Paul van Gerven
28 June 2013

ASML betreedt met de cofinanciering van een publiek onderzoeksinstituut een spanningsveld, erkent vicepresident research Bart Noordam, maar de wetenschap klaagt niet. Integendeel.

Er is er altijd wel eentje die het feestje probeert te bederven. ’Dit wordt nu een lab waarin de maatschappij de wetenschap ten dienste stelt aan een onderneming, in plaats van andersom. Waarom laat ASML de maatschappij meebetalen?‘, schreef NRC-columnist Maarten Schinkel naar aanleiding van de oprichting van het Instituut voor Nanolithografie in Amsterdam (INL, zie kader), dat de komende tien jaar zo‘n honderd miljoen gaat stukslaan op fundamenteel onderzoek in ’gebieden die innovatie ontsluiten in de halfgeleiderindustrie‘. In een voor Nederland ongebruikelijke constructie draagt ASML daar ongeveer een derde aan bij.

Aan de telefoon reageert Bart Noordam kalm op de publiek gestelde vraag van Schinkel. ’Ik ga het niet ontkennen: we denken dat we wat aan het INL hebben. En ik weet heel goed dat we daarmee een spanningsveld betreden. Je wilt niet dat bedrijven de academische vrijheid platslaan, maar je wilt ook niet dat academici met de rug naar de samenleving staan‘, zegt Noordam. De vicepresident research bij ASML kan de kwestie uitstekend van beide kanten bekijken; tot eind vorig jaar was hij decaan op de bètafaculteit van de UvA. Volgens ingewijden komt het initiatief voor het INL uit zijn koker, maar zelf spreekt hij van een group effort binnen ASML.

ASML Bart Noordam
Bart Noordam: ’We hebben een goede balans gevonden‘. Foto: UvA, Bram Belloni

Noordam vervolgt: ’We willen zeker niet dat ASML te veel invloed krijgt. Als je originele ideeën wilt genereren en sterspelers wilt aantrekken – en dat willen we – dan moet het instituut vrijheid bieden. ASML krijgt medezeggenschap over de onderzoeksthema‘s, maar niet over individuele projecten. Een onderzoeksleider mag dus best eens iets esoterisch proberen, bijvoorbeeld. Zo creëren we een omgeving met internationale aantrekkingskracht, die goed is voor heel Nederland. We hebben een goede balans gevonden, vind ik.‘

Dynamiek

Directeur Albert Polman van het Fom-instituut Amolf, vanwaaruit het INL opstart, sluit zich daar desgevraagd helemaal bij aan: ’We zouden er natuurlijk niet aan zijn begonnen als er geen hoogstaande wetenschap bedreven zou worden. ASML betaalt de helft van de basisfinanciering van het instituut, dus is het logisch dat het inspraak krijgt, maar het is wel degelijk publiek fundamenteel onderzoek dat we gaan doen. Niemand die weet wat daar voor nieuwe ideeën, toepassingen of patenten uit komen. Bovendien leert de ervaring dat ongeveer de helft van de buitenlandse onderzoekers die we aantrekken in Nederland blijft. Dat is belangrijk voor de Nederlandse kenniseconomie.‘

ASML special
Albert Polman Amolf
Albert Polman: ’We zouden er natuurlijk niet aan zijn begonnen als er geen hoogstaande wetenschap bedreven zou worden.‘ Foto: Amolf

Amolf werkt al prettig samen met een bedrijf, vertelt Polman. De Surface Photonics-onderzoeksgroep ontrafelt samen met Philips Research in Eindhoven de geheimen van de interactie tussen licht en nano-oppervlakken, met als mogelijke toepassing ledlampen. Ook hier is de financiering ruwweg fiftyfifty verdeeld over de publieke en private partner.

Resteert de vraag waarom ASML ervoor kiest mee te betalen aan de huur van een instituut, in plaats van het bestaande netwerk van onderzoekspartners in binnen- en buitenland aan te spreken. Noordam: ’We hebben verschillende oplossingen overwogen voor de vragen waar wij op de lange termijn antwoord op zouden willen krijgen. Uiteindelijk zijn we tot de conclusie gekomen dat een fysiek instituut, waar onderzoekers dagelijks met elkaar van gedachten kunnen wisselen, de beste dynamiek en dus het snelst resultaten oplevert.‘

De oprichting van het INL betekent echter niet dat ASML andere onderzoeksactiviteiten terugschroeft, ook niet met andere onderzoekspartners. ’Ik zie ons netwerk eerder groeien dan krimpen‘, zegt Noordam. ’Elk onderzoeksprobleem heeft zijn optimale manier om aangepakt te worden.‘