Marcel_Pelgrom

Marcel Pelgrom

1 May 2015

Hij viel me al op bij het eerste college. Sterke studenten, niet te verwarren met arrogante studenten, vallen op door snelle reacties, opmerkingen die net iets voorlopen op de stof en een ontspannen houding. Hij had dat niet. Was het de oogopslag, de net iets te late reactie op een technisch grapje of zijn onzekerheid bij klassikale opgaven?

Na de eerste paar keren huiswerk bungelde hij onderaan op de puntenlijst. In de gesprekken tijdens de pauzes merkte ik wel zijn taalachterstand op, maar goed Engels spreken was voor vrijwel de hele klas een probleem. Als ik hem apart nam om een probleem met het huiswerk uit te leggen, kreeg ik nooit door of hij het snapte. Tot het volgende huiswerk natuurlijk. Ik heb hem afgeraden examen te doen in mijn vak.

Een tijd later kwam er een stagiair op onze afdeling. Bij nieuwe mensen en hun begeleiders liep ik altijd wat vaker binnen. Gewoon een kwestie van vinger aan de pols houden. Na een paar dagen begon de begeleider te mopperen: weet je wel hoe hij een spectrum uitrekent? Hij telt pulsjes! Hij was door een vakgroep signaalanalyse gestuurd en kon geen spectrum uitrekenen. Na twee weken hebben we hem teruggestuurd.

Enigszins gepikeerd ging ik verhaal halen bij de universitaire begeleiders. Daar bleek dat hij alle mastervakken met zevens en achten had gehaald! Wegens ‘taalproblemen’ had hij echter voor geen enkel vak regulier examen gedaan, maar mondeling. Tja, en wie kruisigt een hakkelende buitenlander?

Hij kwam opnieuw in beeld als promovendus. De universiteit had hem maar vast aangesteld op basis van een cv en een telefoontje. Het eerste jaar was erg zwaar. Je zou zeggen dat taalproblemen inmiddels niet meer als excuus mogen gelden, maar ja, zo’n knul terug naar Azië sturen wordt als een fors gezichtsverlies ervaren. Zo verliep de eerste kans om het aio-contract te beëindigen.

Vakgroepen ontvangen een uitkering in de orde van een ton euro voor elke geslaagde promotie. Gelukkig zag de hoogleraar de futiliteit van dat bedrag in. Zodoende dook hij een jaar later op een andere Europese universiteit op, die ook geen navraag doet naar prestaties uit het verleden. Blijkbaar pasten het onderwerp en de promotie-eisen hier beter op zijn capaciteiten.

Ik was wel verbaasd een maand voor zijn promotie een mail te krijgen van zijn hoogleraar met het verzoek als vervanger op te treden voor een onverwacht terugtredend commissielid. Ik neem graag deel aan de promotie van een kandidaat die succesvol heeft opgetreden op een topconferentie of als eerste auteur een publicatie in een toptijdschrift heeft. Hij was niet verder gekomen dan Prime-conferenties en lokale workshops: de bekende academische afvalputjes.

Het sollicitatieproces is een tombola, zeker voor hem. Hij solliciteerde vele maanden vruchteloos. Dat duurde zo lang dat inmiddels de economie fors was aangetrokken en de hrm-afdelingen iedereen die de term ict op het cv had een baan met leasebak aanboden. Hij mazzelde. Maar het werd geen fonkelende carrière. Iedereen was verbaasd wat voor simpele zaken een phd onmachtig was. Na een lange aanloop, diverse cursussen en verbetertrajecten was het duidelijk dat hij geen cruciale bijdrage aan het rendement zou leveren. Ofschoon hij inmiddels sociaal vaardig was, vormden zijn matige prestaties toch een barrière. Ontslag was echter toch wel een erg harde maatregel en bovendien slecht voor imago en sfeer, vond zijn baas.

Gelukkig werd het ook hem duidelijk dat zijn eerste carrièrepoging geen succes zou worden. Iedereen was blij toen hij als ambitieuze medewerker met enkele jaren industrie-ervaring naar de volgende halte vertrok. En zo ging dat keer op keer. Hoe het met hem is afgelopen, is helaas anders dan al die goedwillende docenten, begeleiders en bazen hadden gehoopt. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, en soms kun je die stank ruiken.