Bruno Leijnse
2 November 2007

Er valt wat af te dingen op het succesverhaal van Imec, betoogde Bruno Leijnse in zakenmagazine Trends. Hij schreef onder meer dat het onderzoeksconsortium onvoldoende teruggeeft aan de Vlaamse economie en de visie ontbeert voor het opstellen van nano-elektronicaprogramma‘s. Zulke stevige kritiek, die in de vorige editie van Bits&Chips in samenvatting te lezen viel, verdient een reactie. In het artikel ’Imec trekt Vlaamse economie niet‘ het verweer van Imec, maar eerst alsnog de analyse van Leijnse in integrale vorm.  

’Eén van onze pareltjes, Imec,‘ roemt gewezen topman Rudy Aernoudt van de administratie Economie, Wetenschap en Innovatie als we hem in de Brusselse Mort Subite – de plaats heeft hij zelf gekozen – over de toekomst van Imec interpelleren. Wie zijn wij om het met hem oneens te zijn? Een omzet van 226,9 miljoen, een winst van 17,5 miljoen euro, een operationele kasstroommarge van 37 procent. Van de 1489 werknemers van Imec is 35 procent buitenlander. Leuven is een van de twee bedevaartsoorden voor nanotechnologie in de wereld geworden.

Over de jongste decennia hebben de multinationals hun lange-termijn research in micro-elektronica afgebouwd. Bell Labs, waar de eerste transistor is ontwikkeld, is een schim van vroeger. Philips heeft zijn NatLab gedecentraliseerd. In Frankrijk is het nanotechnologiecentrum Crolles 2 op de dool sinds Philips Semiconductors (nu NXP) zich er vorig jaar uit terugtrok. Freescale (ex-Motorola) volgde en tenslotte besliste ook de Frans-Italiaanse thuisspeler ST Microelectronics in juli om met IBM in de USA te gaan samenwerken voor de ontwikkeling van het basis siliciumproces. Bedrijven herbekijken hun research omdat de kosten sneller stijgen dan de omzet.

Op wereldvlak klitten de chipsfabrikanten nu samen rond IBM in Albany NanoTech (NY) en rond Imec in Leuven. Freescale en ST kozen uiteindelijk voor IBM, maar Imec heeft Intel, Samsung, Texas Instruments, Micron, NXP, Hynix, Elpida, Infineon, Panasonic, ST Microelectronics (dat dus tussen twee groepen arbitreert) en TSMC uit Taiwan aan boord. Alleen de Chinese fabrikanten zijn nog afwezig, noteert algemeen directeur Gilbert Declerck, hoewel Imec sinds 2001 een kantoor heeft in Shanghai. Tussen China en Imec staan de internationale Wassenaar-akkoorden over de transfer van technologie voor dubbel gebruik. ’En daar willen we ons aan houden,‘ zegt Declerck.

trends1
’Eén van onze pareltjes, Imec‘, aldus gewezen topman Rudy Aernoudt van de administratie Economie, Wetenschap en Innovatie.

Zijn succes heeft Imec te danken aan de moedige beslissing om in 2002 – het bloed van de dotcomcrash liep nog door Silicon Valley – een nieuwe pilootproductielijn voor 300 mm wafers te bouwen. De fab zou – afgezien van de initiële investeringen – jaarlijks ongeveer veertig tot vijftig miljoen euro extra kosten. Gilbert Declerck moest 50 tot 60 procent meer inkomsten uit contractresearch zien binnen te rijven om ze te financieren. Declerck noemde dat in die tijd, in een interview met Trends, ’een quantumsprong.‘ Quantums zijn grillige dingen, maar Declerck won zijn weddingschap en dat was niet de eerste keer.

 advertorial 

The waves of Agile

Derk-Jan de Grood has created a rich source of knowledge for Agile coaches and leaders. With practical tips to create a learning organization that delivers quality solutions with business value. Order The waves of Agile here.

’In Europa heeft elk land geprobeerd om een eigen Imec te bouwen. De Fransen hadden Leti in Grenoble, Duitsland had het Fraunhofer Institut, Nederland zijn NatLab. Wij zijn maar succesvol geworden in Europa nadat we hadden bewezen dat we met de Amerikanen en de Japanners konden werken. Toen Texas Instruments, Intel en Sony met ons hebben getekend, hebben Infineon en ST Microelectronics gedacht dat Imec toch wel iets moest hebben. En toen is ook Philips komen kijken.‘

Eerst de fabriek

Imec trok Philips in 1998-1999 over de brug met zijn innoverende Imec Industrial Affiliation Programs (IIAP). Dat zijn vier- tot achtjarige samenwerkingsprogramma‘s waarin industriële partners kosten, researchers en intellectuele eigendom met Imec delen in verhouding tot hun inbreng. Het was ’open innovatie‘ avant la lettre. De vijftien IIAP-programma‘s zorgen nu voor het gros van de inkomsten bij Imec – en voor de winst.

Het leeuwendeel van die programma‘s zit in de ’Silicon Process & Device Technology‘ (SPDT) afdeling van Imec, ’de fabriek‘, waar de productieproblemen voor de volgende generaties halfgeleiders worden opgelost. Daar drummen de Amerikaanse en Aziatische bedrijven bijeen die 57 procent van de inkomsten van Imec leveren. Ongeveer 43 procent van het personeel en 160 miljoen euro omzet – liefst 83 procent van de inkomsten buiten de dotatie – zit in deze afdeling.

De beheersovereenkomst van de Vlaamse overheid met Imec wordt elke vijf jaar herbekeken. Naast de doorlichting door Technopolis Group, gaf ook een team van experts zijn opvatting in een ’peer review‘. Dat team verwachtte vorig jaar dat Imec nog ongeveer tien jaar kon doorgaan met nano-onderzoek in zijn huidige vorm. Beneden de 45 nanometer zal het rendement van de verkleining van de circuits merkelijk afnemen, waarschuwden de experts. Bij Intel spuwen twee fabrieken vandaag al volop 45 nanometer-processoren voor de lancering op 12 november. Dat is hedendaagse technologie. ’Wijzelf werken nu aan 32 en 22 nanometer. Tussen elke generatie zit 2 à; 3 jaar,‘ zegt Declerck. Nu al is duidelijk dat er nieuwe technieken zullen nodig zijn om vooruitgang te blijven boeken, maar vooral nieuwe materialen. Ook daarnaar doet Imec onderzoek. Maar natuurlijk is zo‘n technologieverschuiving een kans voor andere centra om weer de overhand te halen.

Dan de rest

Minder stevig staat Imec in zijn twee andere, veel kleinere afdelingen. Dat zijn DESICS, 11 procent van het personeel, dat zich vooral met zuinige communicatie- en multimediasystemen bezig houdt en Microsystems, Components & Packaging (MCP), 13 procent van het personeel, die onder meer actief is in de verpakking van chips en fotovoltaïsche cellen.

Gilbert Declerck noemt de activiteiten in de fab ’More Moore‘, naar de ’Wet van Moore‘ uit 1965, die voorspelde dat het aantal transistors op een chip elke twee jaar zou verdubbelen. De twee andere groepen van Imec werken aan ’More than Moore‘. ’Nano met extra‘s,‘ noemt Gilbert Declerck het.

MCP kost maar 2,5 miljoen euro aan investeringen per jaar, maar toch kan het een sleutelrol in de toekomst van Imec spelen. De divisie integreert nieuwe componenten op chips, zoals communicatie, sensoren, actuatoren (die apparatuur aansturen) of zelfs organische elementen zoals zenuwcellen. ’Wij denken dat je met dat soort dingen in Vlaanderen kan scoren. Je hebt daar geen investeringen nodig van vier-vijf miljard dollar. Je moet wèl met unieke concepten komen.‘

DESICS bouwt daarop voort met systeemconcepten als ’alomtegenwoordige intelligentie‘ en ’multi-media multi-mode‘ (M4), die verschillende technologieën samenbrengen voor bijvoorbeeld telegeneeskunde en smartphones. DESICS heeft daarom vanaf dit jaar een nieuwe naam gekregen: Nomadic Embedded Systems, afgekort NES.

Teveel programma‘s, te weinig focus

Imec proclameert dat zijn onderzoek drie tot tien jaar vooruitkijkt. Dat is straf als men bedenkt dat – zeg maar – telecomoperatoren in 1994 niet eens het succes van de gsm konden voorspellen. Het antwoord is simpel. Alle grote halfgeleiderproducenten komen een paar keer per jaar bijeen om ’de roadmap‘ te bespreken. Gilbert Declerck: ’Zij komen overeen waar ze binnen drie en zes jaar willen staan. Wat zijn de problemen? Wij zorgen dan dat we voldoende vooruitkijken. Daar is het gemakkelijk.‘ Het helpt ook dat Imec zeer nauw samenwerkt met één van de wereldleiders in halfgeleiderproductiemachines, het Nederlandse ASML.

In de twee andere afdelingen van Imec is het gebrek aan een roadmap een probleem. De mogelijkheden met bio-, chemo- of sensorchips zijn opwindend en niet te overzien. Het is één van de redenen waarom MCP (de systeem-op-een-chip ontwerpers) zoveel doctoraatsstudenten aantrekt. Tegelijk is er een probleem van focus. Als er geen consensus is over de marsrichting, is het moeilijk om een studieconsortium bijeen te brengen. Tekent Imec zijn eigen agenda uit, dan moet het industriëlen daarvan zien te overtuigen.

trends2
’De grote halfgeleiderproducenten bepalen de roadmap. Zij bepalen waar ze binnen drie en zes jaar komen te staan. Imec zorgt dan dat het voldoende vooruitkijkt‘, zegt algemeen directeur Gilbert Declerck van Imec.

NES begeeft zich op het terrein van de systeemontwerpers en daar mist Imec competenties, stipt de peer review aan. Veel grote bedrijven hebben researchteams op dat gebied, die groter zijn dan NES zelf. Hun diagnose is een koude douche, vooral voor NES, dat zo‘n kleine negentig eigen onderzoekers en 30 doctoraatsstudenten en slechts een handvol researchers uit de industrie tewerkstelt. Er is potentieel, beamen de experts, maar er is nood aan visie en kritische massa. NES moet vijf jaar verder vooruitkijken, beveelt de doorlichting aan. Het is trouwens onder andere een afdeling van NES – gericht op draadloze autonome sensoren – die Imec twee jaar geleden naar Imec NL op de High Tech Campus in Eindhoven heeft overgebracht. Daar vormt Imec in het Holst Centre een partnership met de Delftse onderzoeksinstelling TNO. De Nederlandse regering legde voor de eerste fase alvast 12,5 miljoen steun op tafel. Philips was van bij de start geïnteresseerd omwille van, onder meer, het Human++ programma voor ’body area networks‘ van Imec, dat nauw aansluit bij Philips‘ belangstelling voor zelfgezondheidszorg.

De muren komen omlaag

Een doorlichting is geen vodje papier in Leuven. Eén van de aanbevelingen was om de zeldzame combinatie van knowhow in chipsontwerp, -verpakking én -productie beter uit te spelen en de silo‘s binnen Imec open te breken. Sinds begin dit jaar zijn de drie onderzoeksgroepen samengevoegd om onderlinge interactie te stimuleren. Een oefening in ’change management‘ die de vergaderzalen goed bezet houdt. ’Het is een werk van lange adem,‘ weet Declerck.

Tegelijk doet Imec aan ’upselling‘ – het probeert het partnernetwerk van ’de fabriek‘ te interesseren om mee de overstap te maken naar de ’More than Moore‘ programma‘s.

Een vreemd lichaam in Vlaanderen

Alleen al in 2006: 13 wetenschappelijke prijzen, 97 patentaanvragen, 51 octrooien, 1652 artikelen en congresbijdragen. Het oude beheerscontract rekende Imec af op twaalf parameters. Allemaal werden ze gehaald. Behalve één: de omzet met Vlaamse bedrijven.

In de clean rooms van Imec werken onderzoekers in de bevreemdende sfeer van Kubricks 2001 A Space Odyssey. Sommigen vragen zich af of Imec niet op dezelfde manier functioneert in de Vlaamse economie. Jan Rabaey is een oud-onderzoeker van Imec en nu wetenschappelijk co-directeur van het Berkeley Wireless Research Center. ’De (high-tech infrastructuur in Vlaanderen) leeft in een lege economie, met uitzondering van een minuscuul aantal firma‘s,‘ zei hij vorig jaar aan een industriepublicatie.

Er zit een taaie ironie in dat Imec-verhaal. Toen de tandem Gaston Geens – Roger Van Overstraeten in 1984 Imec oprichtte, dachten ze aan een Vlaamse Silicon Valley. De tijd was rijp. In Oudenaarde was de halfgeleiderfabriek Mietec opgericht, TSMC in Taiwan bestond nog niet eens. Het liep anders. Taiwan investeerde zich naar de wereldtop. Vlaanderen verkocht zijn Mietec-participatie aan Alcatel, dat de rol moest lossen. AMI Semiconductor (ex-Mietec) werkt vandaag met ’oude‘ technologie, waarmee Imec weinig vandoen heeft.

De hele Belgische micro-elektronica-industrie – niet eens alleen de Vlaamse – zet vandaag iets meer dan 300 miljoen euro om, meldt economisch adviseur Patrick Slaets van Agoria ICT. Imec is daar niet in begrepen. Dit jaar verwacht Imec alleen al 241 miljoen euro omzet, een groei van 6%.

Sommige ondernemers, zoals mede-oprichter Jan Decaluwe van chipsontwerper Easics, één van de oudste spin-offs van Imec, vragen zich af of het wel zo‘n briljant idee is om tientallen miljoenen euros aan Vlaams overheidsgeld te besteden aan – essentieel – onderzoek dat grote Amerikaanse en Aziatische multinationals ten goede komt.

Jan Decaluwe oppert zelfs dat er een substitutieeffect is: Imec houdt niet alleen honderden ingenieurs vast die anders misschien Vlaamse bedrijven zouden oprichten, het beconcurreert ook nog eens – gesubsidieerd – de bestaande Vlaamse elektronicabedrijven, zelfs zijn eigen spin-offs. Gilbert Declerck verwerpt die aantijging resoluut.

Vlaamse chipsbedrijven leven naast elkaar

Zover als Jan Decaluwe wil topman Rudi De Winter van Melexis – de enige Vlaamse groep met een eigen chipsfabriek – niet gaan. Maar over ’de fabriek‘ is hij wel duidelijk. ’Het nanotechnologie-gedeelte zou best onafhankelijk gerund worden, zonder subsidies. De Vlaamse overheid heeft daar helemaal niks aan, buiten misschien de belastingen op de lonen van de ingenieurs en het prestige. Het zijn de Amerikaanse en Aziatische bedrijven die daarvan profiteren.‘ Melexis werkt niet samen met Imec. Misschien komen ze elkaar misschien binnenkort nog wel tegen, als Imec via zijn onderzoek naar slimme systemen de automobielsector binnenrolt.

Het is een onvermijdelijk conflict, noteert Jos Leijten, verantwoordelijk voor de innovatiepolitiekgroep bij de Nederlandse onderzoeksinstelling TNO, in een discussienota voor de Europese Commissie. ’Enerzijds moeten de researchorganisaties internationale uitmuntendheid nastreven, wat ze alleen kunnen volhouden als er een internationale markt is voor hun diensten, anderzijds moeten ze lokale, regionale of nationale belangen dienen.‘ Voor hem is internationaliseren de enige oplossing. Politici die korte-termijn regionale belangen nastreven ondermijnen de toekomst van de onderzoeksinstellingen, meent Leijten.

Keerzijde is dat de internationalisering de band tussen de politiek en de onderzoeksinstellingen ondermijnt. ’Op termijn verdwijnt hoogstwaarschijnlijk het verschil tussen publieke taken en markt-oriëntering, behalve in specifieke gevallen,‘ voorspelt Leijten. ’Dat stelt de rationale voor het bestaan van researchorganisaties als een aparte functie in innovatiesystemen fundamenteel in vraag.‘ Privatisering is dan aan de orde.

Imec is sinds 2004 gewapend met een studie van Idea Consult over zijn betekenis voor Vlaanderen. De cijfers zijn verouderd, maar indicatief: spillover-effecten van zijn technologie (geschat op 51 miljoen, toen), impact als aankoper (38 miljoen per jaar) en als werkgever (55 miljoen aan allerlei belastingen en sociale zekerheid) en er is zijn functie als attractiepool voor de Leuvense regio. De studie wordt volgend jaar overgedaan. Directeur Wim Van der Beken van Idea Consult verwacht dat de impact van Imec – gezien de gestegen omvang – alleen maar gegroeid kan zijn.

Veel Vlaamse contracten, weinig geld

Eén van de spillover-effecten, contractresearch met bedrijven in Vlaanderen, is relatief gemakkelijk te meten. Herman Maes, die bij Imec verantwoordelijk voor de trainingspoot Invomec (ook extern, 5 procent van het personeel), gooit de cijfers op tafel: 155 contracten met 149 Vlaamse bedrijven voor een totale waarde van 39,2 miljoen. Probleem met die cijfers is dat 59% van de omzet (tenminste in 2004) uit maar twee bedrijven komt: Philips-NXP, met meer dan zeventig ingenieurs in Leuven, en in veel mindere mate ASML.

De doorlichting van vorig jaar besloot dat de contractwaarde met de meeste Vlaamse firma‘s in feite klein is en nog daalt. Kmo‘s in Vlaanderen (buiten spin-offs) brachten in 2004 maar ongeveer een miljoen euro binnen en die werkten dan nog meer met de ’geassocieerde labo‘s‘, zoals Intec in Gent of Imo/Imomec in Diepenbeek dan met Imec zelf. Toch kan contractresearch met Imec, ook al gaat het niet om miljoenen, belangrijk zijn. ’Onze contractresearch met Imec heeft de Europese vestiging belangrijker gemaakt in de wereldwijde organisatie,‘ zegt Business Director Europe Hans Vloeberghs van Fujifilm Electronic Materials in Antwerpen.

Imec noemt enkel de 35,58 miljoen euro dotatie van de Vlaamse overheid een subsidie en die bedraagt maar 15,67 procent van het budget. Te weinig eigenlijk, 20 procent is een minimum voor stabiliteit, zeggen de peer reviewers. Voor de rest moet Imec concurreren op de markt. Bedrijven shoppen voor hun research, ook als hun projecten worden gesubsidieerd. Een subsidie van het IWT (Instituut voor de Aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen) gaat naar het bedrijf, dat dan een researchinstelling als subcontractor inhuurt. Volgens een benchmarkingstudie van 2005 kwam op die manier 38 procent van het IWT-geld uiteindelijk bij onderzoeksinstellingen terecht.

Kmo‘s die met Imec hebben samengewerkt zijn daar meestal tevreden tot zeer tevreden over, zo leert het klantentevredenheidsonderzoek van Imec. Het Izegemse Televic, dat sterk staat in verpleegoproepsystemen, heeft sinds 2003 technologie van Imec in een product en brengt binnenkort een tweede uit. Senior research associate Piet Verhoeven van Televic waarschuwt dat de onderhandelingen over intellectuele eigendomsrechten een hindernis zijn voor een kmo. Verhoeven: ’Juridische hulp is moeilijk te vinden tegen een acceptabele prijs. Je hebt hetzelfde probleem bij Europese programma‘s, waar je tegenover de juristen van Siemens of Philips komt te staan.‘ Imec heeft 45 werknemers in dienst om zijn intellectuele eigendom te beschermen.

Een servicebureau voor de kmo

Eén van de aantrekkelijkste diensten van Imec, Europractice, wordt door de Europese Commissie gesubsidieerd. Hij helpt universiteiten en bedrijven om toepassingsspecifieke chips te produceren. Halfgeleiderfabrieken zijn niet geïnteresseerd in productieseries van 50.000 of zelfs 100.000 stuks. Door kleine projecten een paar keer per jaar te groeperen kan Imec ze toch interessant maken voor de fabrikant en betaalbaar voor de opdrachtgever (AMI Semiconductor uit Oudenaarde is één van Imecs partners in dat programma).

bc17 Grafiek Trends 1
Imecs totale budget en de toelage van de Vlaamse Overheid

Probleem is dat de Vlaamse nichespelers vaak zelfs niet aan 50 duizend stuks van een bepaalde product geraken. Televic denkt eerder in termen van 10 duizend stuks. ’De inzetbaarheid van Imec als chipsontwerper is voor ons minder relevant,‘ zegt Verhoeven, die wel voordeel denkt te halen uit andere projecten van Imec, zoals Human++ (telemonitoring). Verkeerscameraspecialist Traficon deed de jongste zes jaar één keer beroep op Imec, precies om een advies te hebben over een mogelijke miniaturisatie. Net nu staat een tweede samenwerking op het programma, dit keer over tunnelbeveiliging. ’Imec doet als onderaannemer een stuk onderzoek. Wij betalen Imec, maar we recuperen een belangrijk deel via het IWT. Uiteindelijk dragen we zo‘n 20-30 procent van de kosten,‘ zegt chief operations officer Stephan Adriaenssens van Traficon.

’Als je iets inplant waarvan al bij het begin de link met het industriele weefsel beperkt is, dan moet het u niet verwonderen dat de spillover effecten beperkt zijn,‘ zegt Rudy Aernoudt in de Mort Subite. ’Imec is op dat vlak een beetje een maanlandschap in Vlaanderen. Moet je dan inderdaad zeggen: het is minder belangrijk voor de publieke sector? Neen. Maar je moet misschien zien hoe je die spillover-effecten beter kan promoten.‘

Imec als spin-off-producent

Imec heeft tot nog toe een 25-tal spin-offs gecreeerd, afhankelijk van de gehanteerde definitie. Volgens zijn beheerscontract is Imec verplicht om er zeven op te richten in de lopende vijf jaar. Sommige, zoals JSR Electronics uit Haasrode, zijn intussen gevestigde bedrijven geworden. Toch blijft het een moeilijk verhaal, bevestigt Vlerick-professor Bart Clarysse, de spin-off-watcher bij uitstek. Financiering is een eerste drempel. De manier waarop Imec intellectuele eigendom aan de spin-offs overdraagt een tweede. De derde is de evaluatie van de waarde van die overdracht.

De eerste spin-offs, zoals JSR, gebeurden met industriële partners. Vanaf 1996 zet Imec eigen spin-offs op en vanaf 1999 is er een duidelijke strategie. Imec brengt intellectuele eigendom in in ruil voor aandelen, zonder zelf vers geld te injecteren. De centen moeten komen van durfkapitaal. Dat is een heikel punt. In zijn analyses van de spin-offs van Imec, gepubliceerd in 2005 en 2006, stelt Bart Clarysse vast dat de spin-offs van Imec als geheel, doorheen al die periodes, consistent beneden de rendementsverwachtingen van professionele durfkapitalisten presteren.

’Als durfkapitalist investeer je liefst wanneer het product marktrijp is,‘ zegt Paul Verdurme, één van de oprichters van lefgeldverschaffer IT Partners, waarvan Imec zelf nog voorzitter was. ’Imec wil natuurlijk dat je veel vroeger instapt. Hoe vroeger hoe interessanter voor hen, want dan begint het multiplicatoreffect van het geld te werken (als Imec zijn belang niet laat verwateren, wat vaak het geval is) Maar als je als venture capitalbedrijf vroeger instapt, stijgt je falingsrisico en heb je meer middelen nodig. Je fonds moet dus voldoende groot zijn, want een spin-off vraagt in de beginfase meer inspanning dan een rijp bedrijf en die kosten moet je kunnen dragen. Dat is een moeilijk evenwicht. Er zijn maar heel weinig echte incubatiefondsen die geld hebben opgebracht.‘

bc17 Grafiek Trends 2
Imecs bijdragen aan wetenschappelijke tijdschriften en conferenties.

Imec heeft geprobeerd om de financiering zelf onder controle te krijgen, onder meer met de oprichting van een eigen Imec Incubatiefonds (met partners zoals Fortis en Software Holding en Finance van Leo Billion), maar tevergeefs. Managers van beleggingsfondsen willen rendement, ongeacht de kleur van de vlag.

Derde keer, goede keer?

De jongste poging van Imec is de participatie van tien miljoen euro in Capital-E en vervolgens via Capital-E in Capital E Arkiv, een Arkimedesfonds, waardoor Vlaanderen een frank bijlegt bij elke frank die Imec en zijn partners in spin-offs investeren. De participatie van Imec loopt via Fidimec, dat in 2000 is opgericht om aandelenopties te verstrekken aan Imec-medewerkers, maar eind vorig jaar is omgevormd tot een incubatiefonds, dat enkel in Imec-spin-offs investeert. Fidimec slikte na de technologiecrash in 2002 een verlies van 8,25 miljoen euro door, maar zou nu volgens Imec voor dertig miljoen euro participaties in de boeken hebben (inclusief de tien miljoen in Capital-E). De groep Capital-E beheert nu 48 miljoen euro voor investeringen in micro-elektronica. Daarmee lijkt Imec eindelijk een stevige financieringshefboom te hebben, hoewel het fundamentele probleem blijft. ’De rendementen van puur seed capital fondsen liggen relatief laag. Daarom doen we ook ’later stage‘, zodat de combinatie de moeite is,‘ zegt gedelegeerd bestuurder Marc Wachsmuth. De breuk met het verleden is dat er nu meer overheidsfinanciering is dan tien jaar geleden, bijvoorbeeld via Vinnof, stipt hij aan. ’Je kan het risico in zaaidossiers nu over een aantal partijen verdelen. Nadeel zijn de beperkte bedragen per dossier.‘ Capital-E is niet verplicht in Imec-spin-offs te investeren. Zelfs, strikt genomen, niet in Vlaanderen, hoewel Gilbert Declerck daar een wakend oog op zal houden, zegt hij zelf. Wachsmuth verklapt wel dat Capital-E momenteel onderhandelt om een drietal buitenlandse bedrijfjes naar Vlaanderen te halen, ’met Imec als kers op de taart‘. Tot nog toe stopte Capital-E Arkiv geld in Asicahead (Wimac-chips), Carbonics (elektronische toepassingen van kunstdiamant) en Pharma Diagnostics (combinatie van bio- en nanotechnologie bij geneesmiddelenonderzoek). Geen enkele is een Imec-spin-off. Naast Capital-E, dat een ’recht van eerste weigering‘ heeft om te investeren in zijn spin-offs, werkt Imec nog samen met de durfkapitaalfondsen Gimv, Qat, 3i en Auriga Partners.

Contractresearch wurgt spin-offs

Officieel probeert Imec nu in een zeer vroeg stadium te beslissen welke technologie naar spin-offs gaat en welke naar de affiliatieprogramma‘s. Dat proces is geformaliseerd in tweemaandelijks vergaderingen van een managementcel.

Een reeks van onze gesprekspartners wijst op de intrinsieke contradictie. ’Onderzoek met groot potentieel komt in de affiliatieprogramma‘s met de grote spelers terecht. Spin-offs moeten het gewoonlijk doen met maar een kleine brok technologie. Dat is meestal geen goed begin,‘ zegt een bevoorrecht waarnemer. Hij herhaalt daarmee wat Vlerick-professor Bart Clarysse, nochtans een fel promotor van Imec, al in 2005 publiceerde. ’De spin-offs zijn gebaseerd op technologie die verre van marktrijp is en worden enkel opgericht als de technologie te marginaal is als een basis voor aangehouden contractonderzoek.‘ Volgens hem is het dan de bedoeling dat die spin-offs via een octrooieringsstrategie waarde creëren en dan worden verkocht.

Daar is veel durfkapitaal voor nodig – M-Tec Wireless, een starter die met Imec samenwerkte, is erop gesneuveld – en uiteraard een realistisch businessplan. Dat placht in het verleden wel eens te ontbreken. Loranet en Andel Systems kwamen niet of nauwelijks van de grond. Bij Vivactis stonden de ambities niet in verhouding tot de technologie. Momenteel zijn tenminste twee start-ups van Imec – M4S en Magwel – nog op zoek naar kapitaal en werken ze eigenlijk in een vacuum. Imec heeft bij hen geen intellectuele eigendom ingebracht en wacht daarmee tot er geldschieters zijn. Op hun beurt hebben de start-ups een probleem om centen te vinden zonder een gunstig akkoord over de intellectuele eigendom. Dat is een Catch-22. Als Imec zijn prijs te hoog stelt, hangen de entrepreneurs.

M4S kampt bovendien nog met het nadeel dat het afstamt van het multi-media-multi-mode project van Imec, waarin intellectuele eigendom met Samsung werd gedeeld. Stoffel Mulier, een voormalig manager van de op patenten gebaseerde spin-off Sirius Communications vindt dergelijke situaties geen goede start. ’Als je in groep paddestoelen gaat plukken, belanden er minder paddestoelen in uw eigen mandje. Als iedereen daar dan nog eens de lekkere soorten mag uitkiezen, is de kans zeer groot dat er op het eind niet veel meer te bikken valt.‘ . Wat hem betreft, moet Imec meer nieuwe wegen durven inslaan. Solo.

Het track record in spin-offs beoordelen is een delicate zaak. Succes heeft vele vaders. Geld, technologie, management, marktomstandigheden en toeval spelen een rol, om maar enkele factoren te noemen. Feit is dat er bij de spin-offs van de post-1995 generatie groeiers zijn zoals Photovoltech (zonnecellen), XenICs (infraroodcamera‘s), Septentrio (gps) en – als de financiering blijft komen – Gemidis (projectoren). Of het er meer hadden kunnen zijn is moeilijk te beantwoorden, al merkte Bart Clarysse twee jaar geleden op dat ’een veel minder tijdverslindend initiatief zoals het TOP programma van de universiteit van Twente om wetenschappelijke spin-offs te stimuleren in 2001 al 1200 banen had opgeleverd.‘ Volgens onze eigen telling werkte bij de dertien nog bestaande spin-offs van Imec die na 1995 zijn opgericht alles samen 340 mensen (eind 2006), met een gemiddelde toegevoegde waarde van 119.803 euro per hoofd. .Als we Cypress Semiconductor vervangen door Fillfactory in 2004 (Cypress schreef 14,6 miljoen euro af na de overname van Fillfactory en vertekent elke statistiek), was de gemiddelde nettowinstmarge 10,4% op het kapitaal.

Terug naar de actualiteit. De ontslagen bij Janssen Pharmaceutica, de ’outsourcing‘ van onderzoekers bij Nokia Siemens Networks in Herentals, de innovatie in Vlaanderen. Rudy Aernoudt, over een watertje in de Mort Subite: ’Imec heeft een schitterende nanotechnologie, maar uiteindelijk kom je daar aan een grens. We hebben nog andere competentiepolen die schitterend werk leveren, het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) bijvoorbeeld. We zouden er nog veel meer uit kunnen halen als we de verkokering doorbreken, de hokjesmentaliteit. Wat is Nespresso? Een koffiefabrikant met een machinefabrikant. Dat is het toppunt van innovatie. Het zit in de combinatie. We zijn terug bij 100 jaar geleden, 1917, Joseph Schumpeter, Neue Kombinationen.‘

Imec-voorzitter Anton De Proft vindt zijn eigen bedrijf, de Leuvense bouwer van chipsverpakkingsinspectiemachines Icos, een mooi voorbeeld van hoe het de goede kant opgaat. Twintig jaar lang was de samenwerking met Imec verwaarloosbaar, ook al zijn beide bedrijven praktisch buren, bevestigt hij, ’Maar nu wordt verpakking al bij het ontwerp belangrijk. Wij breiden onze activiteiten uit naar wafers. De evolutie van de markt doet ons nauwer samenwerken.‘

Sinds januari zit Paul Stoffels, company group chairman voor O&O bij Johnson & Johnson Pharmaceuticals, in de raad van bestuur van Imec (ter vervanging van oud-Philips België-baas Frits Schuitema). ’Een indicatie dat er meer samenwerking komt op medisch terrein,‘ zegt De Proft. ’Er is een spectaculaire toename van de samenwerking met niet-halfgeleider bedrijven. Dat biedt meer mogelijkheden voor Imec om met bedrijven in Vlaanderen samen te werken.‘

De voornaamste Belgische partner van Imec buiten NXP (het vroegere Philips) is Umicore, wiens business unit ’Elektro-Optische Materialen‘ zich focust op toepassingen van germanium, een specialiteit van Imec. Umicore is ook de grootste producent van germaniumsubstraten in de wereld. Over veel geld gaat het nog niet. ’Wij hebben één medewerkster ’resident‘ bij Imec,‘ laat Umicore-woordvoerder Bart Crols weten. Zijn baas, Thomas Leysen, is wel één van de negen bestuurders van Imec.

De cameravrouw van VacatureTV vertelt Rudy Aernoudt dat ze boven op hem wacht. Uit Imec vallen lessen te trekken, vindt Aernoudt. ’We vertellen elkaar nu dat we competentiepolen moeten oprichten in sectoren waar we veel industrieel weefsel hebben. Maar Imec is net het voorbeeld van hoe we er met onze theorie ernaast zitten. Op het moment dat Imec werd opgericht hadden wij bijna niets van nanotechnologie. En op die basis hebben we Imec opgebouwd tot een succesverhaal. Maar het verhaal bewijst ook dat bepaalde sectoren wel degelijk subsidies nodig hebben. Zonder subsidies was Imec er nooit geweest.‘

Imec maakt winst, maar de investeringen wegen. De lage liquiditeitsratio verraadt de bodem van de kas. Wat er gaat gebeuren als Imec ergens tussen 2010 en 2013, een nieuwe ’fab‘ moet bouwen, die opnieuw een pak duurder zal zijn? Aernoudt: ’Op dat moment moeten we een nieuwe kosten-baten analyse maken.‘

Van Europa moet Gilbert Declerck de centen niet verwachten. Het Europees plan – Prins – om 1,11 miljard euro te investeren in nano-infrastructuur is niet meer dan een droom. ’Dat is wat Imec, CEA-Leti en de Fraunhofer Microelectronics Alliance in 2007-2013 denken te gaan investeren. Europa zou daar hooguit 5 tot 10 procent van financieren. Recent is er zelfs alleen nog sprake van een voorstudie en zelfs die staat op de wachtlijst. Als die er doorkomt, krijgen we een tot twee miljoen. Voor ons drieën.‘