Alexander Pil
9 December 2010

National Instruments heeft een nieuwe versie aangekondigd van Labwindows/CVI. Editie 2010 van het Ansi C-softwareplatform moet zorgen voor een hogere productiviteit en betere communicatie met FPGA‘s. Verder heeft NI twee nieuwe modules ontwikkeld, Labwindows/CVI 2010 Linux Run-Time en Labwindows/CVI 2010 Real-Time, waarmee het platform betere functionaliteit biedt voor de koppeling met Linux en realtime besturingssystemen.

Labwindows/CVI 2010 verhoogt de debugefficiëntie door ontwikkelaars de mogelijkheid te bieden om de debugger aan een lopend proces te koppelen zonder dat ze daarvoor het programma opnieuw hoeven op te starten. Zo krijgen ze beter inzicht in de applicatiefouten en crashes. Verder is het makkelijker geworden om interfacecontrols voor meerdere gebruikers te configureren. Het pakket heeft daarvoor een nieuwe feature om interactief arrays van controls te creëren en om iteratieve of batchoperaties uit te voeren.

Ontwikkelaars kunnen nu gastapplicaties bouwen om te communiceren met FPGA‘s. Ze gebruiken hiervoor de FPGA Interface C Api, een nieuwe geïntegreerde tool om C-bronfiles te genereren die geschikt zijn voor interactie met gecompileerde Labview FPGA-VI‘s. Met Labwindows/CVI en NI‘s Labview FPGA-assortiment beschikken ze over alle software- en hardwarecomponenten om FPGA‘s te programmeren op NI‘s herconfigureerbare PXI-I/O-devices.

De Labwindows/CVI 2010 Real-Time-module breidt het ontwikkelplatform uit met de mogelijkheid om betrouwbare en deterministische toepassingen te bouwen die gericht zijn op dedicated realtime hardware. Een nieuwe feature is bijvoorbeeld een webgebaseerde interface voor de configuratie en monitoring van realtime PXI-targets. De Labwindows/CVI 2010 Linux Run-Time-module bevat up-to-date bibliotheekondersteuning voor het compileren en draaien van Labwindows/CVI-applicaties op Linux. Deze module kan ook overweg met de FPGA Interface C Api, waardoor ontwikkelaars kunnen profiteren van NI‘s FPGA-gebaseerde hardware op het Linux-platform.