Nieke Roos
29 March 2013

Met de stap naar versie 2.0 ondergaat DSP Valley een dubbele transformatie, aldus directeur Peter Simkens: niet alleen verbreedt het businesscluster zijn doelgroep naar productie en productintegratie, maar het breidt ook zijn dienstenaanbod uit naar belangenbehartiging en roadmapping.

Tijdens een feestelijke bijeenkomst in de Leuvense Universiteitshal zag op 29 januari jongstleden DSP Valley 2.0 het levenslicht. In aanwezigheid van verschillende hoogwaardigheidsbekleders en industriële topmannen, onder wie kabinetschef Karel Tobback van de Vlaamse regering en Imec-bestuurder Gilbert Declerck, onthulde directeur Peter Simkens officieel de nieuwe strategie van het businesscluster. De belangrijkste veranderingen zijn een verbreding van de focus en een verruiming van de activiteiten.

’De stap van het oude naar het nieuwe DSP Valley is een dubbele transformatie‘, licht Simkens toe. ’Ten eerste breiden we onze doelgroep uit. Spelers in DSP‘s, micro- en nano-elektronica, beeld- en geluidsverwerking en communicatie- en navigatietechnologie blijven de kern maar zij krijgen gezelschap van bedrijven die productiecapaciteit aanbieden en partijen die de technologieën toepassen in slimme producten. Ten tweede breiden we ons portfolio van services uit, onder meer met belangenbehartiging en roadmapping op Europees niveau.‘

Katalysator

DSP Valley begon ooit als Leuvense praatclub, blikt Simkens terug. ’De peetvaders waren Imec, de plaatselijke Katholieke Universiteit en de toenmalige vestiging van Philips. Halverwege de jaren negentig zijn kopstukken van die partijen regelmatig beginnen samen te komen om ideeën uit te wisselen rond chipdesign voor onder meer beeldverwerking, geluidsverwerking en telecommunicatie. In december 1996 is dat uitgemond in de formele oprichting van DSP Valley als juridische entiteit.‘

DSP Valley 2.3
In aanwezigheid van verschillende hoogwaardigheidsbekleders en industriële topmannen, onder wie kabinetschef Karel Tobback van de Vlaamse regering en Imec-bestuurder Gilbert Declerck, zag DSP Valley 2.0 onlangs het levenslicht tijdens een feestelijke bijeenkomst in de Leuvense Universiteitshal.

Aan de wieg van de vereniging zonder winstoogmerk stonden acht stichtende leden. Behalve de drie peetvaders waren dat Alcatel Mietec (tegenwoordig On Semi), Eonic Systems (na allerlei tussenstappen nu actief als Altreonic), het Europese ontwikkelcentrum van Mentor Graphics (via Frontier Design, Adelante, Arm en Cognovo onderdeel geworden van U-Blox), de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Hun gemene deler, de interesse in digital signal processing (DSP), lieten ze weerklinken in de naam van hun samenwerkingsverband.

In de loop der jaren is de groep uitgegroeid tot zo‘n tachtig bedrijven en kennisinstituten. ’Waar de oorspronkelijke insteek vooral chipdesign was, is daar embedded-softwareontwikkeling bij gekomen voor signaalverwerking‘, aldus Simkens. Het netwerk beperkt zich ook niet meer tot België, maar heeft ondertussen verschillende Nederlandse deelnemers. ’Onlangs hebben we 2M Engineering uit Veldhoven en Unitron uit IJzendijke mogen verwelkomen als lid.‘

Voor de deelnemers treedt DSP Valley op als matchmaker. ’Binnen de groep bestaan sterke complementariteiten: we hebben hardwareontwikkelaars en softwaremakers, academische en industriële partijen, productbedrijven en dienstverleners, in verschillende markten‘, legt Simkens uit. ’Onze functie is om optimaal in te spelen op deze complementaire competenties en te helpen daarin nieuwe verbanden te smeden. Elke deelnemer heeft inmiddels een of meerdere partnerschappen met andere leden. Ik wil niet beweren dat wij overal aan de basis hebben gestaan, maar bij een aantal zijn wij zeker een katalysator geweest, bijvoorbeeld via de tientallen netwerkbijeenkomsten die we per jaar organiseren.‘

Aanspreekpunt

Een tijdje terug zijn Simkens en de zijnen zich gaan herbezinnen op de toekomst van hun organisatie. ’Daar zijn een aantal vragen uit voortgekomen: hoe kunnen we de doelgroep van bedrijven en kennisinstituten verbreden, hoe kunnen we daar nog meer activiteit in genereren, hoe kunnen we nog meer opportuniteiten creëren voor samenwerking? Dit alles met het uiteindelijke doel om nog meer toegevoegde waarde te kunnen bieden aan onze leden.‘

De uitbreiding in de doelgroep zoekt DSP Valley 2.0 enerzijds in de fabricage. ’De huidige deelnemers zijn allemaal actief in de ontwikkeling‘, stelt Simkens. ’We willen nu verbreden naar aanbieders van productiecapaciteit. Veel verdwijnt naar het Verre Oosten, maar een aantal zaken kunnen we nog perfect hier maken. Ik denk aan kleine elektronicaseries, nicheproducten en prototypes. Dingen die flexibiliteit en reactiesnelheid vragen. Ik denk aan chipspecialiteiten. Niet het bulk-CMos maar bijvoorbeeld Mems, 3D-verpakkingen en galliumarsenide. Als je dat in je ecosysteem hebt, kun je toe naar een kruisbestuiving tussen ontwikkeling en productie: design for manufacturing, design for test, maar ook technology-aware design in de micro-elektronica.‘

’Anderzijds breiden we uit naar boven, naar een aantal toepassingsmarkten‘, gaat Simkens verder. ’Dat is een expliciete vraag van onze leden geweest. Zij staan allemaal aan de aanbodzijde en gaven aan in het ecosysteem behoefte te hebben aan verbanden met hun klanten, de technologiegebruikers, de systeemintegratoren. We hebben een aantal domeinen gekozen om te starten met dergelijke marktgeoriënteerde netwerken. In smart health systems zijn we zo al een dik jaar actief met bijvoorbeeld Cochlear en Televic, maar je kunt ook denken aan smart home, smart mobility, smart banking systems en smart machines.‘ Om deze ruimere opzet te onderstrepen, staat de afkorting in de naam van de stichting niet langer voor ’Digital Signal Processing‘ maar voor ’Designing Smart Products‘.

Binnen de focusdomeinen wil DSP Valley zorgen voor meer ondernemerschap door start-up- en spin-offinitiatieven te stimuleren. Daarnaast breidt het zijn activiteiten uit met belangenbehartiging op regionaal en Europees vlak. Simkens: ’We gaan onze leden vertegenwoordigen en voor hen lobbyen in nationale en internationale overlegcomités, bijvoorbeeld rond het Nieuw Industrieel Beleid in Vlaanderen en Horizon 2020. Voor Europa willen we een aanspreekpunt zijn. Bovendien willen we mee gaan schrijven aan roadmaps om zo de accenten voor deze regio te waarborgen bij organisaties als Artemis, Itea en Semi.‘

Verdubbeling

Om de nieuwe strategie ten uitvoer te brengen, is DSP Valley hard op zoek naar versterking van zijn team. Momenteel heeft de organisatie zes mensen in dienst: vijf in Vlaanderen en een in Nederland. Op korte termijn moeten dat er tien worden. De financiering komt nu nog in belangrijke mate uit subsidiepotjes. ’De nieuwe strategie past prima op wat er vanuit de overheden binnenwaait‘, zegt Simkens. ’Horizon 2020 definieert bijvoorbeeld zes key enabling technologies, waaronder nano-elektronica. Daar zitten wij als cluster bovenop. Verder vraagt Europa om smart specialisation. In Vlaanderen lopen daarvoor nu twee eerste cases: rond duurzame chemie en rond nanotechnologie voor health. Bij het elektronicastuk van het laatste project zijn wij intensief betrokken.‘

Voor de komende twee tot drie jaar weet DSP Valley zich reeds verzekerd van voldoende geld. In het kader van de campagnes Vlaanderen in Actie en het Nieuw Industrieel Beleid sponsort de Vlaamse regering het stimuleren van een aantal ontwikkeltrajecten voor nieuwe medische apparaten op basis van geavanceerde micro- en nano-elektronica. Flanders Investment & Trade verleent financiële steun voor de internationalisatie. Europa, Vlaanderen en de provincie Vlaams-Brabant cofinancieren het project om ondernemerschap te bevorderen op het raakvlak van micro-nano en slimme elektronica. Binnen Silicon Europe bundelt het cluster ten slotte zijn krachten met Holland High Tech en de evenknieën rond Dresden en Grenoble en zal het voor Vlaanderen een strategische roadmap opstellen voor energie-efficiënte micro- en nano-elektronica.

Uiteindelijk moet DSP Valley zichzelf gaan bedruipen. ’Dat is altijd onze insteek geweest‘, verklaart Simkens. ’Alleen werken onze ambities ons nu tegen. Ons huidige bestand van tachtig bedrijven en kennisinstituten levert zo‘n tweehonderdduizend euro op aan lidgelden. Daar kunnen we natuurlijk geen team van tien mensen mee overeind houden. Het komt dus heel goed uit dat we zo succesvol zijn geweest met de projectaanvragen. De komende tijd willen we ons financieringsmodel echter onafhankelijker maken van overheidssubsidies. We mikken op een verdubbeling van het ledenbestand, en dus van de inkomsten uit lidgelden, over drie jaar. Daarmee komen we een heel eind. Dat wordt een ambitieuze rit, maar met de bredere doelgroep moet het lukken.‘