14 juni

Het Waddenfonds steekt bijna een miljoen euro in twee projecten voor duurzame energie. Startup Seaqurrent uit het Friese Grou gaat een praktijkproef uitvoeren met zijn onderwatervliegers die elektriciteit uit de getijden moeten halen. Een consortium met onder meer de TU Delft en Nuon gaat bij een energiecentrale een ‘battolyser’ testen, een opslagfaciliteit voor overtollige energie die eerst als accu werkt en later waterstof begint te produceren.

Vliegeren onder water

Seaqurrent werd in 2015 opgericht (destijds als Seacurrent) vanuit de Rijksuniversiteit Groningen. Het bedrijf wil elektriciteit opwekken door ‘vliegers’ in de getijdenstromen aan een kabel te laten trekken. Volgens het bedrijf heeft getijdenstroom enkele interessante eigenschappen. De energiedichtheid is hoog en de stromen zijn, anders dan wind en zon, zeer voorspelbaar. Doordat de hele installatie onder water staat, is de impact op het landschap ook minimaal.

Het grote voordeel van de Seaqurrent-aanpak is dat die bij lage stroomsnelheden werkt, terwijl de meeste vormen van getijdenenergie juist hoge snelheden nodig hebben. Daardoor zijn de onderwatervliegers veel makkelijker en breder inzetbaar.

De afgelopen jaren heeft het bedrijf de aanpak met schaalmodellen gevalideerd. In het nieuwe project wil het een klein demonstratiemodel bouwen. Daarmee moeten economische haalbaarheid en vliegerstrategieën in de praktijk onderzocht worden. In totaal is hier bijna negen ton voor nodig, waarvan het Waddenfonds een half miljoen vergoedt.

Schaalmodellen hebben de haalbaarheid van de Seaqurrent-onderwatervliegers aangetoond.

Waterstofbatterij

Het concept van de battolyser werd in 2016 aangetoond door TU Delft-onderzoeker Fokko Mulder. Die ontdekte dat de in onbruik gebruikte ijzer-nikkel-batterij een interessante eigenschap heeft: als die niet meer verder geladen kan worden, begint die water te splitsen in zuurstof en waterstof. Samen met Proton Ventures is begin dit jaar het bedrijf Battolyser opgericht om het concept verder uit te werken.

Samen met Nuon en Yara zal er bij de Magnum-elektriciteitscentrale in Eemshaven een demonstratiemodel gebouwd worden van zestig kilowattuur om overtollige energie van duurzame bronnen te bufferen. Nuon besloot in 2016 om een deel van die aardgascentrale voor te bereiden op een duurzame toekomst.

Daarvoor zal het waterstof omgezet worden in ammoniak, dat zich makkelijker laat opslaan dan het gas en op het moment ook al gemaakt wordt om de gasturbines te koelen. Het waterstof daarvoor wordt echter nog gewonnen uit aardgas. In eerste instantie willen de projectpartners die fossiele bron vervangen door de elektrolyser. In een later stadium moet de ammoniak ook als brandstof gaan dienen.

De battolyser zal begin volgend jaar gerealiseerd worden. In totaal is er acht ton mee gemoeid, waarvan het Waddenfonds 480 duizend euro bijlegt.

De Magnum-gascentrale van Nuon wordt deels voorbereid op een niet-fossiele toekomst.