Nieke Roos
25 juni

4g is nog nauwelijks uitgerold of iedereen heeft alweer de mond vol van 5g. Maar de vorige generaties zijn niet dood. Sterker: zelfs 2g is nog springlevend. Voor een belangrijk deel dankzij het iot, zien ze bij de Hilversumse telecomspecialist Aimvalley, die dit jaar zijn 15-jarige jubileum viert.

De telecom is een business van de lange adem. Als er één ding is dat het Hilversumse Aimvalley heeft ervaren in de precies vijftien jaar die het nu bestaat, dan is het dat wel. ‘Het kan heel lang duren voordat een product van de grond komt, maar als dat eenmaal is gelukt, dan blijft het ook heel lang lopen’, weet Theo Muys, oprichter en ceo van het jubilerende bedrijf dat in 2003 ontstond uit het eens zo roemrijke Lucent.

Mooi voorbeeld is de SDH-techniek (synchrone digitale hiërarchie), eind jaren tachtig bedacht om digitale telecomsignalen te transporteren over kabels en straalverbindingen. ‘Een van onze eerste producten als startup was een SDH-systeem’, kijkt Muys terug. ‘Toen we dat in 2004 introduceerden, kregen we al het verwijt dat de techniek niet meer van die tijd was; toch is het een groot succes geworden. Tot vorig jaar hebben we er veertigduizend van verkocht. We zijn er nu mee gestopt, maar alleen omdat het te veel werk was om het systeem aan Rohs 6 te laten voldoen.’

De SDH-multiplexer waarvan Aimvalley er veertigduizend heeft verkocht. Helemaal rechts zit een insteekkaart die 63 keer 2 megabit verzorgt.

Het gebruik van SDH neemt wel af; ethernet drukt de techniek langzaam uit het telecomnetwerk en daarmee uit het leven. Maar ook aan deze ontwikkeling verdient Aimvalley nog een aardige boterham. Muys: ‘In het begin wilde iedereen oplossingen om het toen nog nieuwe, pakketgebaseerde ethernet over hun bestaande, tijdslotgebaseerde SDH-netwerken te transporteren. Nu is ethernet de netwerkstandaard geworden, maar is er nog steeds een grote installed base van SDH-apparatuur. Om die te kunnen blijven gebruiken, zijn er oplossingen nodig om SDH over ethernet te sturen. Daarvoor leveren wij dan weer time division multiplexing over packet-systemen.’

Nog hardnekkiger is het 2 megabit-signaal, dat ook tijdslotgebaseerd is en heel makkelijk in te pakken is in SDH (en andere protocollen). ‘In de telefonie was het gebruikelijk om gesprekken op te hakken in tijdsloten van 64 kilobit en er daarvan 32 te bundelen in een datapakket: slot 1 voor abonnee 1, slot 2 voor abonnee 2, enzovoorts. En 32 keer 64 kilobit is 2 megabit’, verklaart Muys het ontstaan van het signaal. ‘Op mijn glasvezel thuis heb ik nu 100 megabit en kan ik zelfs upgraden naar 750 megabit; anno 2018 lijkt 2 megabit dus achterhaald. Het tegendeel is waar.’

Iot

Waar SDH aan het uitsterven is, is 2 megabit springlevend. ‘Je vindt het bijvoorbeeld in gsm-basisstations’, vertelt Muys. ‘Dan denk je misschien: met 4g en straks 5g worden die toch niet meer geïnstalleerd? Maar die worden juist nog heel veel geïnstalleerd. In Afrika, in India, in gebieden waar weinig mensen wonen. 2g is verre van dood, en daarmee blijft er behoefte aan 2 megabit-systemen.’

In India is zelfs SDH nog in zwang, signaleert Muys. ‘Daar heerst een enorme prijsdruk in de telecom. Er zijn operators die abonnementen aanbieden voor twee of drie dollar in de maand. Voor alleen draadloze telefonie, geen internet. Die leggen gewoon 2g-netwerken aan met SDH-apparatuur, en 2 megabit als verbinding naar het vaste net.’

Een minstens zo belangrijke factor in de instandhouding van 2g en 2 megabit is het internet of things. ‘Menige iot-module gebruikt tegenwoordig nog steeds een gprs-verbinding om draadloos te communiceren, 2g dus’, legt Muys uit. ‘Aan de ene kant zijn we bezig om 2g- en 3g-netwerken en -frequenties uit dienst te nemen ten faveure van 4g en straks 5g; aan de andere kant zijn we iot-devices aan het installeren die juist teruggrijpen op 2g.’

Daarnaast zijn er nog altijd heel veel dingen die met een dun draadje aan het internet hangen. ‘Snoepautomaten’, geeft Muys een voorbeeld, ‘of elektriciteitsmeters. Die verwachten geen hoge bandbreedtes, die hebben meer dan genoeg aan een lage bitrate. Je gaat ook niet eventjes naar al die apparaten toe om er een draadloze module in te stoppen. Dus daar is 2 megabit over een vaste lijn een prima oplossing voor.’

Een network interface device van Aimvalley. Een nid is de verbindende schakel tussen het netwerk van de operator en de bekabeling van bedrijven of consumenten.

Sfp

Met zijn producten zit Aimvalley veelal op belangrijke knooppunten in het telecomnetwerk. Dat geeft een goed zicht op de ontwikkelingen in de communicatietechnologieën die het iot mogelijk maken. ‘Wij ontwikkelen network interface devices’, licht Muys toe. ‘Een nid is de verbindende schakel, het zogeheten demarcatiepunt, tussen het netwerk van de operator en de bekabeling van bedrijven of consumenten.’

Meer specifiek zijn de Hilversummers gespecialiseerd in small form-factor pluggables (sfp’s), kleine insteekmodules voor in een netwerkapparaat die de brug vormen tussen de kabels die erin gaan en het moederbord dat het dataverkeer verwerkt. ‘In onze Smart SFP-familie zitten een heleboel varianten. Er kan van alles in gaan: optische signalen, 2 megabit elektrisch, RJ45’, somt Muys op. ‘De voorkant en de printplaat zijn telkens anders, maar de vormfactor is hetzelfde en aan de achterkant komt er steeds gigabit ethernet uit.’

Nov
28

Benelux RF Conference

Nijmegen

Learn about 5G, advanced technologies, powered by RF, radar, smart antennas

Een small form-factor pluggable (sfp). Deze kleine insteekmodules voor in een netwerkapparaat vormen de brug tussen de kabels die erin gaan en het moederbord dat het dataverkeer verwerkt. Naast signaalconversie kunnen ze allerlei extra functies bevatten.

De sfp’s zijn 5,7 centimeter lang, 1,3 centimeter breed en 0,9 centimeter hoog, dus veel ruimte op de printplaat is er niet. Toch is Aimvalley erin geslaagd om er meer intelligentie in te stoppen dan alleen signaalconversie. ‘De tdm-over-pakket-functionaliteit om SDH in te pakken in ethernet kunnen we erin kwijt. Ook dat product heeft even nodig gehad om aan te slaan’, constateert Muys. ‘We hebben het in de herfst van 2012 geïntroduceerd en 2015 was het eerste succesvolle jaar. Nu verkoopt het heel goed.’

Een recente toevoeging aan het sfp-functiepalet is encryptie. ‘Ethernetcommunicatie is vaak volledig onbeveiligd’, aldus Muys. ‘Via een sfp kun je encryptie toevoegen aan bestaande apparatuur die dat niet aan boord heeft. Met insteekmodules op de poorten naar buiten zou je bijvoorbeeld heel specifiek die communicatie kunnen beveiligen. Deze functie hebben we demonstrabel en we zijn bij klanten aan het polsen of ze er brood in zien.’