Nieke Roos
13 September 2013

Het nieuwe contract dat ASML heeft voorgelegd aan zijn toeleveranciers van flexwerkers, is niet overal goed gevallen. Een aantal softwaredetacheerders is van mening dat de lithogigant hiermee de onderlinge relatie onder druk zet. In Veldhoven vinden ze zichzelf meer dan redelijk. ’Vergeleken met hun andere klanten hebben ze het bij ons nog heel goed.‘

Arrogant, halsstarrig, monopolistisch, neerbuigend, onredelijk, spierballenvertoon. Tegenover Bits&Chips zijn verschillende leveranciers van softwaremensen niet mals over de opstelling van ASML tijdens de gesprekken die ze eerder dit jaar hebben gevoerd over het nieuwe detacheringscontract dat ze vanuit Veldhoven ’door de strot geduwd‘ hebben gekregen. Het contract zet de onderlinge relatie stevig onder druk, is de consensus onder de bronnen. Geen van hen wil met naam en toenaam worden genoemd, want openlijk bijten in de hand die hen voedt, doen ze begrijpelijkerwijs liever niet. Ze hebben het contract ook allemaal ondertekend. Sommigen onder protest, dat wel.

ASML komt de onvrede rauw op het dak vallen, meldt woordvoerder Lucas van Grinsven desgevraagd. ’Laat ik vooropstellen dat het heel erg lastig reageren is op anonieme verwijten. Wij zijn ons in ieder geval van geen kwaad bewust. Om de zoveel tijd houden we het contract tegen het licht en zo nodig herzien we het. Dat doen we niet als een blinde. We hebben onze grootste leveranciers erbij betrokken en zij zijn akkoord gegaan. Sterker nog: alle detacheerders hebben intussen getekend. Wat is dan nog het issue?‘

ASML gebouw 8

Dubbelcijferig

Het adviesbureau Labor Redimo heeft bij ASML de flextarieven onder de loep genomen. ’Ze hebben gekeken naar wat wij betalen en wat marktconform is‘, verklaart Van Grinsven. ’Het bleek dat wij voor softwaremensen veel meer dan de markt betalen. Dat hebben we bijgesteld.‘

Uitgangspunt voor de nieuwe tarieven is het salaris van een vergelijkbare werknemer in vaste dienst. ’En dat like for like‘, voegt Van Grinsven toe. ’Doorsnee-ASML‘ers krijgen geen leaseauto, dus die laten we buiten beschouwing. De winstdeling die ze ontvangen, nemen we wel mee in de vergelijking.‘ Boven op deze basis mogen detacheerders een marge zetten die afhankelijk is van het specialisme: voor softwaremensen is die weliswaar nog steeds hoger, een paar procenten, dan voor bijvoorbeeld elektronici en fysici, maar een stuk lager dan eerst. Er zijn zelfs softwaredetacheerders die zeggen er procentueel dubbelcijferig op achteruit te gaan.

ASML geeft geen commentaar op exacte percentages per discipline. ’Gemiddeld is het zo‘n dertig procent‘, weet Van Grinsven, ’terwijl onze adviseurs ons vertellen dat de markt op 25 procent zit. Ook na de bijstelling hebben onze toeleveranciers het dus heel goed vergeleken met andere opdrachtgevers. Ze hebben ook allemaal getekend‘, herhaalt Van Grinsven nog maar eens.

Urenbank

In de oorspronkelijke versie van de nieuwe overeenkomst had ASML ook opgenomen dat voor overuren lagere marges gelden. ’Wij zien de marge als een soort risicopremie waar alles in zit: werving, training, alle kosten die de detacheerder heeft gemaakt voor de flexer. En dan nog blijft er wat over‘, licht Van Grinsven toe. ’Als de kosten voor een inhuurkracht allemaal al verrekend zitten in de normale uurtarieven, is het logisch om die marge voor overuren omlaag te schroeven.‘

Volgens de detacheerders die Bits&Chips sprak, zou dat echter hebben betekend dat ze erop toeleggen wanneer hun personeel meer werkt dan vastgelegd in het dienstverband. Verschillende van hen hebben daarom serieus overwogen hun mensen te verbieden overuren te draaien, ook al zouden hun groepsleiders in Veldhoven daarop aandringen. Na overleg met enkele van de grootste partijen heeft ASML water bij de wijn gedaan en de overurenregeling in hun voordeel aangepast.

Daarnaast lopen er gesprekken over alternatieve modellen, voegt Van Grinsven toe. ’Vreemd genoeg is het detacheringsmodel eigenlijk vrij inflexibel, niet alleen voor de opdrachtgever maar ook voor de medewerker. Voor onze eigen mensen in de fabriek hebben we bijvoorbeeld een urenbank, die zij vullen als het druk is en weer leegtrekken als het rustig is, terwijl ze altijd hetzelfde stabiele salaris ontvangen. Detacheerders kennen wel die overuren, maar geen onderuren. We zijn nu aan het praten om een dergelijk systeem van plussen en minnen ook in te voeren voor de flexwerkers. Verder heeft een aantal partijen al enthousiast gereageerd op de mogelijkheid om softwarewerk over te nemen in plaats van softwaremensen bij ons te detacheren.‘

Doemscenario

Een andere heikel punt is de conversie, wanneer een flexwerker in dienst treedt van de opdrachtgever. Volgens een van de anonieme bronnen geeft het nieuwe contract ASML het recht om inhuurkrachten binnen het jaar over te nemen tegen een vergoeding, en daarna zelfs zonder dat het daarvoor een compensatie schuldig is. Dat laatste is tegen het zere been van verschillende detacheerders, die met hun mensen juist contractueel hebben vastgelegd dat ze niet mogen overstappen.

Ook deze kritiek werpt ASML-woordvoerder Van Grinsven verre van zich. ’Wij houden ons bij de conversie keurig aan de afspraken die we daarover hebben gemaakt met de detacheerders. Bovendien kloppen de genoemde termijnen niet. Wij kunnen niet zomaar iedereen op ieder moment overnemen. We hebben periodes en maximale percentages afgesproken en daar gaan we niet overheen. Bij sommige specialismen moeten bovendien beide partijen én de inhuurkracht zelf akkoord zijn. Van sommige groepen moeten we zelfs helemaal afblijven. De toeleveranciers mogen die nota bene zelf aanwijzen.‘

ASML gelooft dan ook niet in het doemscenario dat het het op termijn zal moeten doen met de mindere goden omdat het de beste mensen niet langer aangeboden krijgt. Van Grinsven: ’We betalen nog steeds een ruime marktconforme marge en de detacheerders hebben volledig in eigen hand wie wij wel en niet mogen converteren, dus daar kan het niet aan liggen.‘