Pieter Edelman
17 januari

De universiteiten van Utrecht Amsterdam en de Nederlandse politie hebben een gezamenlijk lab geopend om ai-toepassingen te onderzoeken die het politiewerk kunnen ondersteunen. In totaal zeven promovendi gaan er samen met ervaren politiemensen aan de slag. Drie van hen begonnen vorig jaar al in Amsterdam, toen nog onder de vlag van Politielab Data Science. Dat wordt nu uitgebreid met vier Utrechtse promovendi tot het Nationaal Politielab AI.

De politie denkt dat kunstmatige intelligentie vooral kan helpen om de alsmaar groeiende stroom aan gegevens te beteugelen. ‘Ooit waren vingerafdrukken in de opsporing baanbrekend, nu heb je al snel de beschikking over allerlei data, zoals locatiegegevens, beeld en geluid. Al die verbanden – ook tussen zaken – zijn er, maar je moet ze wel kunnen leggen’, zegt programmadirecteur Digitalisering en Cybercrime Theo van der Plas. Aan de UvA werd het afgelopen jaar bijvoorbeeld al gewerkt aan een systeem dat in kaart kan brengen waar foto’s zijn gemaakt.

Daarnaast kan ai helpen om de bureaucratische overhead bij de politie te verminderen en de service te verbeteren, bijvoorbeeld via slimme chatbots die gesprekken voeren met burgers of autonome agents die specifieke taken zelfstandig kunnen uitvoeren. Maar er valt ook te denken aan simulatietechnieken die bestuderen hoe criminele netwerken zich ontwikkelen.

Een belangrijke focus van de samenwerking is verder ‘explainable ai’. Vaak is het in lerende systemen onduidelijk hoe een oordeel of voorspelling tot stand komt. Maar de politie wil dat alle ai-toepassingen uitlegbaar moeten zijn aan bijvoorbeeld de rechter en de burger. ‘Er is daarom nog veel onderzoek nodig naar alle randvoorwaarden, zoals de technische, sociale, juridische en ethische impact van de dingen die wij op dit gebied doen. We hebben onder meer de universiteiten in Leiden en Delft gevraagd deze thema’s voor ons te onderzoeken’, zegt Ron Boelsma, innovatie- en kennismakelaar bij de politie.