Pieter Edelman
4 December 2014

Het reddingsplan voor de twee verkeerd geplaatste Galileo-satellieten lijkt een succes, zo heeft de Esa bekend gemaakt. De eerste van het tweetal is in een betere baan gepositioneerd en is begonnen met het uitzenden van navigatiesignalen. De andere kunstmaan staat nu hetzelfde te wachten. Of de satellieten uiteindelijk ook gebruikt zullen worden voor navigatiedoeleinden, is nog onbekend; pas na een uitgebreide testfase zal dit worden besloten.

De twee satellieten moesten in augustus de bouw van de Galileo-constellatie aftrappen; eerdere satellieten waren steeds testexemplaren. De lancering liep echter uit op een teleurstelling want het tweetal kwam in een verkeerde baan terecht: in plaats van cirkels draaien de kunstmanen ellipsen om de aarde. Daardoor waren ze onbruikbaar voor navigatiedoeleinden; de aarde wordt op het laagste punt te groot om de antenne goed te richten. Bovendien lopen ze uit de pas met de rest van het systeem en dippen ze door een gordel met grote hoeveelheden schadelijke straling.

Er is echter niet genoeg brandstof om de baan volledig te corrigeren. Daarom verzon de Esa een compromis om het laagste punt ongeveer 3500 kilometer op te tillen. Daardoor kunnen de antennes continu op aarde gericht blijven en komen de satellieten niet meer door de stralingsgordel. Bovendien komen ze elke twintig dagen over hetzelfde punt op aarde, waardoor ze in de pas komen met de tiendaagse periode van de andere satellieten. Na elf manoeuvres over een periode van zeventien dagen is dit gelukt. Vervolgens is de payload in werking gesteld, en die lijkt vooralsnog goed te werken. De andere satelliet zou in de komende dagen ook naar een betere positie gemanoeuvreerd moeten worden.