Nieke Roos
16 October 2018

Afgelopen vrijdag vierde de PDEng Software Technology zijn dertigjarige bestaan met een symposium over smart industry. Met uitgebreide aandacht voor onderwerpen als ai, big data, iot, modelgestuurde software-engineering en software- en systeemontwerp levert de opleiding software-ingenieurs af die klaar zijn om de vierde industriële revolutie in goede banen te leiden.

Vorige week precies vijftig jaar geleden begon de softwarecrisis. Eind jaren zestig waren de computers zo krachtig geworden dat ze met de gangbare technieken niet of nauwelijks meer te programmeren waren. Dit resulteerde in projecten die uitliepen en over budget gingen en in inefficiënte software van lage kwaliteit die niet voldeed aan de specificaties.

Op het eerste gezicht lijkt er in vijftig jaar niks veranderd. Mark van den Brand is het daar niet mee eens. ‘Er is een heleboel veranderd. Als we dezelfde softwareontwikkeltechnieken zouden gebruiken als toen, zouden we nu geen autonome auto’s hebben, geen digital twins, geen smart industry’, zei de TUE-hoogleraar software-engineering en wetenschappelijk directeur van de PDEng Software Technology (ST) afgelopen vrijdag op het symposium ter ere van het dertigjarige bestaan van de opleiding.

‘De software-engineering heeft een hoge vlucht genomen. We hebben modelgestuurde methodes ontwikkeld, technieken om grote softwaresystemen te verifiëren, betere talen waarmee we veel efficiënter kunnen programmeren. Het is nog steeds crisis, maar het gaat nu niet meer zozeer om kwaliteit als wel om productiviteit: er is steeds meer software nodig en er zijn te weinig goede mensen om die te maken en te onderhouden’, onderstreept Van den Brand het belang van de PDEng ST.

‘Er is veel vraag naar ingenieurs en ontwerpers met uitstekende technische, maar ook professionele competenties om software-intensieve systemen effectief en efficiënt te ontwerpen en te ontwikkelen’, voegt ST-programmadirecteur Yanja Dajsuren toe. ‘De afgelopen jaren hebben we onze training uitgebreid voor het ontwerpen van intelligente systemen.’

Het jubileumsymposium van de PDEng Software Technology trok ruim honderd geïnteresseerden.

Innovatie met en in software

‘Het is de software die de innovatie drijft’, betoogde Wim Renders op het jubileumsymposium. Renders is projectleider bij Brainport Development en manager van het High Tech Software Cluster. Hierin hebben een kleine dertig partijen hun krachten gebundeld om de Nederlandse technische-software-industrie nog beter op de internationale kaart te zetten.

Veel hardwarebedrijven schatten software echter niet op waarde, merkt Renders. ‘Ze zien het vooral als een kostenpost; hardware is nog steeds key voor hen. Maar de mindset is aan het veranderen. Langzaam dringt bij hen het besef door dat de toekomst draait om software. Het is aan ons softwarevrienden om die ontwikkeling te versterken met verhalen over wat software voor hen kan betekenen. We moeten hen laten inzien dat ze alleen kunnen winnen als ze software omarmen. Het is adapt or die.’

Daarbij is het volgens Renders zaak om zo dicht mogelijk bij de belevingswereld van de hardwarevrienden te beginnen. ‘Iedereen wil slimme producten. Dat betekent ai, big data, iot, security, oftewel: innoveren met software. Dat is zichtbaar en dus goed te verkopen. En als we ze eenmaal mee hebben, wordt het makkelijker om de stap te zetten naar innovatie in software, en om uiteindelijk begrip te kweken voor software-engineering als solide fundament.’

We moeten het samen doen, benadrukt Renders. ‘Als je alleen innoveert, ga je snel; als je samen innoveert, kom je verder. Maar ik heb gezien hoe moeilijk die stap is voor onze hardwarevrienden. Het is een hele verandering. Wij moeten ze daarbij helpen.’

Van den Brand beklemtoont dat het niet moet blijven bij innovatie met software. ‘Als we echte stappen willen maken, moeten we ook innoveren in software. Dat zie ik nog niet terug in de nationale en internationale hightechroadmaps; die zijn nog steeds heel erg hardwaregedreven. Het is van groot belang om innovatie in software op de agenda te krijgen.’

Dajsuren: ‘Software-innovatie is ingebed in het ST-programma. De nadruk ligt op het ontwikkelen en versterken van de competenties die nodig zijn om technische oplossingen te vinden. Hiervoor is een effectieve samenwerking met vertegenwoordigers van verschillende domeinen onvermijdelijk. Het programma geeft daar handen en voeten aan.’

‘We willen getalenteerde en ambitieuze jonge professionals verwelkomen’, gaat Dajsuren verder. ‘Bij onze partners in de industrie, meestal r&d-divisies, gaan zij aan de slag met de meest geavanceerde technologieën en innoveren ze eerst een oplossing in een team en de laatste tien maanden in een eindproject. Tijdens dit hele proces krijgen ze training van professionele coaches om hen te helpen verbeteren.’

De ST’ers aan de slag bij Bosch Security Systems, Cern, Esa en Signify (met de klok mee, beginnend rechtsboven)

Educatie x.0

De ST’ers spelen een belangrijke dubbelrol. Op het kruispunt van research en industrie zijn zij goed gepositioneerd om zowel de innovatie in software te trekken als de innovatie met software in goede banen te leiden. Om ze klaar te stomen voor deze dubbelrol is er in het ST-programma uitgebreid aandacht voor ai, big data, iot, modelgestuurde software-engineering, security en andere onderwerpen die relevant zijn voor smart industry.

Daarnaast volgt de opleiding de ontwikkelingen in het onderwijs op de voet. Vereist de digitalisering bijvoorbeeld veranderingen in het lesmateriaal, de lesmethodes of manier van lesgeven? Deze vraag stond centraal in de symposiumbijdrage van Johan Lukkien, decaan van de TUE-faculteit Wiskunde en Informatica en van 2008 tot 2017 wetenschappelijk directeur van het ST-programma. ‘Welke veranderingen zijn goed om door te voeren en welke veranderingen zijn onontkoombaar? Zijn we ook al bij educatie 4.0 of zijn we nog niet zo ver?’

Lukkien ziet het onderwijs steeds meer digitaliseren, maar als het aan hem ligt, zal het nooit volledig online worden. ‘Ik ben een voorstander van het meester-gezel-model, waarbij studenten op zijn minst een deel van de lestijd contact hebben in de echte wereld. Met docenten uit zowel de academische wereld als het bedrijfsleven, én met medestudenten. Vooral van dit laatste moeten we het belang niet onderschatten; het meeste leren studenten van elkaar.’

‘In het bijzonder richten we ons op het ontwerpen en ontwikkelen van software in grootschalige, multidisciplinaire projecten’, besluit Dajsuren. ‘Zo leren onze trainees te werken in een professionele context. Want in hun latere carrières zullen ze ook niet alleen te maken hebben met software-engineers, maar juist met mensen van verschillende disciplines. Bij Cern hebben ze bijvoorbeeld gewerkt voor en met fysici. Dat vereist een compleet andere manier van communiceren: zo transparant mogelijk, maar niet te diep in de technische details en het softwarejargon.’