Marcel_Pelgrom_12

Marcel Pelgrom

7 April 2006

Twee wandelaars lopen door het bos. Opeens staan ze oog in oog met een grote beer. De wandelaars rennen weg, maar het beest komt hen achterna. Na een kwartiertje sprinten duiken ze hijgend achter een grote boom om even bij te komen. De eerste wandelaar graait in zijn rugzak en haalt er twee gympen uit. ’Denk je dat je de beer daarmee voorblijft?‘, vraagt de tweede wandelaar. Antwoordt de eerste: ’Nee, de beer blijf ik niet voor, maar jou wel!‘

Wie het economiekatern regelmatig leest, herkent de spelers uit dit verhaal. Elke dag kunt u lezen hoe Aziatische en Oost-Europese firma‘s ter bevrediging van de kooplustige westerse consument onze industriële activiteiten overnemen. Westerse bedrijven moeten in dit lagelonengeweld voortdurend hun strategie bepalen. In de ons omringende landen poetsen de bestuurders massaal hun gympen op.

De Nederlandse overheid en de grote bedrijven hier lijken echter meer op de tweede wandelaar. Sterker nog, ze gooien alles wat ook maar enigszins op schoeisel lijkt in de aanbieding: ’Wilt u misschien een energienet? Deze maand zeer voordelig een halfgeleiderfabriek! Of toch liever een stukje telecom? We doen er graag nog een supermarktketen of een uitgeverij bij.‘

Waar onze buren hun posities versterken, bepalen bij ons de rekenmeesters dat we de beer toch niet voorblijven. In plaats van op eigen kracht te vertrouwen, geven we liever het roer over aan willekeurige buitenlandse partijen. Een vorm van berekenende lafheid en een broertje van het bekendere gedogen. Hoe het afloopt, kunnen ze u niet meer vertellen bij Fokker, Hollandse Signaal, JDS Uniphase en de vroegere ontwikkelcentra van Agere, Ericsson en Lucent in Nederland. ’Overnames‘ lopen zelden goed af voor de kleinere partij, concluderen bedrijfsanalisten. Meestal gaat na een paar jaar de productie dicht, daarna krimpt de ontwikkelafdeling en ten slotte blijven er hooguit wat gevelreclamejongens over.

Natuurlijk zijn er in het recente verleden behoorlijke fouten gemaakt. De financiële transparantie in bedrijven resulteert vaak in een vertroebelde en versplinterde interne organisatie, waar al het synergievoordeel verdampt. De enorme druk op shareholders value miskent dat een bedrijf in eerste instantie zijn bestaansrecht ontleent aan zijn producten en diensten. Een onderneming overleeft op het vakmanschap in alle bedrijfsonderdelen en niet alleen met financiële lenigheid. De aandachtsverschuiving van oude technieken naar de kinderlijke vreugdes van het digitale speelgoed komt meestal neer op het verlaten van renderende markten met niet meer dan een virtuele compensatie.

Wij koesteren in dit land nog steeds de droom van een zachtaardige wereld waar wij slimme Nederlanders naar believen kunnen scoren. Zoals onze Jochem de Bruin van de Rabobank een schone Zweedse wegkaapt voor de ogen van de ietwat suffige buitenlandse concurrentie. De reclame is een spiegel van het denken in de samenleving.Het besef dient door te dringen dat onze welvaart is bevochten op basis van een goede industriële thuisbasis. Daarom mogen de Nederlandse overheid en grote bedrijven best hun internationale visie met wat rood-wit-blauw bijkleuren. Een boel middelgrote bedrijven en bijvoorbeeld ASML laten zien dat technologische voorsprong loont. Met zulke unieke technische competenties kan een strijdbare bestuurslaag de positie van de Nederlandse industrie aanzienlijk verbeteren. Dat zal ons goede gympen opleveren en desnoods kan die beer de Nederlandse leeuw nog leren kennen.