Pieter Edelman
12 January 2007

Eind december stapte de open-sourcegoeroe Jeremy Allison op bij zijn werkgever Novell. Hij deed dat uit protest tegen een samenwerkingsovereenkomst die de Linux-distributeur met computerreus Microsoft sloot. Het is de laatste ontwikkeling in een soap die sinds begin november 2006 speelt.

Microsoft en Novell kwamen overeen dat ze elkaars klanten gaan ondersteunen en de compatibiliteit tussen hun besturingssystemen gaan verbeteren. Op het eerste gezicht goed nieuws voor gebruikers van beide technologieën. Het venijn zit echter in de afspraak dat de partijen elkaar en elkaars klanten niet voor de rechter zullen slepen omtrent eventuele octrooischending. Zij betalen elkaar hiervoor licentiekosten. Veel ontwikkelaars van vrije software menen dat Microsoft zo twijfel wil zaaien onder potentiële Linux-gebruikers over de mogelijkheid op kostbare rechtszaken rondom intellectueel eigendom. Novell zou met de overeenkomst toegeven dat Linux inbreuk pleegt op Microsofts patenten.

Novell ontkent in alle toonaarden dat dit het geval is, maar Microsoft begon snel na de overeenkomst inderdaad te verkondigen dat het voor andere Linux-distributeurs raadzaam is om ook een dergelijke overeenkomst te sluiten. ’Alleen een klant met Novell Linux heeft daadwerkelijk betaald voor het gebruik van onze intellectuele eigendommen‘, zei Microsoft-topman Steve Ballmer tijdens een bijeenkomst. Daarmee hangt hij het risico op patentzaken als een zwaard van Damocles boven de hoofden van Linux-gebruikers.

Dat Linux en andere vrije software onvrijwillig inbreuk pleegt op patenten van onder meer Microsoft, wordt als aannemelijk beschouwd, omdat iedere software met een middelgrote codebasis zich hieraan schuldig maakt. Wat precies de gevolgen van de overeenkomst zullen zijn, is nog niet duidelijk. Steeds meer invloedrijke bedrijven hebben een belang bij het vrije besturingssysteem. IBM zegt bijvoorbeeld dat de afspraak niet nodig is, omdat eventuele patentzaken tussen distributeurs zijn op te lossen zonder de eindklanten daarbij te betrekken.

De vraag is ook of de overeenkomst rechtsgeldig is. Een aanzienlijk deel van de vrije software valt onder de GPL-licentie, en deze verbiedt het om een patentdeal te sluiten voor specifieke partijen; of iedereen moet hiervan profiteren, of helemaal niemand.