Alexander Pil
17 September 2010

National Instruments heeft een nieuwe versie gelanceerd van zijn grafische ontwikkelomgeving Labview. De belangrijkste verbetering in editie 2010 zijn de compileertechnieken, waardoor de code gemiddeld 20 procent sneller wordt uitgevoerd. Verder bevat de update een platform voor het evalueren en aanschaffen van add-on toolkits waarmee speciale functies gemakkelijk zijn te integreren. Voor gebruikers van FPGA‘s biedt Labview 2010 een nieuwe IP Integration Node om elke FPGA-IP van derden in Labview-applicaties te integreren. Deze is tevens compatibel is met de Xilinx Core Generator.

De compiler die taken overneemt zoals geheugenallocatie en de aansturing van threads is essentieel voor de productiviteit die Labview levert. De hiërarchie van de compiler is gedurende het bestaan van het platform steeds beter geworden. Met Labview 2010 heeft National Instruments de interne representatie van de gegevensstroom door de compiler verder geoptimaliseerd en is een Low-Level Virtual Machine (LLVM), een opensource compilerinfrastructuur, toegevoegd aan de compilerflow van de software om de uitvoering van de code te versnellen. Uit benchmarks blijkt dat een verbetering op te leveren van gemiddeld 20 procent.

Tijdens de ontwikkeling van Labview 2010 heeft NI gelet op de Labview Idea Exchange. Via deze internetportal kunnen gebruikers ideeën voor nieuwe functies aandragen. Ook kunnen ze stemmen op voorstellen van anderen. National Instruments heeft veertien populaire bijdrages opgenomen in de update, waaronder vele ter verbetering van de documentatie en organisatie van code. Ook is er een hardwareconfiguratietool geïntegreerd waarmee gebruikers via een webbrowser hun Labview Real-Time-targets op afstand kunnen benaderen en configureren.

Voor de meer geavanceerde gebruikers en ontwikkelteams bevat Labview 2010 nieuwe functies ter verbetering van interfaces naar herbruikbare code, groepering van VI‘s en hun hiërarchie voor snellere builds en scheiding van de VI-broncode van de gecompileerde versie voor een beter beheer van de broncode. Deze mogelijkheden zijn handig voor grote ontwikkelteams, waar het onderhoud van code voor veel gebruikers, softwareversies en computerplatformen essentieel is.