Paul van Gerven
16 February 2009

Natuurkundigen van het Zweedse Instituut voor Ruimtefysica hebben op een nieuwe manier informatie weten te verpakken in een radiosignaal. Ze gebruikten daarvoor het zogenaamde nevenkwantumgetal van fotonen, een eigenschap die pas sinds 1992 met de lichtdeeltjes in verband wordt gebracht. Het nevenkwantumgetal is onafhankelijk van de amplitude of frequentie, de traditionele eigenschappen van radiostralen waarin informatie wordt gecodeerd. De vinding biedt mogelijk soelaas voor het dreigende infarct van de zich met steeds meer draadloze communicatietechnologie vullende ether.

In meer beeldende taal spreken de Zweden van ’in elkaar gedraaide‘ radiosignalen, twisted radio beams. Dat mag je vrij letterlijk nemen. In Alaska vuurden de wetenschappers sequentieel een signaal af met een cirkelvormige batterij antennes, de ene net iets later dan de andere. Het resulterende golffront beschrijft een helix. In de spoed daarvan is informatie te stoppen.

Het idee is met succes in de praktijk getest met antennes die in Alaska worden gebruikt om het noorderlicht te bestuderen. Zulke joekels zijn in principe niet nodig, maar antennes in consumentenelektronica zijn echt te klein. De Zweden kijken nog in welke toepassingen hun vinding tot haar recht zou komen.