Anton_Duisterwinkel

Anton Duisterwinkel werkt bij TNO.

1 March 2013

De wereld om ons heen is een ratjetoe van sensoren die een kakofonie van signalen veroorzaken. En dat gaat alleen maar meer worden. Sommige mensen maken zich dan ook erg druk om de netwerken tussen de sensoren en de netwerken tussen de netwerken. Da‘s heel nuttig. Maar ik maak me meer zorgen om de coördinatie van sensorontwikkeling, want daar is het net zo goed een ratjetoe en een kakofonie.

De BV Nederland dreigt geweldig achter te blijven op sensorgebied door een gebrek aan aandacht, focus en samenwerking. Het topteam HTSM heeft er geen roadmap voor, googelen op ’hoogleraar sensortechnologie‘ levert nul hits en zowel bij TNO als bij een bevriende universiteit weten we onderling en intern nauwelijks wat er allemaal gebeurt. Betere coördinatie is hard nodig, want sensorontwikkeling is een zwaar onderschatte bezigheid.

Bij universiteiten, NWO-instituten en soms ook TNO worden regelmatig nieuwe principes voor transducers bedacht. Prachtige plannen om individuele moleculen te meten, om een haai voorbij te horen zwemmen op een kilometer afstand en om realtime neutronen waar te nemen. Briljant.

Maar een transducer is nog geen sensor. Een sensor communiceert met zijn omgeving, registreert en verwerkt gegevens en slaat ze misschien wel tijdelijk op en heeft voor dat alles een energietoevoer nodig uit de omgeving, liefst zonder kabel. Een sensor heeft een interne kalibratie of een mogelijkheid om extern te kalibreren. Een sensor is dus een systeem, waarin de transducer een essentieel maar vaak slechts klein deel van uitmaakt. Voor de stap van transducer naar prototype sensor zijn integratoren nodig die je bij instituten en grote ontwikkellabs aantreft.

En dan nog is er geen product. Want een sensorproduct is robuust en dus verpakt, vervangbaar en onderhoudbaar. Het is bovendien betaalbaar en dus goedkoop maakbaar. Klein en dus geminiaturiseerd. Veilig en dus CE-gekeurd. Kortom: een industrieel product dat alleen de industrie kan ontwikkelen.

Het is het oude liedje: de keten van universiteiten via instituten naar industrieën kan mooie nieuwe innovaties opleveren (want pas als een uitvinding op de markt is gebracht, is het een innovatie). Omgekeerd moet de industrie aangeven welke behoefte ze nu eigenlijk heeft. Juist aan deze ketenvorming ontbreekt het tot nu toe.

Tot nu toe, want sinds kort zijn er initiatieven om deze impasse te doorbreken. Op landelijk beleidsmatig niveau is er een roadmapteam gevormd dat zich inzet voor een roadmap Advanced Instrumentation. Sensorsystemen is een van de focusgebieden daarvan. Het topteam HTSM kijkt belangstellend naar deze ontwikkeling, maar ziet wel graag dat meer bedrijven zich roeren in de roadmapvorming. Waarvan acte. Bedrijven die meer willen weten hierover kunnen zich via e-mail melden.

Op regionaal niveau roert Zuid-Holland zich met de recente oprichting van Holland Instrumentation. Op 7 maart is het aftrapevent: Zie 2013. Deze club wil de toch al opvallend sterke hightech-instrumentatie-industrie in Zuid-Holland (na Oost-Brabant de tweede hightechsector in Nederland) verder versterken, onder meer door een betere samenwerking tussen profs, professionals en ondernemers.

Al wat ouder is Sensor Universe in Noord-Nederland. Dit verband moet misschien wel wat grootser denken om zijn potentie helemaal waar te maken.

Mooi, al die initiatieven om de keten bij elkaar te brengen en te versterken. Wel uitkijken dat we elkaar niet voor de voeten gaan lopen. En ook hier kan het nuttig zijn om die netwerken weer af te stemmen. Maar bij praten mag het niet blijven. Links en rechts zijn kennelijk sensoren over een alarmwaarde gegaan. Nu is er vooral behoefte aan ac(tua)toren. Wat heb je aan een sensor als je niets met de resultaten ervan doet?