Marcel Pelgrom adviseert over analoog ic-ontwerp.

18 oktober

De personeelsdienst belde met het aanbod dat ze twee jonge ingenieurs voor mijn afdeling hadden gevonden. Elke leidinggevende van een ontwikkel- of researchafdeling heeft als hoofdtaak de meest geschikte medewerkers te selecteren en van die twee was ik allerminst overtuigd. Gelukkig betoonde personeelsdienst zich inschikkelijk voor mijn eisen en voorzien van voldoende vangnetten liet ik ze uiteindelijk komen. ‘O’, was de laatste opmerking van de personeelsfunctionaris, ‘ze hebben een iets afwijkende culturele achtergrond.’

Daarover maakte ik me geen zorgen. Op de afdeling werkten ingenieurs (m/v) uit alle windstreken, leeftijden en opleidingsniveaus. Ik vond die verschillen wel spannend. Een knul schoor op een vaste dag in het jaar zijn hoofd kaal, want dat hoorde zo in zijn cultuur. Na een paar plaagstootjes ging iedereen weer aan het werk. Iemand mocht zijn werk op een topconferentie presenteren. Tot verrassing van deze nuchtere columnist liet hij een collega gaan, want hij wilde carnaval niet missen!? Een medewerker bij wie een Bijbels vuur was ontbrand, werd terstond geblust. Een motorfreak kreeg een reclameshirt aangereikt om daarmee prikkelende symbolen op zijn zwarte outfit te bedekken.

Zo was er weleens wat, maar niemand maakte een punt van zijn politieke voorkeur, religie en afkomst. In de kantine kwamen de belangrijkste hobby’s en interesses wel ter tafel, maar het bestaan van een partner werd soms pas bekend als die meekwam naar het afdelingsfeest. Opvallende verschillen tussen medewerkers bestonden uit de ervaring, het succes en de kennis in ons vakgebied en soms een persoonlijke tic. Een sluier bedekte de culturele diversiteit. Als je oplette, kon je wel culturele contouren waarnemen, maar specifieke uitingen bleven in het privédomein.

Met dit tweetal liep het anders. Vanaf het begin trokken zij vrijwel alleen met elkaar op en spraken ze onderling een onverstaanbare taal, ofschoon ze in Nederland waren opgevoed. Dat leidde bij de (verschillende) projecten waaraan ze werkten weleens tot de opmerking dat de een beter wist waar de ander mee bezig was dan diens eigen collega’s in het team. Ik probeerde dat op een positieve manier te veranderen en zei dat ze veel van de andere collega’s konden opsteken. Een paar dagen later spraken ze inderdaad met iemand anders: een cultuurgenoot uit een andere afdeling.

Kort voor de kerstperiode kwamen ze naar mij toe. Ze wilden de hele kerstperiode doorwerken. Kerst werd in hun cultuur niet gevierd en ze wilden zo veel mogelijk vakantiedagen sparen, want in de zomer gingen ze zes weken naar het land van hun familie. Ik moest ze teleurstellen: tijdens de kerstperiode konden ze geen begeleiding krijgen van senioren. De onderhoudsploeg was druk met het testen van veiligheidsvoorzieningen, computersystemen werden geüpdatet en meer. En over die zes weken: een werknemer heeft recht op vakantie, maar als het werk het noodzakelijk maakt, dan gaat het werk voor. De vakantiedagen moeten dan later worden opgenomen. Dat viel slecht. Later hoorde ik dat ze bij de vakbond mijn mededeling hadden geverifieerd.

Veel culturen kennen vastenperiodes, zo ook die van onze twee nieuwelingen. Zij onderwierpen zich echter zodanig aan dat ritueel, dat ze feitelijk niet voor werk inzetbaar waren. Hun aanwezigheid was minimaal en ze konden de ogen niet openhouden. Hun collega’s kwamen mij wel twee keer per dag halen om ze bij hun schouder wakker te schudden, want ze lagen op hun armen over het toetsenbord te snurken. Wat ze wel deden, kostte het team extra tijd om de fouten eruit halen. Er ontstonden spanningen tussen de mensen, want anderen moesten twaalf uur per dag werken om het project op tijd af te krijgen.

Discriminatie van werknemers of sollicitanten op basis van cultuur, religie, ras, geslacht of leeftijd is fout. Maar een gelijke behandeling van alle werknemers ongeacht hun culturele achtergrond botst op de werkvloer met de gevolgen van specifieke culturele uitingen. Als dat leidt tot verschil in prestaties en spanning in het team, mogen er dan belonings- en carrièreconsequenties volgen? Dat voelt als discriminatie, maar ook culturele tolerantie kent grenzen. Gelukkig heb ik nog vaak kunnen genieten van bijzondere prestaties van medewerkers die hun culturele achtergrond onder de sluier hielden.

Hoe het afliep met onze twee jonge ingenieurs? Er volgden meer incidenten. Op een bepaald moment frustreerden ze hun rapportage aan een vrouwelijke projectleider. Toen heb ik de personeelsdienst gebeld.