Pieter Edelman
9 oktober

Tot nog toe spelen smartphones en wearables nog maar een bescheiden rol voor medische diagnose, want de kwaliteit is lang niet altijd gegarandeerd. De Vlaamse startup Qompium heeft nu een belangrijke stap gezet door zijn hartritme-app FDA-gekeurd te krijgen. Het bedrijf wil zijn softwarearchitectuur nu gaan aanbieden aan andere appmakers.

Wie ‘heart rate’ intikt in de Play Store van Android of App Store van de Iphone krijgt een lange lijst appjes voorgeschoteld die allemaal claimen je hartslag te kunnen meten met je telefooncamera. Het verrassende is: ze werken best aardig. Maar veel van die appjes hebben een dubieuze oorsprong. Om nou echt een medische diagnose te baseren op het knutselwerk vol reclames van een zolderkamerprogrammeur, met hardware die daar helemaal niet voor bedoeld is, is niet bepaald een slim idee.

Toch schuilt er een solide idee achter die appjes. Op elke hartslag stroomt er wat extra bloed door de vingertop, waardoor licht van een specifieke kleur net wat meer wordt geabsorbeerd. De smartphonecamera kan die kleine kleurveranderingen in je vingertop meten. Dit staat bekend als photoplethysmography. Hartritmemonitors op een vingertop gebruiken hetzelfde principe.

De Vlaamse startup Qompium is nu de eerste die dit idee heeft uitgewerkt tot een daadwerkelijk medisch toepasbare applicatie. Hun Fibricheck-app ontving vorige week goedkeuring van de Amerikaanse medische-apparatuurwaakhond FDA om een tiental hartritmeaandoeningen vast te stellen. Een jaar geleden begon het bedrijfje al met Europese activiteiten nadat het een CE-keurmerk had gekregen. Met ook de FDA-goedkeuring ligt de weg open naar wereldwijde uitrol. Eerder dit jaar opende het al een kantoor in San Francisco.

Het potentieel voor de app is groot, met name als het gaat om atriumfibrilleren. Maar liefst twee procent van de bevolking leidt in meerdere of mindere mate aan deze stoornis. De aandoening is niet direct gevaarlijk, maar kan op lange termijn wel schade veroorzaken. De kans op een beroerte neemt bijvoorbeeld toe. Daarom is het zaak de stoornis goed te monitoren, zodat zo nodig kan worden ingegrepen met medicatie.

Een appje of wearable is dan natuurlijk heel aantrekkelijk. Dit soort consumentenapparaten is wijdverspreid en relatief goedkoop. Bovendien voel je je veel minder ‘patiënt’. Veel makers van consumentenapparatuur proberen dan ook een plekje te veroveren in de lucratieve markt voor gezondheidszorg. Samsung bouwde een tijdlang bijvoorbeeld dedicated hartslagsensoren in zijn smartphones in, en de nieuwste versie van de Apple Watch beschikt over een ecg-meter.

Toch gaan de ontwikkelingen traag. Zorgverleners zitten nog niet echt te wachten op het inpassen van externe meetgegevens in de bestaande werkprocessen. Bovendien is lang niet altijd duidelijk wat hun kwaliteit is. Daarom zijn veel van dit soort initiatieven tot nog toe spielerei voor nieuwsgierige consumenten.

Vertrouwen op een app

‘Implementatie is een probleem als mensen het niet vertrouwen’, zegt Qompium-ceo Lars Grieten. Het bedrijf werd in 2014 opgericht om juist hier verandering in te brengen. Onder meer door de CE- en FDA-goedkeuring te halen. Maar ook door de gegevens te koppelen aan medisch professionals: de data worden niet alleen geanalyseerd door de software, ze worden ook ontsloten via een webportal voor de behandelend arts. Die kan ervoor kiezen om de gegevens te laten beoordelen door een team van medisch specialisten van Qompium. ‘Vandaag doen we dat zelf, maar we hebben alle vrijheden ingebouwd om dat te outsourcen’, vertelt Grieten.

Voor het bedrijf is Fibricheck eigenlijk pas de opmaat naar een veel breder ecosysteem van smartphonegebaseerde gezondheidszorg. ‘Als morgen iemand een andere app wil maken buiten het domein van hartritmestoornissen, en die moet door de medische keuring gaan, dan hebben we tachtig procent van het werk al gedaan met onze softwarearchitectuur en infrastructuur’, legt Grieten uit. ‘Onze volgende stap is om dat aan derden te gaan aanbieden als software-as-a-service.’

Grieten moet toegeven dat dat wel een beetje een atypisch bedrijfsmodel is. ‘Fibricheck is heel verticaal geïmplementeerd met een duidelijk doel. We hebben van elke stap in de ontwikkeling geleerd, waardoor we nu heel flexibel andere apps kunnen bouwen. We hebben een complete microservice-architectuur draaien die bestaat uit een twintigtal verschillende modaliteiten waaruit je kunt kiezen. Daar kun je makkelijk je eigen algoritme in toepassen. Een van de zwaarste processen voor CE- en FDA-goedkeuring is om je softwarearchitectuur compliant te maken; wij zijn daar al doorheen gegaan.’

Uitrol onderweg

Ondertussen is Fibricheck zelf al aan een opmars begonnen. ‘Er zijn meer dan duizend artsen die de app voorschrijven en we hebben een kleine vijftigduizend gebruikers tot vandaag’, vertelt Grieten. De app wordt ingezet door mensen die een keertje willen checken of er iets aan de hand is, maar het meest interessant is de situatie waarin artsen de app voorschrijven om een aandoening te monitoren. Patiënten moeten drie maanden lang twee keer per dag een minuut lang hun vinger op de camera leggen.

De app voorziet ook in een vragenlijst, waarin gebruikers kunnen invullen hoe ze zich voelen. ‘Daarmee willen we proberen te achterhalen of er een correlatie is tussen die subjectieve symptomen en de objectieve meting’, legt Grieten uit.

Op dit moment is er een Belgische zorgverzekeraar die het gebruik vergoedt. Grieten denk dat er volgend jaar voor heel België een vergoedingsregeling is. Verder werkt zijn bedrijf aan een smartwatchgebaseerde toepassing van Fibricheck.

Qompium werkt ook aan een derde manier van gebruik. ‘We krijgen heel veel dat mensen zeggen: ‘Ik weet wat het probleem is, ik heb het nu drie maanden gebruikt onder begeleiding van een arts en nu zou ik het zelf willen opvolgen.’ Dus we willen een toepassing in de markt zetten om op een geïnformeerde en verantwoorde manier die mensen te empoweren, zonder arts in de lus. Dat ligt nog wel wat verder weg, want dat zijn geen eenvoudige opdrachten.’