Alexander Pil
15 December 2005

Complete laboratoria op een microchip zijn eenvoudig te maken met poreuze polymeren. Dat concluderen UT-onderzoekers Jorrit de Jong en Rob Lammertink in het vakblad Lab on a chip. Doordat de grootte van de poriën in het materiaal is te variëren, ontstaat een breed scala aan mogelijkheden. Niet alleen zijn vloeistofkanalen met micrometerafmetingen mogelijk, op de chip zelf kunnen ook al stoffen van elkaar worden gescheiden. Het fabricageproces Phase Separation Micromolding, een soort stempeltechniek, is eenvoudiger dan de siliciumtechnologie.

De UT-wetenschappers strijken de polymeeroplossing op een siliciummal waarin de gewenste microstructuren al zijn aangebracht. Als ze de mal daarna in een vloeistof plaatsen waarin het polymeer niet oplost, is de chip er eenvoudig vanaf te pellen. Dit is veel goedkoper dan de standaard siliciumtechniek.