Karlijn Raats
16 November 2007

Bewegingssystemen bouwen is niet langer een taak die erbij hoort, maar een specialisme. En menig onderneming besteedt dat uit. Geen wonder dat TMC zich op de mechatronicamarkt waagt. Een vuurwerkshow als zijn broertje Embedded zal TMC Mechatronics niet laten zien. Technisch manager Frank Sperling van de machinebouwtak: ’De mechatronicamarkt zal niet als de embedded-softwaremarkt exponentieel groeien.‘

Twintig jaar na de geboorte van mechatronica komt TMC met een nieuwe afdeling speciaal voor deze tak van sport. De TMC-gedetacheerden helpen bedrijven uit de brand die niet meer aan de mechatronica binnen hun onderneming toekomen. Technisch manager Frank Sperling: ’Al onze grote vrienden, zoals ASML, Assembléon, FEI en Philips Medical, hebben behoefte aan ervaren mechatronici. Makers van professionele apparatuur hebben behoefte aan nauwkeurige en betere bewegingssystemen.‘

Waar bedrijven als ASML en FEI mechatronica als kernkracht in eigen huis houden, besteden andere bedrijven het uit omdat ze het niet meer tot hun competenties vinden horen. ’Mechatronica is meer dan alleen een elektromotor en een sensor aan elkaar monteren‘, aldus Sperling. ’Embedded ontstond ook uit niets, toen de whizzkid nog op zolder software schreef. Dat werd ook langzamerhand groter en complexer. Voor we het wisten was er een eigen vakgebied en waren er specialisten nodig. Mechatronica gaat dezelfde kant op. Je doet dat niet meer ’zomaar even erbij‘.‘

In april 2006 breidde TMC daarom uit met een Mechatronics-poot. Gerrit Dijkhoff, eindverantwoordelijke van de afdeling techniek bij wervings- en selectiebureau Vitae, werd aangesteld als directeur van de divisie. Dijkhoff: ’Ik ben meteen op zoek gegaan naar een technisch geweten in mechatronicaland.‘ Daarbij stuitte hij op Sperling. Die had Philips en SKF in zijn rugzak zitten.

’Op 20 april had ik mijn eerste gesprek met Gerrit en begin mei zijn we gaan samenwerken‘, vertelt Sperling. Mijn achtergrond is werktuigbouwkunde. Later heb ik me gespecialiseerd in de regel- en sturingtechniek in Delft. Ik ben bij Philips Research begonnen als onderzoeker en werd later groepsleider van Philips CFT‘s servoafdeling. Daar heb ik een aantal jaar gewerkt voordat ik bij kogellagerfabrikant SKF aan de slag ging als hoofd van een researchgroep. Na drie jaar bij SKF kwam deze technische managementfunctie bij TMC Mechatronics op mijn pad.‘

 advertorial 

Sigasi Extension for Visual Studio Code

Sigasi announces the release of their VS Code Extension with rich support for SystemVerilog, Verilog, and VHDL. Our extension provides features and language support such as code navigation, project management, linting, code formatting, tooltips, outline, autocomplete, hover, and much more!

De een zijn dood is de ander zijn brood. Waar sommige ondernemingen geen tijd meer hebben om zich te focussen op mechatronica-activiteiten, gaat het TMC Mechatronics voor de wind. Het aantal werkondernemers is binnen krap anderhalf jaar tijd gestegen naar vierentwintig. Daar zijn de office- en accountmanagers niet bij gerekend. Dat is opmerkelijk in een tijd van krapte aan technisch geschoolden.

Sperling: ’De techneut van vandaag wil graag carrière maken en hierdoor al dan niet bij een ander bedrijf gaan kijken. Sommige techneuten willen het vak leren door van bedrijf naar bedrijf te zwerven. Uit eigen ervaring weet ik dat je mechatronica niet op school leert, maar moet dóen door een zigeunerleven te leiden op het gebied van werk. Wij zien ook redelijk wat afkomen van de hogeschool in Eindhoven en de faculteit in Delft. Maar de levering blijft jammer genoeg wel minder groot dan de vraag. Bij de bedrijven waarmee wij contact hebben, staan tientallen vacatures open.‘

De mogelijkheden die er voor techneuten zijn om rond te kijken, zorgen er wellicht voor dat TMC-gedetacheerden er na verloop van tijd ook tussenuit piepen. Sperling: ’Dat zou kunnen. Zekerheid over de grootte van het personeelsbestand hebben we niet. Maar in mijn ogen is zekerheid vooral het goed zijn in je vak, niet een goed contract bij ASML of Philips. TMC‘ers mogen wegvliegen van ons, daar zijn geen speciale clausules voor ingebouwd in de contracten. De vogelkooi is open.‘ ’Maar‘, lacht hij, ’de TMC-vogels vliegen ieder jaar naar hun project en komen daarna allemaal weer trouw naar hun kooitje. Moraal van het verhaal: je kunt weggaan toch niet tegenhouden. Bij een goed afscheid houd je er ook nog eens ambassadeurs voor ons bedrijf aan over.‘

Geen nummertje

De technisch manager ziet TMC echter niet langer als een ordinair detacheringsbureau: ’TMC is een ontmoetingsplaats voor professionals, die we willen laten ontwikkelen tot zelfstandige consultants, die gebruikmaken van een netwerk dat ze zelf opzetten en onderhouden. TMC faciliteert de ontmoetingsplaats.‘

Het gevaar ontstaat dat TMC‘ers de binding met hun werkgever verliezen. Dijkhoff is zich daarvan bewust: ’Om binding met het personeel te houden, zijn er vakinhoudelijke bijeenkomsten, sociale activiteiten, kwartaalbijeenkomsten en bedrijfsbezoeken zoals rondleidingen bij Assembleon. Zo maken we de bedrijfscultuur interactief. Maar ook houdt het management digitaal en telefonisch contact met zijn werkondernemers. Ik vind dat erg belangrijk, omdat ik als manager word gevoed door wat ik hoor als ik mijn oor te luisteren leg.‘

TMC20120web
Gerrit Dijkhoff (links): ’Een werkondernemer is geen nummertje, maar een individu binnen een team.‘
Frank Sperling: ’Mechatronica doe je niet meer ’zomaar even erbij‘.‘

Ook het ’werkondernemerschap‘ hoort bij TMC tot de bedrijfscultuur, een arbeidsethos waarbij techneuten individuele coaching krijgen in het verbeteren van hun soft skills, zoals klantgerichtheid en communicatieve en sociale vaardigheden, om hun ondernemerschap optimaal te maken. Hierdoor worden techneuten flexibeler en geschikter om van project naar project te gaan. Sperling: ’Daarnaast delen de werkondernemers mee in het projectresultaat. Hiervan ontvangt de werkondernemer minimaal tien procent. Naarmate de werkondernemer groeit, krijgt hij meer. Zo gaan techneuten zich gedragen als ondernemers. Bedrijven huren hen in en zij zorgen er vervolgens zelf voor dat ze toegevoegde waarde hebben.‘

Dijkhoff: ’Bovendien werken TMC‘ers in ondernemende businesscellen. Die hebben een nichefocus, een eigen directie en varen een eigen koers. De divisies blijven een klein clubje van ongeveer vijftig personen die gemakkelijk van richting kunnen veranderen, net waar de markt om vraagt. Een club van maximaal vijftig man kan elkaar nog efficiënt helpen, kennen en erkennen. Een werkondernemer is geen nummertje, maar een individu binnen een team.‘ En wat als TMC Mechatronics uit zijn voegen groeit? Sperling: ’Dan splitsen we de cel op.‘

Gemechatroniseerd

De technisch manager is er niet bang voor dat de mechatronicamarkt kan gaan hypen, net zoals embedded software: ’De softwaregroep is complex. Het beheersproces is moeilijk te runnen, want niemand weet waar de softwaremensen mee bezig zijn. Hierdoor weet je pas aan het einde van het traject of het goed is. Bij mechatronica kan de klant goed volgen waar de techneut mee bezig is. Hij kan over de schouder meekijken en de bewegingen volgen. Hierdoor is de hele markt transparant en stabiel. De markt voor mechatronica zal in elk geval niet exponentieel groeien zoals bij embedded software. De concurrentie zal niet echt voor bewegingen in de markt zorgen, omdat het mechatronicagebied een niche is.‘

General Electric, Philips Medical en Siemens zijn de drie grote vissen voor TMC. ’ASML besteedt een klein deel uit, omdat bewegingssystemen core zijn voor hen‘, stelt Sperling. ’Maar verder zijn wij wel voorkeursleverancier in Veldhoven. We werken ook samen met TNO en een aantal andere bedrijven, waardoor de activiteiten verspreid zijn over de halfgeleiderwereld, medische apparaten en printingsystemen. Dat is een uitdaging voor mensen die bij TMC willen komen werken.‘

In het Eindhovense blijft TMC Mechatronics ook op zoek naar uitdagingen en houdt het verschillende trends nauwlettend in het oog. ’De open-innovatiegedachte is voor ons erg belangrijk‘, zegt Dijkhoff. Zo zijn we vanaf het begin betrokken geweest bij het Programma voor Hightech Systemen, omdat we een steentje willen bijdragen aan alles wat toegevoegde waarde heeft voor de mechatronica in onze regio.‘

Sperling: ’De technologische trends op mechatronicagebied zijn verder printing en andere grafische technologieën. Die worden steeds goedkoper en steeds meer gemechatroniseerd. In de biomedische hoek zijn telerobotica en telemanipulatie trends. In de professionele apparaten die halfgeleidergebonden zijn, zijn snelheid en nauwkeurigheid belangrijk in het product.‘

Knalmarkt

Houdt TMC naast de trends ook voeling met de kritische massa in Nederland? ’De kritische massa is verdeeld onder bedrijven en bestaat uit netwerken‘, vertelt Sperling. ’Maar het leuke aan deze kritische massa is dat veel van deze mensen op vergelijkbare problemen stuiten bij bedrijven die geen concurrenten van elkaar zijn, zoals ASML, Assembleon en FEI. Die gunnen elkaar het beste en wisselen meer ervaring uit op een constructieve manier. Natuurlijk willen wij ook die gemeenschap zien te bereiken.‘

Beide heren verwacht dat de autonome groei in de komende vijf jaar niet zo explosief zal zijn als in de laatste anderhalf jaar. Sperling: ’We willen dan wel op vijftig werkondernemers zitten.‘ Dijkhoff: ’We moeten blijven groeien, want stilstand is achteruitgang. Het is niet zo belangrijk of we die vijftig goede mensen in 2008 of in 2010 hebben. We willen geen rare dingen doen omdat de markt toevallig goed is, maar we proberen in een redelijk tempo de juiste mensen aan te nemen om continuïteit aan het bedrijf en de mensen te bieden. Gewoon onszelf blijven. Onze klantenkring zal de komende jaren ook niet zoveel veranderen.‘

’Het is geen knalmarkt waar iedereen ineens in moet springen, zoals bij Tomtom‘, meent Sperling. ’Je hebt te maken met een steeds sterkere professionalisering in de mechatronica. Die markt gaat niet ontploffen. Wij gaan met onze specialisten ook geen OEM‘s vervangen, want die willen in de professionele wereld zelf een vinger in de pap houden, maar we kunnen hen wel bijstaan met onze mensen.‘