Tijdens zijn promotieonderzoek aan de Universiteit Twente ontwikkelde Arno Stienen drie revalidatierobots gericht op de arm en schouder. Voor revalidatietherapie is het nodig om een specifieke taak veelvuldig te oefenen, bijvoorbeeld een knoop naar het knoopgaatje brengen. De Freebal-, Dampace- en Limpact-apparaten helpen hierbij.
De Freebal, het eerste revalidatieapparaat, is ontworpen om het gewicht van de patiëntenarm te compenseren. Volgens Stienen is dit apparaat minder complex en heeft het een groter bewegingsbereik dan soortgelijke hulpmiddelen. Het tweede revalidatieapparaat, de Dampace, gebruikt fietsschijfremmen om de trainingsweerstand gedurende therapie te verhogen. Bewegingen die de patiënt al kon maken, worden steeds zwaarder. De robot kan zichzelf uitlijnen op de gewrichten van de patiënt.
Patiënten kunnen ook niet-taakgericht oefenen. Zo is er een applicatie waarbij hij een racespel op de computer moet spelen. Hij stuurt en geeft gas met respectievelijk bewegingen van de elleboog en de schouder. Daardoor leert de patiënt spelenderwijs om de gewrichten weer onafhankelijk van elkaar te besturen. De laatste robot, de Limpact, verbetert dit ontwerp verder.
De inzet van robots verlicht het werk van de therapeut aanzienlijk. Het wordt bijvoorbeeld mogelijk om meerdere patiënten tegelijk te behandelen. Uit eerste experimenten van Stienen bleek ook dat patiënten gemakkelijker en sneller een complexe beweging leren uitvoeren, bijvoorbeeld een knoop door het knoopgaatje van een blouse halen in plaats van alleen de knoop naar het knoopgaatje brengen.
De apparatuur is vooral bestemd voor slachtoffers van verlamming na een beroerte. Ook complexe botbreuken kunnen straks behandeld worden met deze nieuwe hulpmiddelen, denkt Stienen.