24 May 2018

De waargenomen stuwkracht van de mysterieuze Emdrive berust waarschijnlijk gewoon op een meetfout, schrijven onderzoekers van de universiteit van Dresden na uitgebreide metingen. Hetzelfde geldt voor de Mach-effect-aandrijving. Deze onconventionele aandrijvingen staan in de belangstelling omdat ze geen brandstof hoeven te gebruiken en interstellaire ruimtereizen mogelijk zouden kunnen maken. De geldende natuurwetten kunnen echter niet verklaren hoe ze werken.

Met name de Emdrive kwam twee jaar geleden in de belangstelling te staan toen Nasa-wetenschappers schreven dat ze een minieme maar daadwerkelijke stuwkracht konden meten. De ‘motor’ kaatst microgolven rond in een afgeknotte holle kegel, en stoot geen massa uit. Brandstof is dus niet nodig.

voyager_1
De Voyager-1 zal er tienduizenden jaren over doen om met zijn klassieke aandrijving de eerstvolgende ster te bereiken. Foto: NASA/JPL-Caltech

Het meten van de zeer kleine stuwkracht is echter lastig en onderhevig aan allerlei omgevingsinvloeden zoals thermische ruis, interferentie met de elektronica, het aardmagnetisch veld en luchtstromingen. Daarom bouwden de Duitse onderzoekers een gevoelige testopstelling die zo veel mogelijk externe invloeden probeert te elimineren. Vervolgens plaatsten ze een Emdrive steeds in verschillende posities in de opstelling om te kijken of de richting van de kracht overeenkomt.

De metingen bevestigden in eerste instantie netjes de eerdere Nasa-metingen netjes. Maar de onderzoekers hadden een extra test ingebouwd: een demper voor de microgolven die aan- en uitgezet kan worden zonder de opstelling verder te veranderen. Toen die werd aangezet, bleek de Emdrive nog steeds exact dezelfde kracht te leveren. Op basis daarvan concluderen de Duitsers dat het waarschijnlijk toch gewoon een elektromagnetisch effect is in de stroomkabels dat gemeten wordt.

Iets vergelijkbaars geldt voor de Mach-effect-aandrijving, een ander veelbelovend concept voor brandstofloos reizen. Deze aandrijving schudt een massa heen en weer, waarbij de snelheid in de ene richting hoger licht dan in de andere. Door relativiteitseffecten zou er een netto kracht moeten ontstaan. Hier ging het mis toen de aandrijving werd omgedraaid; de stuwkracht bleef dezelfde richting op wijzen als in de oorspronkelijke situatie.