Paul van Gerven
1 March 2013

Er is geen reden om pessistisch te zijn over het economisch rendement van onderzoek, maar de essentie van fundamentele wetenschap lijkt te veranderen.

Maak een reis terug in de tijd en ga na welke technologieën achtereenvolgens afvallen. Eerst de mobiele telefoon, internet en de computer, daarna volgen moderne vervoersmiddelen als de auto en het vliegtuig en televisie en radio. Rond de start van de twintigste eeuw verdwijnen elektriciteit en stromend water uit het gemiddelde huishouden en niet veel verder terug sanitaire voorzieningen. Begin achttiende eeuw zijn er geen fabrieken en spoorwegen meer. Als we de Industriële Revolutie eenmaal zijn gepasseerd, moeten we steeds grotere stappen maken om een wereldveranderende technologie weg te strepen.

Het is deze tijdreis die centraal staat in een discussie die econoom Tyler Cowen in 2011 aanzwengelde met de publicatie van zijn e-book ’The great stagnation‘. Collega Robert Gordon koos vorig jaar met ’Is US economic growth over?‘ voor een iets voorzichtigere titel, maar op hoofdlijnen komt hij tot dezelfde conclusie als Cowen.

Beide economen stellen dat de afgelopen twee eeuwen een unieke periode in de geschiedenis zijn geweest in de zin dat technologie het menselijk bestaan – en daarmee de economie – op grandioze manier heeft getransformeerd, maar dat daaraan nu een einde is gekomen. Omdat al het laaghangende fruit is geplukt, hoeft het westen niet meer te rekenen op de spectaculaire economische groei die het sinds 1800 heeft doorgemaakt.

Schaakkampioen

Het meest controversiële aan deze stelling is niet dat de Industriële Revolutie grote vooruitgang heeft gebracht, maar dat deze nu zou stagneren. Dat kun je met statistieken aantonen, zoals Cowen en Gordon in hun publicaties doen, maar je kunt het ook overal om je heen zien, zeggen hun medestanders. In vijftig jaar zijn lijnvluchten nauwelijks sneller geworden en de auto‘s rijden nog steeds op verrotte planten. Een huishouden van de hogere middenklasse beschikt over dezelfde huishoudelijke apparatuur en voorzieningen. En de laatste drie decennia kruipt de levensverwachting nog slechts omhoog; kennelijk kunnen al die miljarden aan biomedische research niet op tegen simpele vindingen als het toilet en het riool.

 advertorial 

Sigasi Extension for Visual Studio Code

Sigasi announces the release of their VS Code Extension with rich support for SystemVerilog, Verilog, and VHDL. Our extension provides features and language support such as code navigation, project management, linting, code formatting, tooltips, outline, autocomplete, hover, and much more!

cowen
Het laaghangende fruit is geplukt, zegt econoom Tyler Cowen.

Psycholoog Dean Keith Simonton van UC Davis, die zijn leven heeft gewijd aan de bestudering van genialiteit, ziet het ook gebeuren in de wetenschap. Het lijkt Simonton onwaarschijnlijk dat er in de natuurwetenschappelijke disciplines nog fundamentele doorbraken zullen plaatsvinden, althans van het soort dat herziening vereist van de studieboeken die eerstejaarsstudenten gebruiken. Als het al lukt om aan de top te komen, wat gezien de grote hoeveelheid reeds opgebouwde kennis alleen maar moeilijker is geworden, dan resten daar nog slechts een paar losse eindjes.

Zelfs in het hart van de mondiale innovatiemachine, Silicon Valley, vindt het gedachtegoed van Cowen en Gordon gehoor. Ondernemer en durfkapitalist Peter Thiel, medeoprichter van betalingsdienst Paypal en de eerste externe investeerder in Facebook, is diep teleurgesteld in de technologische prestaties van de laatste tijd: ’We wilden vliegende auto‘s, we kregen [berichten van] 140 karakters.‘ Samen met voormalig schaakkampioen Garry Kasparov heeft Thiel een blauwdruk geschreven om innovatie (en de vrije markt) te redden.

Singulariteit

Niet iedereen gaat mee in de redenering van Cowen en Gordon. Weekblad The Economist voert onder meer aan dat relatief recente uitvindingen waarschijnlijk nog lang niet hun maximale economische potentie hebben bereikt, net zoals het decennia duurde voordat elektriciteit of de computer een zichtbare impact had op de statistieken. Gentechnologie en moleculaire geneeskunde, zelfrijdende auto‘s en de overgang op duurzame energiebronnen moet je niet wegwuiven als ’meer van hetzelfde‘, zelfs al behoeven deze geen fundamenteel nieuwe kijk op de zaken.

Dat geldt beslist ook voor informatietechnologie. Zelfs al heeft de wet van Moore niet het eeuwige leven, de efficiëntie en snelheid van informatieverwerking door machines zullen nog grote stappen maken. De impact daarvan is bijna niet te voorspellen, behalve dat een verdubbeling aan het begin van een exponentiële curve in absolute zin minder aantikt dan een stuk verderop. Uitvinder, ondernemer en futuroloog Ray Kurzweil neemt dit fenomeen uiterst serieus en spreekt van een singulariteit, het punt waarop de intelligentie van kunstmatige levensvormen die van de mens voorbijschiet en uiteindelijk op zichzelf is aangewezen voor verdere verbeteringen. Deze superbreinen zouden technologische vooruitgang een ongekende zwieper geven.

Volwassen

Al met al lijkt het pessimisme van Cowen en Gordon overtrokken. En zelfs al zou innovatie op dit moment stagneren, dan hoeft zij niet tot het einde der tijden stil te staan. Met de opkomst van Azië en Zuid-Amerika kent de wereld tegenwoordig alleen maar meer knappe koppen, en er is genoeg voor hen te doen. Onze groei is gered.

Peter_Thiel
Ondernemer Peter Thiel wil vliegende auto‘s.

De observatie van Simonton snijdt meer hout: als de wetenschap een gebouw is, dan is de fundering wel zo‘n beetje af en rest onderzoekers weinig anders dan er verdiepingen, kamers en uiteindelijk nog slechts inloopkasten op te bouwen. Steeds vaker zullen ze echter met de kennis die hun voorgangers hebben opgebouwd willen ’spelen‘ (zie ook pagina 24). De wetenschapper doet een stap in de richting van de ingenieur.

Dit roept belangrijke vragen op. Als het kennisbouwwerk zorgvuldig is gestut, zou de wereld er niet meer bij gebaat zijn als bedrijven het voortouw in innovatie nemen, zoals liberalen altijd al graag wilden? In hoeverre de markt beter dan academici weet wat de wereld wil, is al decennia onderwerp van discussies, maar de mate waarin de wetenschap ’volwassen‘ is en welke consequenties dat heeft op innovatiebeleid nemen die nooit mee. In die zin is het topsectorbeleid zijn tijd misschien wel ver vooruit.