Paul_van_Gerven

Paul van Gerven is redacteur van Bits&Chips.

28 June 2013

’Ik wil onze chipproductie verdubbelen tot twintig procent van de wereldproductie. Ik wil dat Europa meer chips produceert dan de Verenigde Staten op eigen bodem.‘ Dat zei eurocommissaris Neelie Kroes bij de lancering van ’haar‘ offensief om de Europese halfgeleiderindustrie te revitaliseren. Nikkelen Neelie heeft in het recente verleden wel meer van dit soort bommetjes gedropt, maar wennen doet het nog steeds niet. Iedereen die een beetje weet hoe het ervoor staat in de halfgeleiderwereld weet dat Kroes hier een ambitie uitspreekt die velen voor onmogelijk houden.

Wat houdt het offensief precies in? De Europese Commissie en lidstaten leggen vijf miljard euro publiek geld op tafel voor zeven jaar onderzoek en innovatie in de héle IC-toeleverketen, dus van machinebouwers en materiaalleveranciers tot chipproducenten en -ontwerpers. Het geld gaat naar publiek-private samenwerkingsverbanden, waarin de deelnemers zorgdragen voor de andere helft van de kosten. De industrie heeft eerder al honderd miljard aan niet-R&D-investeringen toegezegd op voorwaarde dat, in de woorden van Kroes, ’we onze zaakjes op orde krijgen‘.

De Commissie co-financiert daarnaast samen met een aantal andere publieke fondsen vijf pilotproductielijnen: voor powerelektronica (op galliumnitride en verdunde siliciumplakken), Mems, 450 millimeter wafers en FDSOI-technologie. 450-millimeterproductie moet niet per se als een opstapje naar een Europese 450-millimeterfabriek worden gezien, maar meer ter ondersteuning van Imec en ASML. Al weet je het natuurlijk nooit met Kroes.

De FDSOI-plannen, waarvoor onlangs ook nog een ondersteunend Eniac-project à 360 miljoen euro werd gestart, zijn een verhaal apart. Deze technologie is Europa‘s laatste kans om nog iets in voor te stellen in de geavanceerde chipproductie. Pc-processoren zijn allang een gepasseerd station, met het opdoeken van ST-Ericsson is de exit uit draadlooschips ook compleet, maar ST heeft de hoop toch nog niet opgegeven om iets te betekenen in de – zeer lucratieve – processoren voor consumentenelektronica. Met FDSOI probeert het een comeback te orkestreren, terwijl de andere grote jongens opteren voor de alternatieve Finfet-technologie.

Het zijn allemaal plannen waar het hart van de gemiddelde techneut sneller van gaat kloppen. Maar getuigen ze ook van enige realiteitszin? Tien miljard euro geeft Intel in één jaar uit aan R&D, niet in zeven. Honderd miljard euro aan investeringen klinkt veel, maar de betreffende club telt 29 grootbedrijven, 36 mkb‘ers en 52 onderzoeksorganisaties. En het publieke geld is op zijn Europees weer lekker over alles en iedereen uitgesmeerd. Keuzes worden niet gemaakt.

Het verleden biedt ook al weinig hoopvolle aanknopingspunten. Van liefde tussen Europese spelers in en rond de halfgeleiderproductie is nooit sprake geweest. Ook al concurreert bedrijf A niet met bedrijf B, ze strijden wel om dotaties uit dezelfde Europese subsidiepotjes. Niet voor niets heeft Kroes twee jaar lang koppen tegen elkaar moeten slaan voordat zij haar initiatief kon ontvouwen.

Hoe goed bedoeld ook, de bedragen die nu over tafel gaan, zijn veel te laag om het versnipperde Europese IC-landschap uit het moeras te trekken. Kroes weet dat zelf ook wel. In ’De wereld draait door‘ fulmineerde ze tegen ’die stakkers‘ in de Europese Raad die maar niet willen inzien waar het Europese verdienvermogen ligt. De EU spendeert 41 procent van haar begroting aan landbouw, terwijl Kroes en collega Geoghegan-Quinn voor iedere miljard voor onderzoek en innovatie moeten vechten.

Die twintig procent van de wereldproductie kunnen we voorlopig dus wel vergeten. Het beste dat we van het huidige voorstel kunnen hopen, is dat het de dalende trend tot stilstand brengt. Om Kroes‘ ambities te realiseren, moet de Unie fundamenteel op de schop – en de afgelopen jaren hebben laten zien dat dat niet eenvoudig is.