Alexander Pil
2 July 2009

Hij pleit voor meer IC-bedrijven in Europa. Hoewel alleen Intel, Samsung en TSMC nog in staat zijn 5 miljard te investeren in een nieuwe fab, ziet Asmund Tielens grote kansen voor fabless chipontwerpers. De directeur van Sitel Semiconductor – ook fabless – stelt dat we in de Benelux kunnen scoren met radiotechnologie, telefonie, automotive en consumentenelektronica.

’Van alle fabless IC-bedrijven is 80 procent Amerikaans, 17 procent Aziatisch en slechts 3 procent Europees‘, moppert Asmund Tielens, directeur van Sitel Semiconductor uit ‘s-Hertogenbosch. ’Toch is er geen reden om aan te nemen dat het hier niet ideaal zou zijn. Het is historisch zo gegroeid met de grote Europese chipbedrijven, Philips, ST en Infineon. De eerste wil alles zelf doen, de tweede worstelt met het Franse en Italiaanse chauvinisme en de derde heeft last van vakbonden. Mijn vader werkte vijftig jaar geleden bij Philips aan tv‘s. Het enige dat ze niet zelf produceerden, was het vacuüm in de buis. Die instelling is sinds die tijd natuurlijk wel veranderd, maar ze zit er nog steeds in.‘

’Amerikanen besteden veel makkelijker uit. Alles dat je op de hoek van de straat goedkoper kunt halen, moet je daar ook halen. Zelfs Intel doet het zo. Alleen de echte topproducten zoals de Pentiums waar het alles wil uitpeuteren, komen uit zijn eigen fabrieken. Kijk ook eens naar Silicon Valley. Je kunt niet ontkennen dat het daar een fantastische industrie is, maar er is geen fab meer. De laatste grote IC-fab in de Valley werd recentelijk gesloten. Als je dan bedenkt dat we er hier alleen over discussiëren, dan voel je op je klompen aan dat we een achterstand hebben.‘

’Al sinds jaren komt Sitel in aanmerking voor R&D-subsidie. Ongeveer 70 procent van wat we uitgeven, gaat naar R&D. Vroeger kregen we het altijd moeilijk omdat ze steeds wilden weten wat we met de kennis gingen doen nadat we het hadden ontwikkeld. ’Nou‘, zei ik. ’Dan besteden we het uit naar Taiwan.‘ Dat je R&D deed om de R&D, dat wilde er maar moeilijk in. Het is nu beter, maar bijvoorbeeld in Griekenland, waar we ook een designcentrum hebben, lopen ze tien jaar achter. Ze willen er best onderzoek subsidiëren, maar dan moet de productie ook wel in Griekenland gebeuren.‘

’Sitel laat geen chips bij NXP maken. Dat zou in principe wel kunnen, maar NXP is geen foundry. Ze zouden het strikt moeten scheiden: fabless met een aparte foundry. Voor fabless chipontwerpers zou zo‘n opdeling wel leuk zijn. Ik weet niet of het ook voor NXP interessant is, maar ze zouden dan wel luisteren naar de tekenen van de tijd. Een paar jaar geleden zei Nokia nog dat het alleen chips zou kopen bij bedrijven die zelf produceerden. Tegenwoordig zijn de succesvolle chipbedrijven in mobieltjes – Qualcomm, Broadcom en CSR – juist fabless en zitten de bedrijven met eigen fabs in de problemen. Dat is de afgelopen jaren dus wel veranderd.‘

’Broadcom en Qualcomm zijn eruit geknald de afgelopen jaren. Dat had eigenlijk in Europa moeten gebeuren. Het is hier de Radio Valley. Voor zenders en ontvangers moest je in het verleden hier zijn en dat is nog altijd zo. Maar NXP was onderdeel van Philips en kon niet vlammen. Daardoor hebben ze de boot gemist. Gelukkig gaat het de goede kant op. Philips heeft besloten dat het geen IC-bedrijf is, maar zich gaat richten op licht, medische systemen en personal care.‘

’NXP lijkt er verstandig aan te doen zijn pijlen te richten op automotive. Dat is een kans, zeker nu het met de auto-industrie in de VS niet goed gaat. Chrysler, Ford en General Motors zijn op sterven na dood. Voor automotivechips moet je niet in Amerika zijn, om het maar voorzichtig te zeggen. Pc‘s mogen dan Amerikaans terrein zijn, automotive is dat zeker niet. Dat is veel eerder Europees, net als consumentenelektronica en telefonie. We moeten NXP daarom niet te snel afschrijven. Misschien kunnen we ook wel een Broadcom of een Qualcomm maken. Die bedrijven doen 5 en 10 miljard. Fabless.‘

’Als het toch misgaat bij NXP – door omstandigheden die ze niet hebben verdiend – komen er honderden goede ingenieurs op de arbeidsmarkt. Daar kunnen weer gezonde IC-bedrijven uit ontstaan, allemaal fabless. We zijn dan een grote speler kwijt, maar krijgen er een heleboel kleintjes voor terug. Je hoeft niet per se groot te zijn, als je maar ontegenzeggelijk de grootste bent in jouw segment. Doordat de specialisatie steeds verder is doorgegaan, is er voldoende plaats voor kleinere bedrijven. Voor elk segment is er wel een specialist. Zo kun je als klein bedrijf verbazingwekkende dingen doen. Kijk naar onszelf. Sitel heeft de Dect-markt min of meer in handen.‘

Sitel_Asmund_Tielens_01

Inbraakalarm

’Dect is en blijft een succesverhaal. Amerika is nu om. Sinds anderhalf jaar koopt iedereen daar Dect-telefoons. Japan gaat met grote zekerheid ook over en Europa was al om. Dan hebben we de grootste markten voor draadloze telefonie veroverd. Voor Bluetooth hoeven we niet bang te zijn. Het bereik van die technologie is veel kleiner. Op de tweede verdieping of in de tuin zou Bluetooth al niet meer lekker werken, terwijl een draadloze telefoon altijd kraakloos moet zijn. Daar is Dect superieur.‘

’Draadloze telefoons mogen nu dan nog weinig functionaliteit hebben, dat gaat zeker veranderen. Helemaal als die telefoons overgaan op Voice over IP, en dat gaat gebeuren. De ouderwetse telefooncentrale gaat verdwijnen, het gaat allemaal over dezelfde lijn als je pc. Thuis krijg je dan een breedbandkabel met een ADSL-modem. Daar sluit je je telefoon op aan. In Duitsland, Engeland, Frankrijk en Italië hebben ze besloten dat zo‘n modem ook altijd een Dect-chip moet hebben. Alle modems die ze daar nu installeren, bevatten dus zo‘n chipje. De trend is dat die allemaal van Sitel komen.‘

’Jaarlijks gaan er wereldwijd 50 miljoen ADSL-modems over de toonbank. In Duitsland, Engeland, Frankrijk en Italië heb je het over miljoenen met Dect erin. Miljoenen en nog ben ik er niet zeker van dat het wereldwijd doorzet. Maar als het zou gebeuren, zou dat uiterst gunstig zijn voor Dect. Voor ons dus. Het zou bovendien een heel scala aan nieuwe toepassingen mogelijk maken. Home automation is dan heel makkelijk. Denk aan beveiliging of een inbraakalarm. Iedereen heeft een Dect-microgolf die zijn hele huis en tuin afdekt. Daardoor kun je straks allerlei apparaten goedkoop aan het internet hangen.‘

Energieverbruik is een aandachtspunt voor Sitel. ’Een van onze grootste klanten is Siemens, of Gigaset zoals het nu heet. Die vindt groen heel belangrijk. We hebben een aparte groep voor ultra low power. Daar ontwikkelen we toepassingen die tien jaar op een batterijtje moeten kunnen draaien. We hebben vorig jaar 140 miljoen chipjes verkocht. De afgelopen vijf jaar komen we dus op minstens een half miljard. Als die per stuk 10 mW verbruiken, is dat 5 MW in totaal. De chips staan constant aan, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een peertje. Ons eigen gebouw verbruikt maar een vijftigste van wat we de wereld aandoen met onze chipjes. Je moet ze dus zo slim maken dat ze zichzelf uitzetten maar dat je ze ook weer wakker kunt krijgen. Bovendien moeten ze de afstand naar de bron kunnen registeren zodat ze hun zendvermogen kunnen aanpassen. We zijn al overgestapt op drie processoren voor een Dect-telefoon. Het blijkt energetisch beter om de lasten over drie kernen te verdelen.‘

Kopersstaking

Ondanks de grote potentie van Dect moest Sitel eind vorig jaar reorganiseren. ’Wereldwijd zijn we teruggegaan van 160 naar 125 mensen. We kregen vier maanden lang uitzonderlijk weinig orders binnen. We zaten op ongeveer de helft van het gemiddelde. Omdat we in 2008 erg veel hadden geïnvesteerd en op break-even hadden gemikt, zeilden we wel heel scherp aan de wind. Als je geen winst maakt en het loopt ineens minder, duik je het verlies in. Dat konden we in 2009 niet hebben. We hebben toen ons businessmodel aangepast zodat we op veel mindere omzet toch winst zouden maken. Nu ziet het ernaar uit dat dat gaat lukken. In februari ging het weer naar boven. In maart en april zaten we al bijna weer op het oude niveau. Nog steeds een beetje minder dan vorig jaar, maar toch.‘

’In de Dect-markt zagen we in de aantallen geen teruggang. Alleen de prijzen zijn gezakt in vergelijking met vorig jaar. Dit jaar gaan we hoogstwaarschijnlijk winst maken. Niemand weet natuurlijk zeker wat de tweede helft van het jaar gaat brengen, maar het lijkt erop dat we de bodem wel hebben bereikt. We verwachten dat we er sterker uitkomen qua marktaandeel dan de concurrent. Als al onze plannen uitkomen, moeten we midden 2010 weer gaan werven.‘

’Sitel zit indirect in de markt voor duurzame gebruiksgoederen. Eerst had je de financiële crisis, daarna de recessie en de kopersstaking. Die voel je bij duurzame gebruiksgoederen het eerst. Denk maar aan auto‘s. Blijkbaar lijkt de Dect-telefoonmarkt daarop. Als goederen niet echt nodig zijn, kopen mensen ze niet. Bij gamecontrollers – ons andere terrein – heb je dezelfde situatie, hoewel die markt iets stabieler lijkt.‘

Wilders

Tielens ziet voldoende kansen voor de halfgeleiderindustrie in de Benelux. ’We zijn goed in analoog. Hier ligt het zwaartepunt als het gaat om de ontwikkeling van radio. Denk aan Ansem, Catena, Imec, ItoM, NXP en natuurlijk Sitel. Catena is echt een heel grote autoriteit op dat gebied. Het heeft zijn vingers in heel veel radiochips in mobieltjes. Wat is er belangrijk voor je telefoon? Geluid natuurlijk. Een gelikte gebruikersinterface, een goede batterij, allemaal leuk en aardig, maar als dat ding staat te piepen en te kraken, is het niks waard. Je hebt veel analoge kennis nodig om dat voor elkaar te krijgen. Telefonie is zeer Europees. Laten we daar in hemelsnaam gebruik van maken.‘

’We hebben vier goede technische universiteiten: Delft, Eindhoven, Twente en Leuven. Allemaal op anderhalf uur rijden van ons. We hebben mensen die goed werken in groepen. We hebben mensen die bereid zijn om te documenteren, wat heel belangrijk is als je met complexe chips werkt. De ingenieurs die we hier hebben, zijn beter dan waar ook. We staan er niet hoofdzakelijk om bekend, maar ze zijn er wel. Zeker voor elektronica en consumentenproducten. Er wordt al heel lang geen consumentenelektronica meer gemaakt in Amerika. Philips is zo‘n beetje de enige die de Aziatische invasie heeft overleefd. De universiteit in Eindhoven heeft zich daarop aangepast en is heel goed in elektronica.‘

Er is één probleem: er is onvoldoende personeel. ’Structureel worden er twee keer te weinig ingenieurs opgeleid in Nederland. We hebben wel veel Chinese studenten, maar die mag je niet onmiddellijk aannemen. Omgekeerde wereld. Bovendien komt er ieder jaar een delegatie uit Singapore om ons te verleiden te verhuizen. Die afvaardiging van de Singaporese regering vertelt hoe ideaal het daar is. Internationale scholen met veertien verschillende talen, hoge levenskwaliteit, veiligheid en de mooiste vakantieplekjes op een uurtje vliegen. In onze industrie zitten er altijd wel een paar mensen tussen die wereldbekend zijn. Die zijn relatief makkelijk vertrokken. Je hebt het over Brainport Eindhoven, maar als je niet oppast, is het de poort waar de brains wegvliegen.‘

’Behalve dat er niet genoeg ingenieurs van de universiteiten komen, is het ook niet supermakkelijk om ze uit het buitenland hier te krijgen. Een paar jaar geleden wilde Sitel iemand aannemen uit Marokko die helemaal was ingeschoten op onze gereedschappen en uiterst productief was. We moesten bewijzen dat niemand in Nederland die baan zou kunnen doen. Dat is als klein bedrijf bijna ondoenlijk. We hebben toen een personeelsadvertentie geplaatst waar een aantal sollicitanten op afkwam, maar de goede zat er natuurlijk niet tussen. Die Marokkaan hebben we in die tijd door laten studeren in afwachting van iets betere tijden, die uiteindelijk zijn gekomen.‘

’Ik zou als Eindhoven een zusterstad adopteren in de Alpen dicht bij een vliegveld. Toen we vroeger nog bij National Semiconductor hoorden, gingen de Amerikanen die hier werkten in het weekend skiën. Vonden ze vlakbij. We moeten er met z‘n allen een leuk land van maken. Dat is het ook wel, maar we moeten er voor waken dat het niet racistisch wordt. De grootste partij van Nederland, als je de peilingen mag geloven, heeft als stokpaardje een religieuze groep het land uit te werken. Dat zou in Amerika ondenkbaar zijn.‘

’Nederland moet geen buitenlanderonvriendelijke omgeving worden. Waarom is Silicon Valley groot geworden? Topuniversiteiten, maar die hebben wij ook. Prachtig weer, dat hebben we niet. Maar vooral de enorm open economie. Op een gegeven moment zaten er meer Aziaten op de universiteiten dan Amerikanen. So what? Een senator antwoordde ooit op de vraag of hij niet bang was voor de opkomst van Azië in de hightech: ’Ik denk niet dat ze ons inhalen. Ik denk dat onze Aziaten het beter doen.‘ Tegen die mentaliteit moeten we concurreren. Als je een kenniseconomie wilt zijn, moet je in jouw segmentje meedraaien in de wereldtop. Dat betekent dat je af en toe een buitenlander moet aantrekken die een coryfee is op dat gebied. Het is dus ieders verantwoordelijkheid om het aantal Wilders-stemmers zo laag mogelijk te houden.‘