Nieke_Roos

Nieke Roos is hoofdredacteur van Bits&Chips.

29 March 2013

Een tijdje terug maakte ik me op deze plek ernstig zorgen over de toekomst van de enig overgebleven ST-Ericsson-vestiging in de Benelux. Na de sluitingen van Zaventem en Nijmegen vreesde ik hetzelfde lot voor het kantoor in Eindhoven. Zover is het nog niet. In het derde kwartaal is het wel afgelopen met ST-Ericsson: ST en Ericsson hebben besloten hun hevig bloedende joint venture te ontmantelen en de brokstukken weer op te nemen in de eigen portefeuille. De Eindhovense site komt daarbij onder Zweedse vleugels.

De hoop die ik koesterde dat ST-Ericsson zijn zaakjes op orde zou krijgen, is ijdel gebleken. Het vierde kwartaal van afgelopen jaar heeft geen verbetering gebracht: met 358 miljoen euro bleef de omzet weliswaar stabiel ten opzichte van K3, maar vergeleken met dezelfde periode van 2011 daalden de inkomsten met ruim twaalf procent. Het bedrijfsresultaat was daarbij onveranderd negatief, net als alle voorgaande kwartalen in de geschiedenis van de joint venture.

Deze verliezen drukken al een tijdje flink op de resultaten van zowel ST als Ericsson. Dat het Frans-Italiaanse concern begin december aankondigde uit de samenwerking te stappen, is achteraf gezien dan ook geen verrassing. De Zweden leken de pijnlijke waarheid op dat moment nog niet onder ogen te willen zien en zeiden zich nog te gaan inspannen voor een strategische oplossing.

Die oplossing hebben de partners de afgelopen maanden gezocht in een verkoop. Daartoe poetsten ze de vierdekwartaalcijfers nog een beetje op door ST-Ericsson anderhalf miljard aan schuld kwijt te schelden – in de rapportage heel mooi omschreven als een ’gain from shareholders‘ debt forgiveness‘. Zelfs dat mocht niet baten: ze raakten hun joint venture aan de straatstenen niet kwijt. Opheffing was het onvermijdelijke gevolg.

De vraag is hoe het zover heeft kunnen komen. De verwachtingen waren terecht hooggespannen voor de bundeling van alle Europese krachten in draadloze-communicatiechips die ST-Ericsson is. Dat het die niet heeft kunnen inlossen, lijkt voor een belangrijk deel debet aan de klantenkring. De grootste afnemers waren Nokia en Blackberry-maker Research in Motion, en laten die de afgelopen jaren nou net in een vrije val zijn geraakt doordat ze de smartphone- en tabletboot hebben gemist. Geen wonder dus dat ST-Ericsson de concurrerende leveranciers aan Apple en Samsung uit het zicht heeft verloren.

Domme pech of een gebrek aan visie? Het kan geen toeval zijn dat ST-Ericsson inmiddels toe is aan zijn vierde CEO in vier jaar. Alain Dutheil (ex-COO van ST), Gilles Delfassy (gewezen topman bij TI) en Didier Lamouche (eveneens voormalig operationeel directeur van ST en nu weer terug op zijn oude post) lijken me niet de minsten, maar ze hebben allemaal hun sporen verdiend in de halfgeleiderindustrie en niet in de mobiele markt. Waarom heeft nooit iemand van Ericsson het roer gekregen? Niet dat de Zweden zo‘n goed trackrecord hebben in mobieltjes, maar ze hebben allicht meer ervaring. Ironisch genoeg mag een andere ST-man, CFO Carlo Ferro, de joint venture nu ten grave dragen.

Als onderdeel van de ontmanteling gaan de LTE-modems en zo‘n achttienhonderd mensen naar Ericsson, terwijl ST er de andere producten en ongeveer 950 medewerkers bij krijgt. Voor de tweehonderd man van de connectiviteitsbusiness zoeken de partijen nog naar een externe oplossing. Daarnaast volgt er andermaal een reorganisatie die mogelijk zestienhonderd banen gaat kosten.

Na ’Philips‘, ’NXP‘, ’ST-NXP Wireless‘ en ’ST-Ericsson‘ komt er bij het Eindhovense clubje ’Ericsson‘ op het loonstrookje te staan. De embedded vectorprocessor die ze op de High Tech Campus ontwikkelen, is naar eigen zeggen cruciaal voor de LTE-modemarchitectuur waar de Zweden zich over ontfermen. Het is te hopen dat ze dat belang bij de nieuwe moeder ook zien en niet besluiten, net als in Rijen, om de boel te verplaatsen naar China omdat het goedkoper moet. Anders zou de terugkeer van Ericsson-ontwikkelactiviteiten in Nederland wel eens van korte duur kunnen zijn.