Pieter Edelman
29 September 2010

De drie noordelijke Nederlandse provincies positioneren zichzelf sinds enkele jaren als specialist in sensortechnologie, vooral door de invloed van Astron met Lofar. Bedrijvigheid is er gefragmenteerd over het mkb. Voor het ontwikkelen van dit speerpunt is dus een goed netwerk nodig.

Samen met water, energie, agritechnologie en healthy aging is sensortechnologie bestempeld als piek in de Noord-Nederlandse delta. Drenthe, Friesland en Groningen herbergen genoeg expertise op dit gebied om uit te groeien tot een speler van formaat, concludeerden beleidsmakers in zowel de regio als in Den Haag enkele jaren geleden. Via diverse projecten en ontwikkelingen profileert Noord-Nederland zich nu als regio waar veel expertise is op het gebied van sensortechnologie.

Een van de velen, zou je kunnen zeggen. Terugkoppeling via sensorsystemen wordt steeds meer toegepast in alles van koffiezetapparaten en auto‘s tot fabriekshallen en kantoorpanden. ’Als je zou zeggen dat we met alles meedoen wat er in de wereld gebeurt, is dat natuurlijk je reinste flauwekul‘, beaamt Henk Koopmans. Hij is directeur van Sensor Universe, een stichting die een vergelijkbare rol vervult als Brainport in Zuid-Nederland.

De Noord-Nederlandse speerpunten liggen bij het verzamelen van grote hoeveelheden data en het zoeken naar patronen hierin. Om vervolgens daarop actie te ondernemen. ’Door heel veel te meten, proberen we te modelleren, en door te modelleren, proberen we te voorspellen en fouten te voorkomen. Dat is het overkoepelende thema in alle projecten‘, vertelt Hans Praat, business development-manager bij de Noordelijke Ontwikkelingsmaatschappij (Nom). ’Het gaat ons ook niet echt om de sensoren zelf, maar om de toepassing. En veel van onze projecten hebben een geografische component.‘

Daarin schemert de invloed door van de grootste aanjager in de regio: het instituut van radioastronomie Astron in Dwingeloo, met zijn radiotelescopen. En dan met name de Lofar-telescoop voor lage frequenties. Deze bestaat uit tienduizenden relatief kleine antennes die verspreid staan over meetstations in Noordoost-Nederland en in mindere mate Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië en Zweden. De deeltelescopen genereren grote hoeveelheden data, die via een snel glasvezelnetwerk naar een centrale supercomputer in Groningen worden gestuurd om daar te worden verwerkt.

Met Astron heeft Noord-Nederland veel knowhow op het gebied van sensortechnologie. Dankzij de gedistribueerde radiotelescoop Lofar ligt er bovendien een snel glasvezelnetwerk en staat er een krachtige supercomputer. Dit zijn belangrijke ingrediënten om het noorden te bestempelen tot specialist in sensortechnologie.

Vaandel

Naast Astron is er een aantal andere redenen om de technologie uit te roepen tot piek voor Noord-Nederland. ’Vanuit de historie zijn er veel bedrijven die werken aan specifieke systemen. Door de steeds toegenomen rekencapaciteit kun je nu heel veel van die verschillende aspecten gaan combineren‘, vertelt Koopmans. ’En op de Rug en de drie hogescholen hebben we veel kennis ter beschikking. De Vision-vakgroep op de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden doet bijvoorbeeld een heleboel aan het letterlijk bekijken van productiestromen en dergelijke. Er zijn een stuk of vijfentwintig ondernemers die samen met hen producten ontwikkelen.‘

De bedrijvigheid op het gebied van sensortechnologie ligt in de noordelijke provincies bij het mkb. ’In de Brainport-regio heb je met onder meer Philips en ASML natuurlijk stevige backbones. Wij hebben hier een groot aantal mkb‘ers. Dat is minder zichtbaar‘, zegt Koopmans. Wat er wel is, zijn de grote partijen die als klant geïnteresseerd zijn in sensortechnologie en actief deelnemen aan het ecosysteem: Friesland Campina Foods, Gasterra, de Gasunie, Stork, het Universitair Medisch Centrum Groningen en de landbouwsector. Bij Gasterra gaat het bijvoorbeeld om de distributie van natuurlijk gas via smart grid-achtige toepassingen, terwijl het bij Friesland Campina gaat om geautomatiseerde productieprocessen. Ook Astron levert de nodige bedrijvigheid en kennis op voor zijn toeleveranciers.

Om de aanwezige kennis als expertisegebied te ontginnen, moet dan ook vooral worden ingezet op het bij elkaar brengen van de betrokkenen. ’De belangrijkste uitdaging is om de bedrijvigheid in sensortechnologie exponentieel te laten groeien. Dat doen we door partijen bij elkaar te brengen die geen notie hadden van wat anderen konden bijdragen aan hun project‘, zegt Koopmans.  Netwerkbijeenkomsten en gezamenlijke projecten moeten daaraan bijdragen. En het helpt natuurlijk om het gebied expliciet in je vaandel te dragen. ’Mensen gaan er dan over nadenken en projecten ontwikkelen. Neem Wetsus, een succesvol instituut voor watertechnologie in Leeuwarden met dertig Ph.D.‘s en veel bedrijvigheid die daaruit voortkomt. Een van hun speerpunten is sensortechnologie. Ik denk niet dat dat zo gegaan was als dat hier niet op de agenda had gestaan. Volgens mij zijn de indirecte effecten ook heel belangrijk als je straks terugkijkt‘, zegt Praat.

Koopmans denkt dat de regio juist door het grote aantal kleintjes ook een belangrijke troef in handen heeft. Door de vele expertises te combineren, kunnen de partijen inspelen op heel generieke vragen: ’Ik denk dat wij vooroplopen in clustervorming. Door te combineren, kun je veelgefacetteerde toepassingen combineren met de omgevingsomstandigheden. We hebben een project waarbij waterschappen samenwerken met precisielandbouw door het openen van sluizen en stuwen af te stemmen op de waterbehoeften.‘

Stoom

Om de kennis rond sensortechnologie te ondersteunen, worden er verschillende onderwijs- en onderzoeksactiviteiten ontplooid. In 2008 verwelkomde het Hanze Institute of Technology zijn eerste veertien studenten. De dependance van de Hanzehogeschool Groningen in Assen richt zich specifiek op sensortechnologie, met een forse dosis vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Dataverwerking vormt een belangrijke component van de opleiding.

Daarnaast wordt er, eveneens in Assen, een nieuw onderzoeksinstituut rond sensortechnologie in de steigers gezet, genaamd Incas3 (Innovation Centre for Advanced Sensors and Sensor Systems). Begin vorig jaar ging het officieel van start. Wetenschappelijk directeur is de Duitse kernfysicus Heinrich Wörtche. Het onderzoeksinstituut is er specifiek voor bedoeld om een brug te slaan tussen theoretische kennis en praktische toepassingen.

Ondertussen zagen ook verschillende projecten het levenslicht, zoals de IJkdijk (zie pagina 28) en Sensor City Assen: door de hele stad moeten sensoren worden geplaatst voor onder meer intelligente verkeersregeling en het meten van geluid. Het project moet dienen als proeftuin en als etalage voor sensorsystemen. Ook kwam er vorig jaar een subsidie van 32 miljoen euro beschikbaar voor het Target-project aan de Rijksuniversiteit Groningen. Dat onderzoekt de verwerking en het beheer van zeer grote hoeveelheden data. Onderdeel van het programma is ook het inrichten van een datacentrum dat deze aantallen aankan.

Daarmee komt de focus op sensortechnologie goed op stoom, denken de belanghebbenden. ’De majeure projecten bestaan en lopen, we moeten nu naar de derde fase van bedrijvigheid‘, zegt Praat. Koopmans zag het aantal deelnemers aan de halfjaarlijkse netwerkbijeenkomst groeien van 130 bij de eerste versie in 2008 tot ruim vijfhonderd nu. ’Met de clusters hebben we nu voor ruim 130 miljoen euro aan projecten, de helft daarvan is cofinanciering van de bedrijven. Er zit ook nog ruim honderd miljoen in de pijplijn voor de komende anderhalf jaar.‘ De Pieken in de Delta-subsidies lopen in 2013 op hun einde. Praat denkt echter dat die dan hun rol hebben vervuld en dat de technologie op eigen benen kan staan. ’De laatste jaren was dat het belangrijkste fonds. We kijken nu naar Zevende Kaderprojecten en Interreg.‘