Pieter Edelman
9 December 2016

Dankzij Nederlandse inbreng is de Nasa gisteravond via een stratosfeerballon op veertig kilometer hoogte gestart met het waarnemen van ver-infroroodstraling uit het heelal. Dit moet informatie opleveren over de geboorteplaatsen van sterren. De STO-2-telescoop werd donderdag opgelaten vanaf Antarctica, waar hij in de stabiele circulaire poolwind met een cyclus van twee weken rond de pool reist.

STO-2 bevat sensoren van Sron in Utrecht en Groningen en de TU Delft. Het gaat om drie ontvangers voor respectievelijk 1,4, 1,9 en 4,7 terahertz. Deze spectra op die frequenties verraden de aanwezigheid van elementen in de ruimte, waarbij de laatste zich op elektrisch neutraal atomair zuurstof richt. Het lokaliseren van dat element is een lang gekoesterde droom van astronomen, want het is een indicator voor warme plekken in de gaswolken tussen de sterren, wat weer wijst op pasgevormde sterren. STO-2 is de eerste 4,7 terahertzsensor die naar de rand van de ruimte wordt gebracht, en moet de weg voorbereiden voor een toekomstige satellietmissie.

De locatie werd gekozen omdat hier de minste hinder is van de atmosfeer. Op een hoogte van veertig kilometer boven Antarctica is de lucht kristalhelder en is er nauwelijks waterdamp, dat dit soort straling blokkeert. Overigens had de ballon eigenlijk al vorig jaar gelanceerd moeten worden, maar toen bleef hij vanwege slechte weersomstandigheden aan de grond.