Nieke Roos
9 June 2006

Met het geld dat hij verdiende met zijn vouwmachinefabriek startte Jan Oerlemans in 2003 een bedrijfje om radiofrequentie-identificatie (RFID) toe te passen in de wasserij. Het idee was om met deze draadloze technologie de inname en uitgifte van bedrijfskleding in goede banen te leiden. Na drie R&D-jaren is Olmatic uit Hedel nu klaar om de ontluikende markt te bestormen. Twee weken geleden waren de eerste uitontwikkelde RFID-kledingautomaten te bewonderen op de grote ziekenhuisbeurs Hôpital Expo in Parijs.

Op dit moment bestaat het Hedelse assortiment uit een apparaat dat kledingstukken met RFID-tags verstrekt en een kast die ze inneemt. Het uitgiftestation werkt als een koffieautomaat. Gebruikers melden zich aan door een speciale, persoonlijke kredietkaart in de lezer te stoppen. Op de ingebouwde panel-pc krijgen zij dan te zien welke kleren ze nog kunnen opvragen. Vervolgens kunnen ze een artikel selecteren en eventueel een andere maat kiezen. Met een druk op de knop draait het systeem het vakje met het langst liggende kledingstuk van het gewenste soort voor (first in, first out) en ontsluit het het bijbehorende deurtje, waarna het item is uit te nemen.

Het innamestation is uitgerust met één groot compartiment waarin het geleende goed is te deponeren. Nadat het systeem de RFID-tag in het kledingstuk heeft uitgelezen en het artikel heeft geïdentificeerd, kunnen gebruikers het luikje sluiten en eventueel aangeven of reparatie nodig is, bijvoorbeeld omdat er een knoop mist. Vervolgens blaast een ventilator het item via het dak van de kast in een geïntegreerde, uitrijdbare container. Wanneer deze vol is, stuurt de automaat per e-mail een ophaalverzoek naar de wasserij.

Na reiniging keren de kleren terug naar de uitgifteautomaat. Een bezorger van de wasserij gaat bij de kast langs, opent deze en leest met de ingebouwde antenne de tags uit van het schone goed. Het systeem zoekt vervolgens het dichtstbijzijnde lege vakje en draait dat voor, waarna de medewerker het kledingstuk terug kan leggen.

0669145511000
Productmanager Jelle Ossewaarde leent een uniseks broek.

Kleren traceren

Zijn eerste machine zette de nu 69-jarige Jan Oerlemans begin jaren zeventig in elkaar. De afgestudeerd werktuigbouwkundige had toen een ingenieursbureau in de bedrijfsmechanica en de Delftse fabrikant van wasautomaten Reineveld vroeg hem om een lakenvouwer te maken. Verder dan een ontwerp en een prototype kwam het echter niet omdat de opdrachtgever failliet ging. Oerlemans besloot door te gaan op de ingeslagen weg en richtte een bedrijf op om met de opgedane kennis eigen producten te ontwikkelen en verkopen.

In de dertig jaar daarna groeide de vouwmachinefabriek Amko uit tot een succesvolle onderneming met zo‘n tweehonderd man personeel. De helft van hen werkte in Nederland, de rest bij vestigingen in Duitsland, Frankrijk en de Verenigde Staten. In 1999 ging het bedrijf op in de Deense multinational Jensen. ’Naarmate we groter werden, moest ik steeds meer managen en het ontwikkelwerk steeds vaker overlaten aan anderen‘, vertelt Oerlemans. ’Ik wilde terug naar het begin.‘ Zijn financiële middelen gebruikte de Brabander voor een come-back aan het ontwikkelfront. ’Maar dan niet in het wassen en vouwen, maar in de logistiek eromheen‘, verduidelijkt hij. ’Wasserijen gaan steeds meer diensten leveren. Zo verhuren ze nu ook kleren. Dat betekent echter dat ze niet alleen kosten maken met het wasproces, maar ook kledingstukken moeten afschrijven. Dan is het niet zo prettig als een broek die ze tweehonderd keer kunnen verhuren na de vijftigste keer al zoekraakt.‘

Radiofrequentie-identificatie (RFID) zou kunnen helpen bij het traceren van de kleren, zo besefte Oerlemans. ’We zijn toen op verkenning uitgegaan. Hebben hier en daar met onze contacten uit de wasserijwereld gepraat. Die vertelden dat er al wat oplossingen waren, maar dat die werkten met kleding op hangers waardoor ze erg groot waren. Bovendien moesten ze centraal worden ingebouwd. Deze problemen brachten ons op het idee om opgevouwen kledingstukken te gebruiken. Die nemen een factor vijf minder ruimte in beslag, ook tijdens transport. De opslagsystemen kunnen daardoor een stuk kleiner, wat het eenvoudig maakt om ze decentraal op afdelingen te plaatsen.‘

0669145246000
Voor 35 duizend euro levert Olmatic een uitgifte- en een innamestation, inclusief servicecontract en software-updates. De losse automaten staan voor 8600 euro op de prijslijst.

Weinig affiniteit

In 2003 begon Oerlemans een onderneming om de compacte kledingautomaten te ontwikkelen. Een jaar later had dit Olmatic (vrij naar de achternaam van de oprichter, ’omdat ze die over de grens zo moeilijk kunnen uitspreken‘) een eerste versie gereed. In 2005 volgde het definitieve prototype, dat het bedrijf bij een klant uittestte. Onlangs legde het de laatste hand aan twee finale producten: een uitgifte- en een inname-eenheid.

Vanuit een bedrijvencentrum in Hedel, onder de rook van ‘s-Hertogenbosch, wil Oerlemans nu de RFID-markt rond het wasserijwezen veroveren. ’De afgelopen drie jaar waren we een R&D-organisatie‘, vertelt hij. ’Nu maken we de stap naar verkoopbedrijf, waarbij we focussen op West-Europa. Het Leids Universitair Medisch Centrum heeft al twee maanden een dubbel distributiestation in gebruik en binnenkort komt er ook een systeem te staan in het Amsterdamse verpleeghuis Amstelhof. Verder hebben we aan een medische beurs in België een aantal contacten overgehouden en ken ik vanuit mijn verleden verschillende partijen in de Franse wasserijwereld.‘

Olmatic begint aan zijn bestorming met drie man in vaste dienst: oprichter en directeur Oerlemans brengt de mechanische kennis in en doet de verkoop, productmanager Jelle Ossewaarde ontfermt zich over de elektronica en de software en Rinus de Rouw zorgt voor de ontwerpen en regelt het werk dat de Hedelnaren door externe partijen laten doen. ’We besteden heel veel uit‘, licht Oerlemans toe. ’Zo heeft een ingenieursbureau het eerste prototype getekend, is een deel van de ontwikkeling in Roemenië gedaan en hebben we de productie elders in Brabant ondergebracht. Bij grote volumes is het echter maar de vraag of we daarmee in Nederland blijven.‘

Hoewel uitbesteden voor een kleine organisatie een geschikt instrument is, kleven er ook nadelen aan. ’Met de functionele specificatie van een stuk software zijn we naar India gegaan, maar daar bleek toch te weinig technische knowhow aanwezig‘, vertelt productmanager Ossewaarde. ’Vervolgens hebben we het in Roemenië geprobeerd. Dat was al iets beter, maar nog steeds niet goed. Het grote probleem is dat ze door de afstand weinig affiniteit krijgen met het systeem waar ze voor bezig zijn. Uiteindelijk hebben we een deel maar zelf ontwikkeld. Ik schat dat we in totaal zo‘n anderhalf manjaar hebben verloren.‘

Kosten besparen

Hart van de Hedelse systemen is een eigen PCB met onder meer een Microchip-processor, Ethernet-functionaliteit en voedingen. Daarbovenop draait extern ontwikkelde embedded C-programmatuur onder het FreeRTOS-besturingssysteem. In de uitgifteautomaat is het printplaatje gekoppeld aan de magneetkaartlezer en aan een motorsturing die de carrousel met kledingvakjes beweegt. Daarnaast hangt het bordje aan een panel-pc met Windows CE 4.2, die de grafische gebruikersinterface verzorgt. Deze GUI heeft Olmatic zelf in C# geschreven met Visual Studio 2003 en 2005.

’In de eerste versie hadden we gekozen voor een XScale-gebaseerd bedieningsscherm van het Taiwanese Weintek vanwege de lage prijs, de robuustheid en de ervaring die we ermee hadden opgedaan in de vouwwereld‘, vertelt Ossewaarde. ’Dat display bleek echter vrij traag, waardoor er veel tijd in ging zitten om een GUI van acceptabele snelheid te krijgen. Daarom zijn we overgestapt op een luxere panel-pc van Weintek. Voor de toekomst praten we nu met een Duitse leverancier omdat we naar CE 5.0 willen en de Taiwanezen dat niet ondersteunen.‘

De innameautomaat heeft een vergelijkbare printplaat, die onder meer communiceert met de geïntegreerde ventilator en een RFID-lezer van Tagsys. De reader is verbonden met de antenne die de teruggebrachte kleding identificeert, maar ook met de antenne die in het distributiestation zit voor het terugleggen van de artikelen. Ossewaarde: ’Om kosten te besparen, hebben we ervoor gekozen het uitgiftesysteem geen eigen taglezer te geven, maar die van de innameautomaat te gebruiken. Daardoor hebben we voor twee stations nog maar één reader nodig, wat drieduizend euro scheelt.‘

Hoewel de kledingautomaten in principe los van elkaar zijn in te zetten, is Olmatic bij het ontwerp uitgegaan van een gecombineerd gebruik. De standaard opstelling bestaat uit één uitgifte-eenheid en één innamepunt ernaast, die onderling communiceren via een simpele RS485-bus. In totaal zijn zo tweehonderd apparaten aan elkaar te koppelen. Omdat meerdere uitgifte-eenheden via één schermpje zijn te bedienen, hebben de Hedelnaren ook een netwerkversie van het distributiestation ontwikkeld zonder panel-pc. Daarnaast onderzoeken ze of het mogelijk is om nog meer kosten te besparen door één RFID-chipreader te delen met vier systemen.

0669145548000
Directeur Jan Oerlemans retourneert een verplegersjas.

Geen Linux

Binnen het netwerk verzorgt een centrale panel-pc via Ethernet de communicatie met een lokale Microsoft SQL 2005-server. Die bevat een database waarin onder meer de gebruikersgegevens en informatie over de kledingstukken en de status van de automaten liggen opgeslagen. Zo houdt het systeem bijvoorbeeld bij hoeveel artikelen van welk type iemand nog kan lenen, wie welke transacties op welk item heeft uitgevoerd en tegen welke problemen het is aangelopen.

Met een in C# geschreven programma kunnen Olmatic-klanten op een Windows XP-werkstation de database-inhoud bekijken en eventueel aanpassen. De communicatie tussen deze administrator-client en de lokale server loopt weer over Ethernet, zodat beheer op afstand mogelijk is. De applicatie staat ook in verbinding met een supportwebsite waar gebruikers software-updates kunnen downloaden, zodat ze altijd over de meest recente versie van de client beschikken.

De systemen uit Hedel maken volop gebruik van Microsoft-software. Linux was geen optie, vertelt Ossewaarde. ’We zijn een kleine organisatie en hebben geen grote ontwikkelafdeling om open source op maat te snijden. Daarnaast is er enorm veel tooling beschikbaar en bieden de internetfora goede ondersteuning. Als programmeertaal hebben we gekozen voor C#, omdat de code managed is en daarmee geen geheugenlekken kan veroorzaken. Bovendien neemt de bijbehorende omgeving je een heleboel werk uit handen, wat de taal overzichtelijker en makkelijker maakt.‘

Terugkijkend op de afgesloten R&D-fase zet productmanager Ossewaarde de belangrijkste ervaringen op een rijtje: ’Doordat we met private funding werken, hebben we minder grote budgetten en moeten we veel meer op de centen letten. Zo zouden we de R&D nu niet meer zo snel uitbesteden, ook niet elders in Nederland. Vanwege de korte communicatiekanalen is intern een poppetje bijzetten uiteindelijk veel goedkoper. Een andere valkuil is dat je al snel zegt dat iets er ook nog wel bij kan, terwijl je beter ergens een streep kunt trekken en dat afgebakende deel eerst afmaken. Verder zijn we iets te vroeg naar Windows CE gegaan. Op dat moment ontbrak er nog een hoop driversoftware die er nu wel is.‘

Over de toekomst kan directeur Oerlemans nog weinig zeggen: ’In tegenstelling tot de geconsolideerde wereld van de wasautomaten staat het toepassingsgebied waarop wij ons richten nog in zijn kinderschoenen. Er is van alles mogelijk. De komende jaren blijven we kijken naar nieuwe toepassingen en zullen we nog verschillende kasten ontwikkelen. We zoeken onze weg. Van embedded tot internet, in Olmatic komen alle technologieën samen. Dat is interessant, maar maakt het ook moeilijk om aan te geven waar we heen gaan.‘