Pieter Edelman
1 December 2006

Het project Collaborative Product Innovation in Manufacturing (CPim) wil de handvaten aanreiken om OEM‘s en hun toeleveranciers nauwer te laten samenwerken, en risico‘s en opbrengsten te delen. John Blankendaal van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij denkt dat dit nodig is als de Nederlandse maakindustrie wil concurreren met de lagelonenlanden. Wie is John Blankendaal en waarom moeten wij hem kennen?

Wat is CPim?

’De maakindustrie in Nederland moet steeds goedkoper en innovatiever. Het bestaande uitbestedingsmodel fungeert daarin niet, dat is alleen gebaseerd op kosten. Een toeleverancier maakt iets en een jaar later moet het 10 procent goedkoper. Dan gaat het naar China. OEM‘s hebben expertise nodig van hun toeleveranciers maar die kunnen geen R&D-capaciteit opbouwen of investeren als ze goedkoop moeten leveren.‘

’Om de doorlooptijd te verhogen moeten de toeleveranciers nauwer betrokken raken bij de projecten van de OEM‘s. Ze moeten een deel van het risico gaan dragen en ze moeten af van het uurtje-factuurtjegedrag. Dat vraagt om heel andere samenwerkingsmodellen. Er liggen voldoende kansen voor de maakindustrie maar daarvoor moet je meer risico kunnen nemen en dat kan alleen met anderen samen. Dit is de enige manier om van Brabant een attractieve regio te maken die wereldwijde uitbesteders kan aantrekken.‘

0611281532520

’Collaborative Product Innovation in Manufacturing (CPim) is een initiatief van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (Bom) om samen met het Telematica Instituut, de TUE en Cetim te onderzoeken hoe je dat aan moet pakken. Hoe ga je met elkaar, met IP en met risico‘s en opbrengsten om? En hoe regel je de productdatamanagement (PDM)? Ik noem het project ook wel valkuilmanagement. Als je weet waar de valkuilen zitten bij het samenwerken kun je deze omzeilen en sneller ontwikkelen.‘

 advertorial 

Machine Learning Conference: 30 March 2022

Machine learning is taking the industry by storm. On 30 March 2022, Bits&Chips organizes the fourth edition of the Machine Learning Conference as a live event in ’s-Hertogenbosch. Interested in giving a talk? We welcome your proposal!

Hoe pakken jullie het aan?

’Wij analyseren lopende projecten om daar de nodige kennis uit te halen. Een goed voorbeeld is de tabletop-elektronenmicroscoop Phenom van FEI. Zij ontwikkelden het concept een aantal jaar terug maar toen paste het niet in hun strategie om daarin te investeren. Samen met de Bom heeft FEI toen een groep toeleveranciers gevonden die dat wel konden. NTS en Sioux hebben vervolgens zelf geïnvesteerd in de ontwikkeling en die verdienen dat pas terug als het product verkoopt. Daardoor ontstaat er een wederzijdse afhankelijkheid. Dat verhoogt de inspanningen en betrokkenheid van beide partners.‘

’Naast de Phenom hebben we vier andere projecten geanalyseerd. Daarbij hebben we goed gekeken naar de valkuilen die erin zaten maar ook naar de goede punten.‘

Hoe ver zijn jullie met CPim?

’Het idee is geboren in de zomer van 2004. Het project zelf begon dit voorjaar met het analyseren van de projecten. Dat kostte best nog wel tijd. Na de zomer hebben we de cross-case-analyses afgerond. Uit deze sessies zijn drie thema‘s naar voren gekomen waarop we ons concentreren. De eerste is capabilities: die moeten zowel bij de OEM‘s als bij de toeleveranciers verbeteren door elkaar te ondersteunen. Dit heeft ook te maken met verwachtingen die ze van elkaar hebben. Het tweede punt is risk reward: hoeveel risico ga je nemen tegen welke beloning? Beide partners moeten daarvoor duidelijk inzicht krijgen in de gevaren en mogelijkheden. De toeleveranciers bijvoorbeeld moeten op de hoogte zijn van de marketingplannen van de OEM‘s.‘

’Als derde is er de productdatamanagement (PDM): als je een gezamenlijk stukje ontwikkeling doet, hoe voer je wijzigingen door zonder de doorlooptijd en het budget te overschrijden? Daarnaast moeten toeleveranciers met elk PDM-systeem kunnen werken. De vraag is of je daar geen schil omheen kunt ontwerpen.‘

’Vanuit de OEM‘s en toeleveranciers hebben we nu een aantal werkgroepen opgezet die verder gaan met deze thema‘s.‘

Waarom vind je dit zo belangrijk?

’Mijns inziens is dit de enige manier om deze regio boven zichzelf uit te laten stijgen. De maakindustrie in Nederland heeft absoluut een toekomst en het is een mooie industrie. Je ziet echte ondernemers, het zijn ontzettend mooie bedrijven. Het doel van de Bom is om de economie te versterken. Ik heb zelf geen technische achtergrond maar ik vind het wel ontzettend leuk. Waarschijnlijk ben ik degene die het langst op de Kijk is geabonneerd. Dus affiniteit met techniek is er wel.‘

Hoe kom je zonder technische achtergrond hier terecht?

’Van origine ben ik bibliothecaris-documentalist. Maar ik vind techniek ontzettend interessant. Ik heb hiervoor bij een heel klein bedrijfje gewerkt dat in technologie investeerde. In de tussentijd ben ik marketing gaan studeren. In Utrecht heb ik kennismanagement gedaan en in Groningen een postdoctoraal Strategische productontwikkeling. Later kwam ik bij Kema terecht. Daar ben ik echt in aanraking gekomen met de techniek en zo is het gaan groeien. Ik hou me nu vooral bezig met initiëren en organiseren en daarvoor moet je de taal spreken van je doelgroep. Uiteindelijk heb ik de ambitie om over een aantal jaren zelf een hightechbedrijf te gaan runnen.‘

Kort cv John Blankendaal
Geboren 24 maart 1961 te Nederhorst den Berg

Opleiding

Bibliotheek & Documentatie Akademie (Tilburg)

Marketing (Amsterdam)

Kennismanagement (Utrecht)

Strategische productontwikkeling (Groningen)

Werkervaring

1986 – 1994, Moret Ernst & Young: hoofd documentatie, consultant corporate finance

1994 – 2000, Kema: corporate strategy development, senior consultant power innovation

2000 – 2004, Business Factory: senior consultant

2004 – heden, programmamanager Ontwikkeling en Innovatie, Bom: programmamanager Ontwikkeling en Innovatie