Pieter Edelman
4 March

Onderzoekers van de TU Delft en het Leids UMC stellen in Science Translational Medicine voor om atriumfibrilleren (af) te behandelen met een implanteerbaar led-lampje. Daarvoor zou wel een genetische aanpassing van de hartspier nodig zijn, maar de lichtgebaseerde methode levert geen pijn of hartschade op, wat bij de huidige aanpak met een elektrische schok wel het geval is.

Bij atriumfibrilleren, de meest voorkomende hartritmestoornis, slaan de hartboezems een onregelmatig ritme. Dat is niet direct levensbedreigend, maar kan wel ongemak opleveren en op termijn schadelijk zijn. Wanneer het ritme zich niet vanzelf herstelt, is het nodig om een elektrische schok toe te dienen. Dit overstemt de ontregelde elektrische signalen van het hart en zorgt voor een ‘reset’. Wanneer af vaak optreedt, wordt soms een defibrillator geïmplanteerd die zo’n schok toedient op het moment dat het ontregelde ritme zich voordoet. Dat kan op termijn echter ook schade opleveren aan het hartweefsel en gaat bovendien gepaard met pijn.

De onderzoekers keken daarom of ze kunnen inhaken op de stroompjes die het hartweefsel zelf opwekt. Het is al langer bekend dat het na een genetische ingreep mogelijk wordt om dit te sturen met licht. Met aangepaste virussen kunnen extra genen worden aangebracht in de hartcellen, waarna ze lichtgevoelige ionenkanalen in hun celmembraan plaatsen. Een sterke lichtpuls van de juiste frequentie kan die kanalen openzetten en ervoor zorgen dat zich een elektrische stroompje ontwikkelt.

Voor hun onderzoek ontwikkelden de onderzoekers een elektronisch circuit dat de ritmestoornis kan detecteren en met een krachtige micro-led voldoende licht in de boezems kan afleveren. Dit werd getest op ratten met af, die plaatselijk de virussen in hun hartspier geïnjecteerd hadden gekregen. Het bleek inderdaad mogelijk om herhaaldelijk en zonder pijn het hartritme te herstellen. De onderzoekers denken dat de techniek ook inzetbaar is voor mensen, maar daarvoor is nog een lange weg te gaan.