Paul van Gerven
9 dec 2011

Recente gebeurtenissen bij Mapper geven weinig vertrouwen in een goede afloop, maar de schijnbaar eeuwige start-up heeft tot nu alle onheilsprofeten overleefd.

Grootspraak is Mapper niet vreemd. In 2005 zou het een derde van de lithomachinemarkt voor zijn rekening nemen, beloofde de CEO in 2002. Tot op heden zijn er twee machines verkocht. In 2007 wees medeoprichter Bert Jan Kampherbeek 2010 aan als het jaar dat zijn bedrijf de markt zou betreden, maar twee jaar later bleek die doelstelling alweer opgerekt naar 2012. Volgens de toenmalig financieel directeur zouden de aandeelhouders tegen die tijd ’honderden miljoenen‘ euro‘s hebben gevangen voor Mapper, dat zich in de loop van 2011 verbonden zou hebben aan een partner voor de productie en distributie van de machines. Het lag ’erg voor de hand‘ dat die partner ASML zou zijn.

Sinds die brutale uitspraken eind 2009 is het stil geworden in Delft. Het management is de pers gaan mijden, en doet dat nog altijd – dit jaar werd tweemaal een verzoek van dit blad afgewezen om bij te praten. Alleen op de mededeling van ASML, in januari van dit jaar, dat het definitief geen interesse heeft in Mapper wilde Kampherbeek nog wel publiekelijk reageren. Jammer, maar we gaan gewoon door, was toen de strekking. Op het al even weinig opbeurende nieuws afgelopen oktober dat Mapper in korte tijd de CEO, CFO en twee commissarissen had zien vertrekken, reageerde uitsluitend grootaandeelhouder Arthur del Prado in het openbaar. Overigens mag worden aangenomen dat Del Prado de koers uitzet bij de machinebouwer, al maakt hij geen deel uit van het management.

Een reeks van verbroken beloftes, een gedroomde partner die liever vrijgezel blijft en een leegloop aan de top: het is alles bij elkaar geen plaatje dat vertrouwen wekt. Maar dan is er het onomstotelijke feit dat Mapper altijd in zijn financiering heeft kunnen voorzien. Zelfs 2009, toen de kredietstroom wereldwijd opdroogde, zijn de Delftenaren doorgekomen.

De betrokkenheid van Del Prado, de visionair die aan de wieg van zowel ASMI als ASML stond, opent beslist deuren. De klandizie van TSMC, met name de hoogst ongebruikelijke stap van ‘s werelds grootste foundry om in een zeer vroeg stadium een machine af te nemen, toont het bestaan van een afzetmarkt aan. Zonder bewezen interesse van klanten haken investeerders onherroepelijk af. Maar om meer dan tien jaar miljoenen R&D-euro‘s te mogen verstoken, is bovenal aantoonbare technologische vooruitgang nodig geweest. Blijkbaar heeft Mapper zijn geloofwaardigheid nooit verloren, zelfs al werd de complexiteit van de opdracht keer op keer onderschat.

Bijna klaar?

Oprit

Toch zien sommigen in Mapper een typisch geval van bodemloze subsidieput, waar mooie praatjes vooral ambtenaren overtuigen (Mapper heeft ruim van Haagse en Brusselse potjes mogen profiteren). ’Er lopen wel een paar bankiers rond om de zaak mooi voor te stellen. Daar moet je een beetje doorheen kijken‘, zei bijvoorbeeld financieel directeur Peter Wennink van ASML. Hij mag blij zijn dat niemand zoiets op cruciale momenten heeft gezegd over zijn bedrijf, dat er zonder subsidie waarschijnlijk niet was geweest. In EUV zitten bovendien heel wat meer euro‘s van de Nederlandse belastingbetaler dan in Mappers e-beamtechnologie.

Zelfs al zou Mapper een zwart subsidiegat zijn, dan blijven nu slechts Brusselse overheidsdienaren een rad voor ogen te draaien. Het topsectorenbeleid maakt immers een einde aan gerichte staatssteun in Nederland. Mapper moet eerst geld ophalen op de markt (of bij het innovatiefonds), waarna het met een belastingkorting van de Nederlandse overheid mag worden uitgegeven aan R&D.

Wat dat betreft, is het een veeg teken dat juist Jan Peter Schmittmann onder de degenen is die afscheid heeft genomen van Mapper. De oud-bankier is er niet in geslaagd een kapitaalkrachtige partner te vinden, juist nu die harder nodig is dan ooit. Uit informatie uit tweede hand blijkt dat de Delftenaren in 2012 een tool met een doorvoer van één wafer per uur op de markt willen brengen, gevolgd door een eentje van tien plakken per uur. Een cluster van tien machines zou in 2014 honderd plakken per uur moeten kunnen verstouwen. Om de machine in elkaar te zetten, is Nederland het perfecte achterland, maar hoe gaat Mapper dat betalen? Del Prado kan wel beweren dat het niet belangrijk is ’dat er financiële mensen rondlopen en weer wegvallen‘ (Financieele Dagblad), maar om de technici hun wonderen te laten verrichten, is meer dan ’een half jaar‘ financiering vooruit op de bankrekening toch wel prettig.

Er staan bij Mapper momenteel zeker dertien vacatures voor technische functies open, ’in verband met voorgenomen groei‘. Een oprit naar een flitsende loopbaan of een doodlopend carrièrepad? Zegt u het maar.