Paul van Gerven
16 September 2015

Werkgeversvereniging FME en universiteitenkoepel VNSU zijn niet te spreken over de begroting die het kabinet gisteren heeft gepresenteerd. FME vindt dat er te weinig middelen worden vrijgemaakt voor r&d en innovatie, terwijl de VNSU klaagt dat hbo’s en universiteiten te weinig terugzien van het geld dat de afschaffing van de studiebeurs oplevert.

Het kabinet gaat de twee grootste fiscale r&d-regelingen, de WBSO en de RDA, samenvoegen. Zo wil het kabinet de regeling effectiever maken en de aanvraagprocedure voor bedrijven vereenvoudigen. Ze krijgen er volgend jaar bovendien honderd miljoen euro bij, en nog eens 115 miljoen euro het jaar erna. Eerder voorgenomen bezuinigingen zijn daarmee van tafel. Tevens komt er vanaf 2017 vijftig miljoen euro extra beschikbaar voor start-ups en het mkb, en per 2018 vijf miljoen extra per jaar voor het Toekomstfonds.

Voor FME-voorzitter Dezentjé Hamming is het onvoldoende. ‘Ik maak me echt zorgen over het ambitieniveau. Meer geld is nodig voor innovatie, onder andere om de versnellingsagenda Smart Industry te realiseren. Ook vraag ik de Tweede Kamer ervoor te zorgen dat de TKI-toeslag wordt verruimd en dat het budget voor de mkb- innovatiestimuleringsregeling MIT wordt vergroot. Er is zeker 500 miljoen euro nodig.’

Ook de VSNU betreurt dat investeringen uitblijven. Van de 1 miljard euro die invoering van het studievoorschot vanaf 2018 oplevert, ziet het hoger onderwijs aanvankelijk 200 miljoen euro per jaar terug. In tien jaar tijd loopt dat op naar 620 miljoen euro. Ook waarschuwt VNSU-voorzitter Karl Dittrich dat het hoger onderwijs weliswaar graag meewerkt aan de Nationale Wetenschapsagenda, maar dat ‘zonder financiële middelen de agenda niet meer dan een symbolisch wensenlijstje zal zijn’.