Pieter Edelman
21 november

Met behulp van de Univerisiteit Twente is een windturbine aan de Deense kust bij Thyborøn voorzien van een generator die supergeleiding gebruikt in plaats van permanente magneten. De generator is half zo zwaar en veel compacter dan conventionele exemplaren voor hetzelfde vermogen. Dat opent mogelijkheden voor eenvoudigere windmolenconstructies en funderingen. Bovendien zijn er minder zeldzame aardmetalen zoals neodynium nodig. Daar staat tegenover dat de generator voortdurend gekoeld moet worden.

Een generator kan met supergeleiding veel compacter worden uitgevoerd dan met permanente magneten.

De generator is het resultaat van het Europese Ecoswing-project, waarin negen partners met een budget van dertien miljoen euro werken aan supergeleidende windturbines. De magneten in de nieuwe rotor zijn opgebouwd uit supergeleidende tape, die weer bestaat uit een dunne laag supergeleidend materiaal op een flexibele stalen drager. De magneten moeten sterk gekoeld worden voor hun supergeleidende eigenschappen. Dubbel uitgevoerde cryocoolers draaien hiervoor mee met de rotor en zorgen voor een temperatuur van min 240 graden Celsius.

De Universiteit Twente was onder meer betrokken bij het testen van de magneetspoelen, het ontwerpen van de koeling en de assemblage van de rotor. Daarvoor riep de universiteit de expertise in van TNO, machinefabriek Boessekool in Almelo en andere Nederlandse bedrijven.

De experimentele generator, met een vermogen van 3,6 megawatt, heeft dankzij het supergeleidende ontwerp een diameter van slechts vier meter, bijna anderhalve meter dan een conventioneel exemplaar. De experimentele generator is de afgelopen twee jaar uitvoerig getest bij het Fraunhofer Institut für Windenergie und Energiesysteme in Bremerhaven.

Afgelopen maanden is hij geïnstalleerd in een GC1-windmolen van fabrikant Envision, een exemplaar met een toren van 88 meter hoog en twee rotorbladen van 64 meter. De komende tijd moet blijken of de generator in de praktijk ook voldoet aan de verwachtingen.