Paul van Gerven
1 June 2010

Het voormalig hoofd Research bij NXP doet tegenwoordig de externe relaties met kennisinstellingen en de overheid. Een gesprek met veteraan Gerard Beenker over de recente veranderingen bij NXP Research, onderzoek naar high-performance mixed-signal chips en een potentiële opvolger van de Kenniswerkersregeling.

Er verschijnt een boomlange man in de deuropening van de kleine vergaderkamer in NXP-gebouw 32 op de Eindhovense High Tech Campus. Na een allerhartelijkste begroeting laat hij er geen gras over groeien. ’Laat ik iets over mijn historie vertellen. Ik heb ooit in Eindhoven wiskunde gestudeerd en ben vervolgens bij Philips Research terechtgekomen. Daar deed ik ondersteunende sommetjes voor mijn collega‘s. Na een jaar of zes vond ik dat ik maar eens wat anders moest gaan doen, want zo gaat dat in de onderzoekssferen. Na een aantal jaar zeg je: tot mijn pensioen is wel erg lang, laat ik eens iets anders kiezen. Ik ben een groot voorstander van job rotation.‘

In de korte monoloog die volgt, blijkt Gerard Beenker inderdaad vaker van functie te zijn gewisseld, maar nooit van bedrijf. Alleen het bord aan de gevel van zijn werkplek veranderde toen Philips Semiconductors werd afgesplitst. Na een verleden in Philips‘ eigen EDA-tools en het hele IC-designcluster te hebben geleid, kreeg Beenker bij deze verzelfstandiging de gewichtige taak een deel van de Philips Research-organisatie los te weken en als NXP Research op eigen benen te zetten. Daarna stond hij er ruim twee jaar aan het roer, maar opnieuw ’werd het echt tijd voor iets anders‘.

Sindsdien staat er vice president en scientific director op het visitekaartje van Beenker, maar manager externe relaties had ook niet misstaan. ’Ik verzorg de relaties met universiteiten en andere onderzoeksinstellingen, vandaar het woord ’scientific‘. Via de nationale en Europese onderzoeksprogramma‘s waarmee de projecten worden gefinancierd, heb ik ook veel te maken met overheden en andere organisaties.‘ Er volgt een indrukwekkende lijst (onderzoeks)organisaties waarvoor Beenker namens NXP een adviserende of besturende rol vervult: het presidium van Artemis, de adviesraad van het Embedded Systems Institute, de bestuursraad van STW, de technologiecommissie van VNO-NCW, het Business Cluster Semiconductors, B4You, de adviesraad van de Eindhovense faculteit Elektrotechniek en de Point-One Program Council. ’Ben ik nog iets vergeten? O ja, ik zit sinds vanochtend in Health Valley.‘

Gerard_Beenker 1

Spin

Philips Research en Philips Semiconductors kennen een lange historie van samenwerking met de Nederlandse academische wereld en met name de drie technische universiteiten, die elk hun eigen expertise te bieden hebben. Menigeen vreesde voor de toekomst daarvan toen NXP in september 2008 zijn Redesign-programma aankondigde en enkele maanden later topman Frans van Houten het veld moest ruimen. Onder een strak financieel regime met als voornaamste doel waarde te creëren voor private-equity-eigenaar KKR zou weinig tot geen ruimte overblijven voor riskante langetermijnprojecten, zo was de gedachte.

Eerder al had NXP een forse stap terug gedaan door definitief een punt te zetten achter het in de jaren negentig ingezette avontuur in geavanceerd CMos. De droom om te verdienen aan platforms en software was in duigen gevallen. Hardware verkopen werd weer de corebusiness. Voor bedrijfsonderdelen die niet bij die strategie aansloten, werd getracht economies of scale te creëren door ze te verkopen of onder te brengen in joint ventures.

Ook Research ontsprong de dans niet. ’We hebben een moeilijke tijd achter de rug‘, erkent Beenker. Maar zo erg als de pessimistische scenario‘s die ten tonele verschenen toen KKR zich deed gelden, is het niet. ’De businesskant heeft ontegenzeggelijk meer inspraak gekregen in het onderzoek. Er zijn in de dagen van Philips Research en later in de beginjaren van NXP een aantal concepten ontwikkeld die niet of pas laat zijn geland in de organisatie. Je moet de kans vergroten dat dat wel gebeurt.‘

Als voorbeeld neemt Beenker de Embedded Vector Processor (EVP), een volledig programmeerbare DSP-kern die de basis moest vormen voor softwaregebaseerde communicatietoepassingen. In juni 2008 kondigde NXP de lancering aan van een met mobiele standaarden mee-evoluerend softmodem, voorzien van een EVP-hart. Op dat moment was echter al bekend dat de Eindhovense chipmaker zijn draadloosactiviteiten zou onderbrengen in een joint venture met STMicroelectronics. Sterker nog: het softmodem en de EVP waren een van de bouwblokken van het nieuwe gezamenlijke bedrijf.

’De EVP was een fundamenteel nieuw concept en het heeft toch wel heel lang geduurd alvorens de Mobile-divisie bereid was die slag te maken. Het was een technologie-push, een buitengewoon goede zelfs, maar waarmee te lang is gewacht. Met een roadmap van de productiedivisie en een daarop aangepaste visie van Research op toekomstige ontwikkelingen ben je minder revolutionair bezig, maar verhoog je de slaagkans. Zeker, onze research is meer vraaggericht dan een paar jaar terug.‘

Al geruime tijd laat NXP in zijn openbare uitingen geen gelegenheid onbenut te benadrukken dat het zich tegenwoordig toelegt op high-performance mixed-signal chips. Dat ruikt naar spin van de marketingafdeling, die een overkoepelende term heeft gezocht voor de activiteiten die de reorganisaties hebben overleefd. De grote variatie in afzetgebieden die NXP bedient, van automotive tot tv‘s en van gehoorapparaten tot zonnecellen, versterkt die indruk.

Er is echter wel degelijk een technologische basis om de corebusiness van NXP, en dus het richtpunt van NXP Research, te omschrijven met high-performance mixed-signal, vindt Beenker. ’Het onderscheid tussen analoog en mixed signal is wellicht niet zo relevant, omdat elk analoog signaal meestal wel door een AD-converter gaat. High-performance is een goede omschrijving voor de circuits die wij ontwerpen. Het kan slaan op robuustheid, bijvoorbeeld in het automotivesegment, waar hoge temperaturen een rol spelen, maar ook op energiezuinigheid in bijvoorbeeld voedingen of bandbreedte in de analoog-digitaalomzetting. Kwalitatief hoogstaande mixed-signal chips ontwerpen is iets waar wij goed in zijn – en die kunnen we bovendien zelf produceren.‘

Gerard_Beenker 2

Zonneklaar

Ondanks de strakkere teugels hoeft niet alles aan te sluiten op NXP‘s businesstak; er blijft ruimte voor langetermijnprojecten, óók als die misschien niet helemaal in het high-performance-mixed-signal-plaatje passen. ’We hebben ook behoefte aan dingen die niet rechtstreeks passen op de roadmap van de huidige businesses. We reserveren een zak geld om Research in staat te stellen met nieuwe concepten te komen die kunnen uitgroeien tot grote nieuwe business.‘ NXP heeft bovendien zijn cultuur proberen te behouden waarin goede ideeën zich ongehinderd van de werkvloer naar boven kunnen werken. ’Eigen inbreng stimuleren is belangrijk. Research managen is luisteren, zeg ik altijd.‘

Aan het begin van de eeuw begon Philips Research met onderzoek aan ultradunne Mems-resonatoren van silicium, bedoeld als volledig in CMos geïntegreerde vervangers van de logge kwartskristallen die tot op heden het kloksignaal verzorgen. Het project paste niet helemaal op de roadmap van de businesses, maar overleeft nog altijd in de incubator van Research. Een ander voorbeeld is een eigen versie van embedded phase-change memory, een geheugenconcept waar de verschillende weerstanden van kristalvormen aan de basis staan van informatieopslag. Het zou een onderdeel van een superieure, energiezuinige chip voor NXP‘s identificatiebusiness kunnen worden.

Als weer een ander voorbeeld – NXP‘s biosensor – ter sprake komt, veert Beenker op. We komen met dit onderwerp bij uitstek in het domein van de wetenschappelijk directeur, omdat er kennis van buiten nodig is om het concept te doen slagen. De basis voor de sensor is doodgewoon CMos, waar een paar laagjes zijn weglaten. Daardoor komen elektrodes vrij te liggen, die als platform kunnen dienen voor sensorica. Het ultieme doel is om daarop biomoleculen aan te brengen die binden aan moleculen die typisch zijn voor een bepaalde ziekte. Die binding zou capacitief geregistreerd en direct verwerkt kunnen worden door de IC-lagen eronder.

’Ook al zoiets waar Philips Research ooit mee is begonnen en waar we nog altijd mee bezig zijn. Een high risk-concept, maar veelbelovend, oordeelde ook ons topmanagement‘, zegt Beenker. De biomoleculaire kennis haalt NXP onder meer bij de Radboud Universiteit en het aanpalende UMC Sint Radboud, op steenworp afstand van de chipfabriek in Nijmegen. Het onderzoek wordt momenteel gedeeltelijk gefinancierd met geld uit de Kenniswerkersregeling, een anticrisismaatregel van het inmiddels demissionaire kabinet die R&D-werknemers in staat stelt gesubsidieerd aan maatschappelijk relevante innovatieprojecten te werken – in samenwerking met kennisinstellingen welteverstaan.

Grote delen van hightech Nederland hebben de Kenniswerkersregeling positief ontvangen en ook Beenker is vol lof. Niet verwonderlijk misschien, want achter de schermen van Point-One is hij een van de drijvende krachten achter het initiatief geweest. ’Ik ben erg positief over de snelheid van schakelen. Het hele proces is in een moordend tempo in gang gezet en afgehandeld. Als je toch eens weet hoe moeizaam zoiets soms gaat, hoeveel fases je door moet. Toch heeft de kwaliteit er niet onder geleden en zijn er nieuwe dwarsverbanden gecreëerd. Natuurlijk zitten er ook projecten bij die al op de plank lagen en die onder normale omstandigheden misschien ook wel doorgang hadden gevonden, maar het heeft hoe dan ook rust gebracht in onzekere tijden.‘

De Kenniswerkersregeling en haar maatschappelijke component zouden bovendien een voorbode kunnen zijn van een nieuw soort publiek-private samenwerking – althans in Nederland – tussen commerciële en niet-commerciële kennisinstellingen en overheden, waarin die laatste de expertise van de andere twee inzetten om maatschappelijke problemen aan te pakken. ’De mogelijkheden zijn bijna eindeloos: schoner en veiliger verkeer, energiebesparing, schoon drinkwater, betere en efficiëntere zorgverlening, veiligheidskwesties, noem maar op. Overheden kunnen daar in naam van het publiek belang wat aan doen door de samenwerking tussen bedrijven en kennisinstellingen te oliën met financiering. Als een bedrijf als NXP nu bij een universiteit aanklopt, moet het wel een zak geld meenemen. Een overheid kan die samenwerking faciliteren.‘

Beleidsmakers van de Europese Unie discussiëren al enige tijd over de merites van innovatiefinanciering door middel van innovatief inkopen. Pre-commercial procurement heet het daar. Overheden spenderen gigantische bedragen aan het inkopen van goederen en diensten. Als zelfs maar een klein percentage daarvan zou worden besteed om R&D aan te zwengelen, dan zou innovatie een enorme duw in de rug krijgen. Geen overbodige luxe, nu de meeste Europese landen de Lissabon-doelstelling om 3 procent van hun nationaal inkomen te investeren in onderzoek niet hebben gehaald.

Bij pre-commercial procurement stelt de overheid zich op als duwer van technologie of als launching customer. De Verenigde Staten en dan met name de gigantische defensie-industrie dienen als voorbeeld. Daar is het de normaalste zaak van de wereld dat de overheid ’innovatie bestelt‘ bij bedrijven.

In Nederland zijn gesprekken gaande tussen Point-One en het ministerie van Economische Zaken om te kijken hoe dat hier vorm zou kunnen krijgen, vertelt Beenker. ’Het is nog te vroeg om te speculeren over een eventuele opvolger, maar na de Kenniswerkersregeling is het zonneklaar dat we een mechanisme creëren waarin we heel snel samenwerkingsverbanden kunnen opzetten tussen bedrijven en kennisinstellingen.‘

Gerard Beenker opent op 17 juni het lezingenprogramma van de Hardware Conference 2010. Hij zal in zijn keynote ingaan op de rol die de halfgeleiderindustrie kan spelen in het oplossen van de grote maatschappelijke problemen.