Pieter Edelman
4 July 2014

De CE-industrie heeft grootse plannen met het meten van gezondheids- en fitnessgegevens. Door over lange tijd te meten en gegevens met elkaar te correleren, moet een diep inzicht ontstaan in de gezondheid van een persoon, is het idee. Maar van wie is deze data?

Apple, Google en Samsung, de drie bedrijven die samen momenteel de dienst uitmaken in smartphones, zijn afgelopen maand alle drie naar buiten getreden met hun plannen voor gezondheid en fitness. Het werd de hoogste tijd, want de ideeën zingen al geruime tijd rond. Op hoofdlijnen komt het in alle drie de gevallen op hetzelfde neer: smartphones en wearables gaan gezondheidsgegevens verzamelen, die vervolgens met elkaar worden geïntegreerd om trends te ontdekken. En die data kunnen vervolgens weer gedeeld worden met derden: andere apps, maar ook artsen, diëtisten, trainers of wetenschappers die een specifieke aandoening onderzoeken.

Het drietal was lang niet uniek met de onthullingen. De trend deze richting op is al geruime tijd gaande, gestart vanuit de quantified self-beweging en langzaamaan steeds populairder geworden via allerhande sporthorloges en armbandjes. Vanuit alle hoeken – consumentenelektronica, de gezondheidszorg, de medische-technologiesector, hobbyisten – lijkt de trend om gezondheidsdata te verzamelen en te integreren aan te slaan. Analisten kunnen zich bij Tomtom bijvoorbeeld in hun handen wrijven met de schatting dat het bedrijf plotseling veel meer sporthorloges verkocht heeft dan verwacht. En laten we de aankondiging van Philips en de TU Eindhoven niet over het hoofd zien: er komen op korte termijn zeventig promotieplaatsen om kruiscorrelaties in grote brijen data te leggen, met een belangrijke rol weggelegd voor medische toepassingen.

Samsung_Simband
Samsung onthulde afgelopen maand een referentieontwerp voor een sensorarmbandje dat de verzamelde data via open Api’s naar zijn database uploadt. Imec ontwikkelde de eerste module voor deze Simband, met impedantiemeters om de hartslag te meten, optische sensoren met verschillende kleuren leds om bloedsamenstelling te bepalen, ecg-sensoren en bewegingsopnemers. De University of California in San Francisco partnert ook mee.

De redenering achter de initiatieven is als volgt: tot nog toe ga ja naar de dokter als je ziek bent, en die bepaalt de bloeddruk of maakt een hartfilmpje om een diagnose te stellen. Maar dat is steeds een momentopname, en slechts van een paar parameters, en alleen als iemand zich niet lekker voelt. Wanneer iemands gewicht, bloeddruk, hartslag, dieet, activiteit en noem maar op over langere tijd in kaart worden gebracht én met elkaar worden gecorreleerd, zijn er trends en afwijkingen te detecteren die wellicht veel meer zinnigs zeggen over zijn gezondheid. Of wat voor de meeste technologieminnende consumenten telt: fitheid.

De gegevens moeten dan ook uit allerlei bronnen komen. Sensoren in de smartphones vormen de opmaat. Apple schepte afgelopen jaar op over een ‘coprocessor’ in zijn smartphone die voortdurend bijhoudt of de gebruiker aan zijn dagelijkse portie activiteit komt, en mijn nieuwe Samsung-smartphone blijkt een sensor aan boord te hebben om in een vingertop de hartslag te meten – iets dat ik nu met enige regelmaat doe om te zien of die sensor een beetje een plausibele uitslag geeft.

Daarnaast worden de smartwatches sterk gepusht vanuit de CE-bedrijven. Die hebben direct contact met de huid en worden 24 uur per dag gedragen, waardoor de mogelijkheden om gezondheidsdata te verzamelen nog veel groter zijn. En inderdaad speelt dit thema een belangrijke rol in veel van de plannen. Verder maken interfaces naar allerhande externe fitness- en gezondheidshardware er onderdeel van uit. En ten slotte kunnen gebruikers nog gewoon hun dagelijkse dieet en uren slaap inkloppen in een app.

Stappenteller-apps

Er zijn echter nog behoorlijk wat beren op de weg om dit soort mobiele initiatieven ook echt een rol te geven in de gezondheidszorg, een compleet ander domein dan de consumentenelektronica. Het Nictiz, een expertisecentrum voor standaardisatie en e-health, schreef begin dit voorjaar in een rapport dat de professionele zorgverlener momenteel geen kijk heeft op de betrouwbaarheid van de zelfgegenereerde data. Deze gegevens kunnen daarom hooguit als aanwijzing worden meegenomen, maar niet worden gebruikt om de diagnose te stellen.

Verder is er een groot gebrek aan standaardisatie, waardoor gegevens uitwisselen tussen consumenten- en professionele systemen erg lastig wordt. Google en Samsung willen dit oplossen met open Api’s naar hun databases waarop iedereen kan inhaken. Apple denkt juist zelf zo veel mogelijk als bemiddelaar te kunnen optreden tussen de verschillende belanghebbenden.

Daarnaast is er de vraag of consumenten, afgezien van een groep enthousiastelingen, hier echt op zitten te wachten. De meeste ideeën zijn al eerder geprobeerd zonder massasucces. Stappenteller-apps voor smartphones bestonden bijvoorbeeld al in de tijd dat de batterij van een mobieltje lang genoeg meeging om geen coprocessor nodig te hebben. De Continua-industriegroep ijvert al sinds 2006 voor het draadloos verbinden van gezondheids- en fitnesssensoren met het internet. En Microsoft lanceerde reeds in 2007 zijn Healthvault, een product dat akelig veel weg heeft van Samsungs en Google’s initiatieven. Voor Google is zijn aangekondigde Fit-dienst sowieso al de tweede poging op dit gebied; de eerdere Health-dienst zette het in 2011 stop wegens een overweldigend gebrek aan belangstelling.

Apple IPhone 5s met Health 5x
Apple wil zijn smartphones het centrum maken voor het beheren van gezondheidsdata. Het bedrijf wist de vermaarde Mayo Clinic aan zich te binden als partner in dit initiatief.

Maar er is in de tussentijd wel het een en ander veranderd. De smartphone is veel meer doorgedrongen in het dagelijkse leven als platform dat voortdurend onze activiteiten monitort. Draadloze technologie is veel makkelijker in gebruik geworden. De mogelijkheden om meetwaarden over langere periodes te verwerken, zijn sterk uitgebreid door betere opslagmogelijkheden en krachtigere mobiele processoren, en ontwikkelingen in databasetechnologie en cloudcomputing.

Daarnaast verwachten specialisten dat dit pas het begin is. Gepersonaliseerde geneeskunde, een andere belangrijke trend die kijkt naar de specifieke biologie van een patiënt in plaats van standaard symptomen, begint langzaam serieuze vormen aan te nemen. Een volledige DNA-analyse is binnenkort niet duurder dan een MRI-scan. Dit soort gegevens zijn uitstekend mee te nemen in de koppeling. De toekomst van mobile health is onlosmakelijk verbonden met de opkomst van big data.

Geanonimiseerde trends

Wellicht is dat ook wel gelijk de achilleshiel. De afgelopen jaren zijn techbedrijven als Google en Apple grootschalig het gedrag van consumenten gaan profileren voor commerciële doeleinden. Die deden hier aanvankelijk graag aan mee vanwege de gratis diensten, maar voelen zich steeds minder op hun gemak bij het idee dat dergelijke bedrijven in de gaten houden met wie zij communiceren, wat zij online kopen en waar zij komen met hun smartphone.

De vraag is dan ook of consumenten het zien zitten om veel intiemere data zoals medische informatie af te staan. Toen ING dit voorjaar aankondigde om het bestedingsgedrag van zijn klanten te delen met adverteerders, ontlokte dat een storm van protest, zelfs toen de bank bezwoer dat het dat nooit ongevraagd zou doen. De publieke opinie was duidelijk: bestedingsbedrag is een strikte privézaak en de klant heeft derhalve een intieme vertrouwensrelatie met de bank. Alleen al het idee om deze gegevens te delen, is een beschaming van dat vertrouwen.

Zou het voor medische data anders zijn? Fitnessgegevens zijn misschien niet zo privacygevoelig, maar voor echte medische data voelt het toch wat ongemakkelijk. Ziet u het zitten om met Google, Apple of Microsoft te delen dat u een verhoogde kans hebt op kanker of gediagnosticeerd bent met een hartaandoening, zelfs als ze beloven dat die data privé blijven? Op de een of andere manier zullen ze een manier vinden om geld te verdienen aan die gegevens, bijvoorbeeld door geanonimiseerde trends te verkopen aan farmabedrijven. Of het is een manier om u de rest van uw leven in hun ecosysteem op te sluiten.

Ernst Hafen, hoogleraar aan de ETH Zurich, pleitte onlangs op het Medical Delta-congres voor een ander idee: coöperaties – bedrijven gevormd door samenwerkende personen, een model dat veel wordt toegepast in de agrarische sector. Burgers kunnen hierin zelf de regie over hun medische en fitnessdata houden, en ze kunnen zelf het geld opstrijken wanneer ze hun gegevens verkopen. Een pilot in Zwitserland is al in de maak.

Een aanlokkelijk aanbod, maar de pr-machines van de CE-bedrijven draaien ook op volle toeren. Bovendien staan er nog veel meer spelers in de coulissen te trappelen met hun producten en diensten. Hoe het veld zich gaat ontwikkelen, is dan ook koffiedik kijken. Maar één ding is duidelijk: de patiënt zal steeds vaker naar zijn smartphone wijzen als dokter vraagt wat er loos is.