Alexander Pil
20 March 2009

De Duitse deelstaat Saksen is bereid geld te steken in het noodlijdende Qimonda. Eerder hield het parlement de boot af, maar gisteren besloot het alsnog tijdelijk een kwart van de aandelen in de geheugenbakker te kopen. Daarmee komt het tegemoet aan de eisen van Inspur. Het Chinese bedrijf heeft aangeboden 49 procent van de aandelen op te kopen, maar wil de last niet alleen dragen. Inspur stapt slechts in als ook de lokale overheden in de buidel tasten. Met Saksen overstag is het wachten op Portugal, waar een Qimonda-fabriek voor back-endactiviteiten staat.

De Infineon-dochter vroeg eind januari uitstel van betaling aan en heeft nu tot eind maart om investeerders te vinden. Lukt dat niet, dan kan het moederbedrijf niet anders doen dan de boel ophakken en in stukken proberen te verkopen. Door de enorme overcapaciteit in de geheugenmarkt zijn Qimonda‘s 200 mm- en 300 mm-fabrieken niet zo interessant voor de concurrentie uit Korea en Taiwan. De waarde zit vooral in de geavanceerde proces-IP.