Pieter Edelman
16 April 2014

Intel brengt zijn embedded-activiteiten samen met softwaredochter Wind River onder in een aparte businesslijn: de Internet of Things-groep. De lijn wordt grotendeels gebaseerd op de Intelligent Systems-groep, die bij de datacentrumpoot zat. De activiteiten rond communicatie-infrastructuur van deze groep blijven hier achter.

Intel voert nog enkele andere veranderingen door, alhoewel het intern al langer met deze structuur werkt. De Socs voor smartphones en tablets worden voortaan als aparte poot beschouwd. De overgenomen activiteiten van Infineon Wireless vallen hier ook onder. Door het weghalen van de embedded en mobiele activiteiten blijft er niet veel over van de poot voor ‘overige processoren’. Deze wordt daarom samengevoegd met de andere ‘losse eindjes’ binnen het bedrijf tot een groep voor ‘de rest’: netbooks, opslag, corporate, et cetera. Intel krijgt dus zes hoofdgroepen: zoals voorheen pc’s, datacentrum, en software en services, en daarnaast internet of things, mobiel en communicatie, en overig.

Het bedrijf maakte zijn resultaten over het eerste kwartaal voor het eerst via deze indeling bekend. De pc-groep, de traditionele melkkoe, wist de voeten aardig droog te houden met een omzet van 7,9 miljard dollar – een procent minder dan een jaar geleden. De datacentrumgroep groeide met 11 procent naar 3,1 miljard. De nieuwe internet-of-things-groep haalde 482 miljoen dollar binnen, virtueel 32 procent meer dan een jaar eerder. De mobiele ambities willen nog steeds niet erg vlotten: de omzet kwam uit op 156 miljoen dollar ofwel 61 procent minder dan een jaar eerder.

In totaal kwam de omzet 1 procent hoger uit dan een jaar eerder, op 12,8 miljard dollar. De nettowinst daalde met 5 procent naar 1,9 miljard.