mechanica in de endoscooptester zorgt voor een goede positionering gedurende het hele testtraject.

Dovideq heeft dus klaarblijkelijk een aansprekende oplossing. Dat vond vorig jaar ook de jury van de ‘Twentse’ Young Technology Award, net als die van de Shell Livewire-award die volgende week wordt uitgereikt: Dovideq is een van de vier finalisten. Belangrijker nog: de ziekenhuizen zijn geïnteresseerd, hoewel de geldstromen nog een hobbel vormen. ‘De ziekenhuizen waarmee we hebben gesproken, denken dat het apparaat zichzelf snel terugverdient. Maar de afdeling waar hij komt te staan, heeft niet direct een voordeel, dus het is lastig om die budgetten vrij te krijgen. Het duurt wel lang om hierin door te breken’, meent Dommerholt.

De oprichter denkt het komende jaar toch een flinke slag te kunnen maken en fors te groeien met Dovideq. Te meer omdat er op dit moment niet echt concurrerende oplossingen zijn. Ook werkt de inspectie voor de gezondheidszorg aan richtlijnen die routinematige controle van de endoscopen verplicht stellen, waardoor elk ziekenhuis een tester zal moeten hebben staan op de sterilisatieafdeling.

‘En we hebben contacten met fabrikanten van endoscopen’, zegt Dommerholt. ‘Het grappige is dat de ziekenhuizen die ons apparaat al hebben het nu beginnen te gebruiken om de kwaliteit van de fabrikanten te testen. Het is al meerdere keren gebeurd dat er een batch werd teruggestuurd omdat die gewoon niet goed genoeg was. Die fabrikanten zien ons dus wel als bedreiging, maar ze vinden het aan de andere kant ook wel interessant. Ze moeten even aan het idee wennen.’