Paul van Gerven
23 June 2017

Europese chipontwerp-onderzoekers sloegen direct alarm toen een belangrijke subsidieaanvraag werd afgewezen. Hun protesten lijken effect te sorteren.

Bram Nauta viel bijna van zijn stoel toen hij las dat de financieringsaanvraag voor de Europese waferdeelservice Europractice was afgewezen. ‘Ik kan wel inpakken als ik geen silicium kan maken. Ik zit zelf in het selectiecomité van de ISSCC en als eerste kijk ik altijd of er metingen zijn gedaan aan de chip. Een paper op basis van alleen simulaties wordt standaard direct afgewezen’, zegt de hoogleraar ic-ontwerp aan de Universiteit Twente.

Universitaire onderzoekers als Nauta kunnen net als researchinstellingen al bijna dertig jaar rekenen op Europractice en voorganger Eurochip om hun chipontwerpen te realiseren. Door ic-designs te verzamelen en gebundeld aan te bieden bij foundry’s, weet de service de productiekosten draaglijk te houden. Chips maken kost immers miljoenen per productiegang, ook voor het kleine aantal exemplaren dat onderzoekers nodig hebben.

Gealarmeerd door de dreigende stopzetting protesteerde Nauta daarom samen met Peter Baltus (TU Eindhoven) en Kofi Makinwa (TU Delft) bij de Europese Commissie – net als veel Europese collega’s, zo bleek later. Het trio schreef bovendien een brandbrief aan de Nederlandse politiek, waarop voormalig STW-directeur Eppo Bruins, nu lid van de Christenunie-fractie, kamervragen stelde over de kwestie.

De felle reacties lijken effect te hebben. Volgens vicepresident Steve Beckers van Imec, een van de coördinerende instanties van Europractice, is de Europese Commissie onder de indruk van de protesten en beraadt zij zich op een passende oplossing. ‘We hebben op dit moment financiering tot 2018. Uitsluitsel kan nog enkele maanden duren, maar we gaan proberen de dienstverlening niet te onderbreken’, aldus een hoopvolle Beckers.

Kaart Europractice
Universiteiten en onderzoeksinstituten in alle uithoeken van Europa zijn lid van Europractice.

Hefboomeffect

Europractice telt zeshonderd leden, die vorig jaar 575 designs inleverden, waarvan vierhonderd vanuit een universiteit. Ook krijgen leden via de service toegang tot simulatietools die anders onbetaalbaar zouden zijn voor hen. De contributie voor een volwaardig lidmaatschap bedraagt 1100 euro per jaar. Brussel vulde dat afgelopen jaren aan met ongeveer twee miljoen euro per jaar. Kunnen de leden de wegvallende subsidie niet zelf compenseren? De contributie zou verviervoudigen, maar op een afstudeer- of promotieproject is dat nog altijd een bescheiden bedrag.

Nauta vreest van niet. ‘Grote kans dat veel leden het bijltje erbij neergooien. Hoe hoger de kosten oplopen, hoe meer er zullen afhaken. Er dreigt een vicieuze cirkel’, aldus de hoogleraar. Romano Hoofman, strategic development director bij Imec en algemeen coördinator van Europractice, beaamt dat. ‘In andere gebieden in de wereld zie je dat vergelijkbare programma’s doodbloeden als de subsidie opdroogt.’

Ook voor de industrie is dat een slechte ontwikkeling, benadrukten Nauta, Baltus en Makinwa in hun brandbrief. ‘Onze afstudeerders en promovendi vinden gretig aftrek bij de industrie. Of ze richten zelf een bedrijf op. Hun opleiding lijdt eronder als mijn studenten niet meer kunnen meten aan hun chips’, stelt Nauta. Ook Beckers spreekt van ‘een hefboomeffect op de Europese semicon-industrie’.

Infrastructuur

Betrokkenen, inmiddels gesteund door de industrie, zien daarom het liefst dat de EC niet met een ad-hocoplossing over de brug komt, maar permanente financiering regelt. Tot nu toe diende Europractice elke paar jaar opnieuw subsidie aan te vragen via de reguliere kanalen. Het voorstel gaat dan met vele andere projecten door de molen, met telkens het risico op afwijzing. ‘Structurele financiering zou het beste zijn. Dat is gerechtvaardigd omdat Europractice in feite deel uitmaakt van de Europese semicon-infrastructuur’, zegt Hoofman.