19 August 2010

De Nederlandse overheid zou bij haar innovatiebeleid zelf weer de touwtjes in handen moeten nemen en zich meer moeten richten op het technologische mkb. Dat is de boodschap van het manifest dat de federatie van technologiebranches FHI vandaag aanbiedt aan demissionair minister van Economische Zaken Maria van der Hoeven.

Vooruitlopend op de presentatie zegt FHI-directeur Kees Groeneveld vandaag in het Financieele Dagblad dat de verdeling van subsidiegeld teveel aan de markt wordt overgelaten. Via innovatieprogramma Point-One zouden vooral de vier grote hightechbedrijven ASML, NXP, Océ en Philips – die in het bestuur van de het publiek-private samenwerkingsprogramma een dikke vinger in de pap hebben – en hun toeleveranciers van overheidssteun profiteren. Bedrijven buiten de toeleverketen vallen daarom buiten de boot. In plaats van het innovatiebeleid volledig toe te snijden op dominante R&D-partijen, is de bv Nederland meer gebaat bij een overheid die infrastructuur ontwikkelt voor alle innovatieve mkb-bedrijven en onderlinge samenwerking bevordert.

Het is niet voor het eerst dat de FHI uithaalt naar de grote jongens. Ook OTB-oprichter Ron Kok plaatste kort na de verkoop van bedrijf vraagtekens bij hun bijdrage aan de Nederlandse innovatiekracht. Ook hij pleitte voor meer mkb-gericht innovatiebeleid.