Pieter Edelman
15 December 2017

Na tweeënhalf jaar stopt Hans Brons als ceo van Nemo Healthcare. Maar niet nadat hij de startup voor zwangerschapsmonitoring vlot heeft getrokken. De lessen van Irex, de pionier in e-readers waar Brons eerder aan het roer stond, kwamen daar goed van pas.

Bij techminnend Nederland zal de naam Hans Brons een belletje doen rinkelen. Een decennium geleden was hij ceo en oprichter van Irex Technologies, dat alle papieren op zak had om een van de belangrijkste spelers te worden in de ontluikende markt voor e-readers. Dat is uiteindelijk niet gelukt, maar veel heeft het niet gescheeld.

Brons heeft net zijn volgende avontuur erop zitten: Nemo Healthcare, een spinoff van de TU Eindhoven en het Máxima Medisch Centrum (MMC) die werkt aan een betere manier om bevallingen te monitoren. Hij kwam er op het moment dat het eigenlijk ook niet zo goed ging met het startende bedrijf. Zijn ervaringen uit het verleden brachten er nieuwe hoop voor de toekomst.

Nemo Healthcare, gevestigd in een vleugel van het MMC die als bedrijfsincubator dient, werd in 2010 opgericht door twee Eindhovense promovendi. Zij hadden uitgedokterd hoe een paar simpele elektrodes op de buik van de vrouw een schat aan informatie over de bevalling kunnen opleveren. Met slimme signaalverwerking zijn hiermee de hartslag van moeder en kind en de spierbewegingen van de baarmoeder in kaart te brengen.

Daarmee zou de geboortezorg flink verbeterd kunnen worden. Dit zijn namelijk de signalen die volgens de richtlijnen nodig zijn om een bevalling goed te monitoren, maar ze zijn niet zo makkelijk te registreren. Voor weeën wordt doorgaans een mechanische sensor gebruikt, voor het kinderhart ultrageluid, beide methodes die gevoelig zijn voor beweging. Wanneer er voldoende ontsluiting is, kunnen er ook elektrodes op het hoofd van het kindje worden geplakt.

Elektrodes op de moederbuik kunnen echter al aan het begin van de bevalling worden ingezet, kunnen beter overweg met bewegingen en andere verstoringen, en zijn comfortabeler. Bovendien, zo speculeerden de oprichters van Nemo, zou de techniek nog allerlei andere verbeteringen kunnen introduceren, zoals het registreren van de foetale hartslag ver voor de bevalling.

Nemo ging aanvankelijk voortvarend aan de slag. De oprichters realiseerden zich heel goed dat ze niet alles tegelijk konden en richtten zich in eerste instantie op een afgebakende toepassing: het registreren van weeën in het ziekenhuis via een ‘pleister’ met elektrodes. Die keuze moest ervoor zorgen dat er snel een product op de markt kwam. Daarna zou stapsgewijs uitgebreid kunnen worden naar de andere toepassingen van de techniek.

Maar zoals dat gaat bij startups duurde het allemaal langer dan gedacht, onder meer vanwege het zware medische-certificeringstraject. En toen het eerste product in 2014 op de Europese markt kwam, viel de verkoop tegen. ‘Er zat, zeker naar het oordeel van de aandeelhouders, te weinig tractie op. Ze zagen niet de verwachte grote volumes ontstaan’, vertelt Brons. Nemo was in een dal beland. ‘De aandeelhouders waren financieel redelijk uitgeput, ze zaten met het bestuur feitelijk in een impasse en er was onenigheid over de te vervolgen koers. Stoppen was een serieuze optie.’

Nemo_Hans_Brons

Grote slag

Dat was het moment dat Brons betrokken raakte bij Nemo. Hoewel het eigenlijk niet de bedoeling was om er aan de slag te gaan: hij wilde wat tijd om zich te bezinnen op de rest van zijn carrière, nadat hij na tien jaar een punt had gezet achter alle avonturen rond e-paper.

Brons kwam met deze displaytechnologie in aanraking bij Philips. Als afgestuurd econoom begon hij daar in de jaren negentig in de inkoop en logistiek voor de Medical-tak. De jaren erna verbreedde hij zich richting Research, en uiteindelijk kreeg hij daar de leiding over displaytechnologieën.

Toen Philips in 2004 aangaf te willen stoppen met alle displayactiviteiten, besloot Brons verder te gaan met de veelbelovende e-papertechnologie. ‘1 juli 2005 ben ik begonnen met een traject dat als doelstelling had om binnen een jaar op de markt te komen met een eerste applicatie. De eerste e-reader, de Iliad, is toen inderdaad in 2006 uitgebracht’, kijkt Brons terug. ‘Maar wel met de gedachte dat we te vroeg gelijk konden hebben. Elektronisch papier stond toen nog in de kinderschoenen, Philips was de eerste en enige partij die er echt mee bezig was en voor ons was het enorm pionieren met iets dat nog niet bestond voor een nog niet bestaande markt.’

‘Vanuit de Philips-tijd hadden we wel geleerd dat de weg van nieuwe technologie via de professionele applicatie naar de consument loopt. Zo is het met de telefoon gegaan, met de fax, met de televisie, en ga zo maar door. We wilden ons dus richten op professionals, waarbij we het traditionele papier zagen als onze grote concurrent. Onze uitdaging was om te voorzien in een applicatie die papier ten minste zou benaderen in zijn functionaliteit, met hetzelfde schrijfgevoel en dergelijke.’

Aan aandacht voor het nieuwe product ontbrak het in elk geval niet: de noviteit kwam uitgebreid in de pers en zelfs menig consument keek verlekkerd naar het apparaat. Diverse kranten en uitgevers zagen wel wat in een deal. Irex liet zich echter niet afleiden. In 2008 begon het met de ontwikkeling van de opvolger van de Iliad, een 10 inch exemplaar, wat het formaat van een a4’tje benaderde – ‘Dat was de belangrijkste feedback die we kregen over de Iliad’, legt Brons uit.

Met dit nieuwe exemplaar zou Irex daadwerkelijk zijn grote slag slaan, met een grote introductie in de VS. De bankencrisis stak echter precies op het verkeerde moment de kop op: ABN Amro had een investering van twee miljoen euro toegezegd, maar nog voordat die geformaliseerd kon worden, moest de bank zich terugtrekken.

‘Dat haalde zo’n beetje het hele fundament onder de organisatie vandaan; zij waren lead investor. We hebben het uiteindelijk kunnen doorzetten dankzij een kleinere investeerder, Main Capital, die halsoverkop een tweede fonds creëerde, maar dat was niet zo veel als we eigenlijk nodig hadden.’

Irex_Iliad_02
Irex zag aanvankelijk papier als de voornaamste concurrent van zijn e-readers.

Vreemd verhaal

Ondertussen roerde zich een nieuwe speler in het veld: Amazon, de grootste boekenwinkel ter wereld, kondigde aan met een e-reader te komen, gekoppeld aan zijn eigen content. Feitelijk was dat geen concurrent voor Irex, want Amazon richtte zich op de consumentenmarkt. Maar begrijpelijkerwijs werden de aandeelhouders wel nerveus.

‘Toen hebben we besloten een soort van betting the company-strategie te voeren en te proberen een consumentenproduct te lanceren in Amerika. Dus de beperkte middelen die we hadden, zetten we in om opnieuw een product te ontwikkelen, maar dan voor de consument. Parallel daaraan ben ik in Amerika aan de slag gegaan met het aanknopen van relaties voor de content’, aldus Brons.

Dat ging eigenlijk vrij makkelijk. Barnes & Noble, destijds de grootste boekenretailer in de VS, stond door de aankondiging van Amazon met zijn mond vol tanden. Het bedrijf had zelf wel eerder geprobeerd een lcd-gebaseerde e-reader uit te brengen, maar die was geflopt. Toen de Barnes & Noble-directeur dus in het najaar van 2008 een mailtje kreeg van een zekere Hans Brons uit Nederland om te praten over een e-papergebaseerd device, was dat dan ook een schot in de roos. Al snel volgde een deal.

Ook Best Buy, Amerika’s grootste elektronicaketen, zag er wel brood in om de Irex-reader te gaan verkopen. Alles hing echter af van de timing: het device moest in 2009 op Black Friday, de dag na Thanksgiving, in de schappen liggen. Dan zou het kunnen profiteren van het zo belangrijke Amerikaanse kerstseizoen. Dat leek aanvankelijk te gaan lukken. Het Irex-team wist in negen maanden een consumentendevice te ontwikkelen en stuurde het in oktober op richting de VS.

Toen sloeg het noodlot toe: de Federal Communications Commission, het overheidsagentschap dat waakt over draadloze communicatietechnologie, wilde er nog eens goed naar kijken. Nog altijd een vreemd verhaal, vindt Brons: ‘We hadden twee heren in ons ontwikkelteam die al vijftien jaar bij Philips kennis en ervaring hadden opgedaan op dat gebied en we hadden dat traject al meerdere malen doorlopen. Het was eigenlijk alleen een kwestie van het keurmerk halen. En toen stond daar ineens een rode vlag: het product moest toch nog een keer worden onderzocht. En wij niet alleen, ook Sony werd tegengehouden met de e-reader die zij met kerst in de markt hadden willen hebben.’

Uiteindelijk kwam de goedkeuring er: op 30 december, een paar dagen na de kritieke kerstdagen. Daarmee was de kans voor Irex verkeken en kwam er een eind aan het consumentenavontuur.

Maar de displaytechnologie zelf was nog steeds veelbelovend. Na het faillissement van Irex volgde daarom al snel een doorstart, onder de naam IRX. ‘De basis daarvoor was een deal met LG Displays. Zij wilden dé hofleverancier worden van Amazon en Sony en alle andere readerfirma’s, maar ze slaagden er niet in om de kwaliteit te halen die wij hadden. Dus we hebben toen een kennisoverdrachtsproject gedefinieerd om engineers van hen te trainen. Daar hebben we twee jaar lang heel mooi van kunnen leven, terwijl we zelf een nieuwe ontwikkeling konden starten: de transitie naar kleur. Je kunt met een reflectief scherm niet met filters werken, dan krijg je echt hele fletse kleuren. Maar wij zaten op een spoor van fundamenteel kleur.’

Helaas liep die ontwikkeling uiteindelijk stuk op de pigmenten die ervoor nodig waren. ‘Elke keer werd de specificatie net niet gehaald, en op een gegeven moment hebben we elkaar aangekeken en de vraag gesteld of het nog zin had om door te gaan. En het antwoord was nee. De energie was er toen ook wel uit’, moet Brons toegeven.

Irex_Iliad_bouwterrein

Direct verkocht

Niet lang daarna werd Brons gevraagd eens te gaan praten met aandeelhouders en bestuur over de opties voor de toekomst van Nemo. Maar al snel zag hij er een toekomst voor zichzelf. ‘Toen ik daar in gesprek raakte, kwam eigenlijk onmiddellijk het fijne gevoel terug dat ik ook had bij Philips Medical. Terugkijkend, realiseerde ik me dat ik mijn tijd daar eigenlijk wel een van de meest waardevolle periodes vond, omdat je er met innovaties werkt die er echt toe doen. Die reader is natuurlijk een prachtig product, maar een bijdrage leveren aan de gezondheid en betere gezondheidsuitkomsten sprak me eigenlijk nog veel meer aan.’

‘Ik heb in die fase ook gesproken met een van de grondleggers van Nemo, professor Guid Oei, een autoriteit in de gynaecologie. Als je hem hoort praten over zijn passie, wat hij wil bewerkstelligen en hoeveel kansen we eigenlijk nog laten liggen, en hoe technologie daar een brug in kan slaan, was ik eigenlijk direct verkocht.’

Bovendien had Brons ook het idee dat hij zijn ervaring van de afgelopen jaren hier nuttig kon inzetten. ‘Laten we eerlijk zijn, ik heb in al die jaren met Irex en IRX het nodige meegemaakt als het gaat om continu die balans vinden tussen de beschikbare hoeveelheid geld en wat je wilt en moet realiseren binnen een specifiek tijdsbestek. Om binnen zo’n multidisciplinair team aan de slag te gaan en daar iets uit zien te creëren, dat vind ik toch mooi.’

Tegelijkertijd zag hij wel in dat het niet makkelijk zou worden. ‘Naar mijn oordeel was er een kans van slagen, maar op een aantal sporen moesten er flinke stappen worden gezet. Er zou een nieuwe financier aan boord moeten komen, de ontwikkeling zou weer gladgetrokken moeten worden met de juiste prioriteiten, de marktontwikkeling moest in gang gezet worden. Met die inschatting heb ik de aandeelhouders er gelukkig van kunnen weerhouden om ermee te stoppen. Maar wel met de kanttekening dat het geen gelopen race is en dat de kans dat het niet lukt groter is dan dat het wel lukt. Ik heb ze ook wel duidelijk kunnen maken dat ze voorlopig geen grote winst hoeven te verwachten, zo werkt het nou eenmaal niet. De incubatietijd voor een medische applicatie is gemiddeld acht tot tien jaar.’

Nemo_Puretrace_01
De Puretrace van Nemo Healthcare biedt een eenvoudigere manier om weeën te monitoren.

Zonnig verhaal

De weeënmonitor illustreert die problematiek goed. Nemo wist al in 2013 CE-certificering te krijgen en bracht het apparaat in 2014 op de markt, maar die had niet zo veel interesse. ‘Er zijn altijd wel early adopters, maar de grote gemeenschap gaat er pas mee aan de slag als het wetenschappelijke bewijs is geleverd met een publicatie’, verklaart Brons. ‘Dat betekent dat je heel veel patiëntgegevens moet gaan verzamelen: voor die weeënmonitor waren er honderd inclusies nodig.’

Voor de goede orde, dat zijn dus patiënten die naast de standaard monitoring ook nog een Nemo-pleister krijgen, puur en alleen om die te testen. En elk van hen moet daar toestemming voor geven bij aankomst in het ziekenhuis. ‘Je kunt je voorstellen dat niet iedereen daar ja op zegt; de meesten hebben wel wat anders aan hun hoofd. Wij hadden het geluk dat het verschil na een klein aantal registraties al zo significant was dat de onderzoekers uiteindelijk bij vijftig inclusies konden stoppen, maar toen waren we al een jaar verder. Uiteindelijk heeft het tot deze zomer geduurd voordat daar een wetenschappelijke publicatie uit is voortgekomen.’

De grote belofte van Nemo was om de hartslag van het ongeboren kind te registreren, dus in de tussentijd moest het product ook worden doorontwikkeld. En dat eigenlijk zonder grote inkomstenbron. Toen Brons begon in 2015, was het daarom zijn eerste prioriteit om nieuwe investeerders te zoeken. ‘We hebben vrij snel een lening weten te krijgen en op basis daarvan zijn we in staat geweest om voor eind 2015 een proof of concept te ontwikkelen met de volledige functionaliteit. Daarmee zijn we investeerders afgelopen.’

Een lastige klus, want veel geldschieters zitten niet te wachten op de lange aanlooptijden in de medische sector. Bovendien had Brons uit zijn eerdere activiteiten wel geleerd dat ook de onderneming kritisch moet zijn op de investeerder. ‘Er zit heel veel kaf onder het koren. Je moet een goed referentieonderzoek doen om zeker te weten dat je de juiste partijen aan tafel hebt zitten die eventueel ook kunnen doorinvesteren. Er zijn een heleboel voorbeeldverhalen van mensen die gewoon instappen op basis van een mooi zonnig verhaal en bij de eerste hickup vastlopen.’

‘Met de financiële crisis is er op dat punt wel wat veranderd. De venture capital-gemeenschap met de redelijk professioneel geleide bedrijven richt zich veel meer op ondernemingen die al omzet draaien en waar de groei gefinancierd moet worden. De startups zijn daardoor meer aangewezen op de family, fools and friends, dus informele investeerders en gelukszoekers, mensen die zelf ergens fortuinlijk zijn geweest en een deel van hun geld wel willen besteden aan leuke initiatieven. Vaak denken ze dat het trucje waarmee zij hun fortuin hebben gemaakt ook kan werken bij jou. Maar het zijn vaak geen deskundigen, en je hoeft ook niet bij hen aan te kloppen voor een tweede of derde tranche.’

Voor Nemo pakte de zoektocht echter uitstekend uit: begin 2016 stapte een nieuwe aandeelhouder in voor drie miljoen euro, en een week later kwam daar plotseling een subsidie bovenop van vier miljoen. ‘Ik wilde niet op één paard wedden, en Nemo had al een fase 1-subsidie in het Horizon 2020 SME-programma ontvangen en daardoor konden we redelijk makkelijk voorsorteren op een fase 2-grant. Die aanvraag werd niet gehonoreerd, maar we kregen wel een eervolle vermelding en de mogelijkheid om hem binnen een week aangescherpt opnieuw in te dienen. Toen zijn we van de ruim elfhonderd inzendingen als eerste geëindigd, met de volledige toekenning van onze aangevraagde begroting.’

Met die dubbele investering kwam de ontwikkeling plotseling in een stroomversnelling. Halverwege vorig jaar kon Nemo serieus beginnen met de ontwikkeling van het uitgebreide product, en binnenkort starten de eerste klinische trials.

Nemo_Puretrace_02

Half ei

Het Nemo-systeem bestaat uit drie delen: de elektrodepleister, die via een kabel verbonden is met een versterkerkastje, dat op zijn beurt weer aan een basisstation hangt. ‘We wilden de entreebarrière voor het ziekenhuis zo laag mogelijk houden. Dat basisstation koppelt met de bekende merken ctg-monitors, maar ook met het centrale bewakingssysteem in het ziekenhuis. Daardoor hoeft er alleen in een basisstation te worden geïnvesteerd, niet in een compleet nieuwe ctg-monitor’, legt Brons uit.

Een ietwat omslachtige opstelling dus. Maar het is een opstapje naar de uiteindelijke versie, die medio volgend jaar op de markt zal verschijnen. ‘Dat wordt een draadloos systeem. We hebben die versterker geminiaturiseerd tot de grootte van een half ei zodat die op de pleister kan worden geplaatst. De gegevens worden draadloos verzonden naar het basisstation.’

Dat systeem opent ook allerlei andere deuren. Op dit moment is het bijvoorbeeld niet mogelijk om de hartslag van een kind al ver van tevoren in kaart te brengen. ‘Ecg-informatie op foetaal niveau bestaat vandaag de dag eigenlijk niet. Maar onze registratiemethode maakt het mogelijk om vanaf zo’n twintig weken al een ecg te krijgen. Je zou toekunnen naar een situatie waarbij je naast een twintigwekenecho ook een twintigweken-ecg maakt’, zegt Brons. ‘In het AMC hebben ze al heel veel registraties gedaan met een proefopstelling van ons.’

Een andere mogelijkheid is om monitoring op afstand uit te voeren. ‘Vrouwen die al een hele moeilijke bevalling achter de rug hebben, of waar bijvoorbeeld sprake is van een hoge bloeddruk of hartafwijkingen, die worden extra in de gaten gehouden. Die moeten nu om de zoveel tijd naar het ziekenhuis komen om een filmpje te laten maken. Je hebt ook vrouwen die zo’n ernstige indicatie hebben dat ze weken op de high care-afdeling moeten liggen. Die vrouwen zijn dus niet thuis en de hele dag aan bed gekluisterd, en het zijn ook nog eens hele dure ligdagen. Je zou ze ook gewoon in een thuissituatie kunnen houden met zo’n pleister die op afstand wordt uitgelezen. We hebben vorig jaar al aangetoond dat een deskundige op afstand in principe die meting kan lezen.’

Het zal echter nog wel even duren voordat dat ook daadwerkelijk kan, want alles in de medische sector gaat stapje voor stapje. ‘Als je een product CE- of FDA-gekwalificeerd wilt krijgen, dan wordt altijd gesproken van een zogeheten intended use, waarbij je het vergelijkt met iets dat er al is. Daar moet je je dus in eerste instantie op richten’, weet Brons. ‘Maar stap twee is dat wij onze intended use uiteindelijk veel breder kunnen trekken.’

Brons maakt het niet meer mee als ceo; vanwege persoonlijke omstandigheden heeft hij zijn functie onlangs neergelegd, hoewel hij wel betrokken blijft bij Nemo. Zijn opvolger wordt Michiel Manuel. ‘Die is ruim dertig jaar in dienst geweest van Philips Healthcare. Hij heeft daar diverse senior leadership-functies bekleed en is met zijn ervaring zeer geschikt voor de fase die Nemo nu ingaat.’